Het weekend is begonnen. Ik ben te laat met schrijven, alweer, en had met enig gemak nog een uurtje extra in bed kunnen blijven liggen, zodat ik half gebroken aan deze dag had kunnen beginnen en vanmiddag had kunnen concluderen dat ik te lang in bed ben blijven liggen. Niks is minder waar, de sous-chef en de mini-chef in haar buik geven aan dat ze wel zin hebben in pannenkoeken.
Photo by Bernard Tuck on Unsplash
Ik stap het bed uit, zoek mijn telefoon, even kijken hoe laat de bus richting een heel ander onderdeel van het weekend vanmiddag ook alweer zou gaan, maar helaas, de batterij is leeg. Dat zoek ik straks wel op. Beneden in de keuken lijkt een klein bommetje ontploft, wat overigens best knap is, aangezien ik al twee dagen niet gekookt heb. Het blijkt vooral gezichtsbedrog, want na een minuutje dingen verplaatsen lijkt er weer wat orde te ontstaan. Ik zoek de bloem, de eieren en de melk bij elkaar en steek de mixer in de schaal met beslag.
De sous-chef snijdt ondertussen een stengel bleekselderij en een aardappel op voor de luid tokkende Linda, Roos en Jessica in de tuin. Ze zijn al snel gewend geraakt aan het feit dat ze in de ochtend wat extra’s te eten krijgen. Ze komt met een mooie lach op haar gezicht terug naar binnen en vraagt of ik een ‘warm ei’ nodig heb voor het beslag. Doelend op het eitje in haar handen, wat één van de dames net heeft gelegd. Er zitten al genoeg eieren in het beslag, dus deze verdwijnt in de koelkast.
De eerste pannenkoek brandt wat aan en van mijn eigen creatie met tomaat, paprika en ui vliegt een plak tomaat tegen de achterwand van het fornuis terwijl ik hem omdraai. ‘Dat kan best eens traditie worden straks, pannenkoeken op zondagochtend’, doelend op het derde bordje wat dan bijgeschoven kan worden. ‘Het is zaterdag’, is mijn enthousiaste antwoord.
Zaterdag, met nog een heel weekend voor ons. Ik vind het een goed idee die pannenkoeken op zondag. Maar morgen nog even niet.
