#259 Wildernis

Mijn diner bestond vanavond uit verschillende restjes uit de koelkast. Eerst een bakje met wat overgebleven bami van vorige week en toen na een klein dutje op de bank ook nog een klein beetje van de left-over chili con carne van eerder deze week. Het moge duidelijk zijn, de sous-chef is niet thuis. Die is uit eten.

Photo by Harshal S. Hirve on Unsplash

Na deze gevarieerde maaltijd begint het malen. Wat zal ik eens gaan doen vanavond. Eigenlijk heb ik drie dingen die allen vechten om de eerste plaats. Mijn brein vindt ze eigenlijk alledrie even belangrijk dus op een gegeven moment lijkt het erop alsof ik besloten heb dat ze allemaal dienen te gebeuren vanavond, hoewel dit schier onmogelijk is. Een wildernis aan gedachten. Op een gegeven moment lijkt de beslissing uit te vallen richting ‘dan maar geen van allen’ en zoek ik een lekkere positie op de bank.

Na zeker twee minuten zie ik echter het licht, zoals zo vaak in dit soort gevallen en loop ik naar boven. Niet om mijn hardloopkleren aan te trekken, deze is afgevallen. Ik trek even een oud t-shirt aan, eerder deze week heb ik namelijk een gloednieuw t-shirt de eerste keer dat ik het aanhad meteen vakkundig vernacheld toen ik iets soortgelijks deed. Ik loop langs de verfspullen in de garage, ook deze blijven netjes op hun plek. Het in de grondverf zetten van een wiegje, kinderstoel, ledikantje en het schuren van een box valt vanavond ook nog even af.

Ik pak de snoeischaar, wat ijzerdraad en een kniptang. Die andere wildernis, die in de kas is vanavond aan de beurt. Ik red wat er te redden valt, oogst twee komkommers, een handje sperziebonen en een bosje radijsjes. Voor de rest is het knippen, snoeien en binden geblazen. Het is nog geen makkelijke opgave, maar wel een goede leerschool voor een volgende ronde. Less is more, is ook hier het devies.

#232 Venkel

Nadat ik afgelopen zondagavond tijdens de autorit terug naar huis verslag deed van de inhoud van mijn winkelwagentje wat ik eerder die dag uit de Albert Heijn had gereden, proefde ik enige twijfel. Twijfel over één van de gerechten die ik bedacht had voor deze week, zorgvuldig samengesteld uit een aantal bonus-aanbiedingen. Het ging om de ingrediënten spinazie en venkel.

Samen zouden deze twee groenten het gerecht met de veelzeggende naam ‘spinazie-venkelsalade’ gaan vormen. Het gebrek aan enthousiasme kwam wellicht door een eerdere flater met een creatieve uitspatting waarin de knolgroente verwerkt was; venkelcarpaccio. Die is niet in de recepten top-100 terecht gekomen. Met enige voorzichtigheid begin ik vandaag dus bij thuiskomst, ik ben vroeg, vast met het marineren van de groenten die uiteindelijk samen een geheel moeten vormen.

De spinazie krijgt een flinke scheut van een grand cru olijfolie (verjaardagskadootje; lekker) en een draai peper. De radijsjes uit de kas die nog in de koelkast liggen kunnen er straks ook bij, die mogen eerst even in een badje van een andere olijfolie, een splash balsamico, sap van een halve citroen en een beetje zout en peper. De fijngesneden venkel krijgt een zelfde behandeling, alleen de balsamico blijft hier achterwege. Ondertussen vind ik naast de snijplank nog een halve komkommer, overblijfsel van vanochtend denk ik. Deze snijd ik vast op in de kom met spinazie.

Wanneer mijn tafelgenoot ook thuis arriveert, stel ik de salade verder samen en besluit er nog een granny smith in kleine blokjes in op te snijden. Pot met cashewnoten op tafel, die mogen er op het bord nog overheen. Eten maar, een schuin oog naar degene tegenover me en gelukkig smaakt het daar ook. Een frisse salade, passend bij het weer.

#225 Stinkende soep

Terwijl langzaam duidelijk lijkt te worden dat ik misschien mijn stukje over de gevallen koning voetbal alsnog moet herzien, zitten we hier naast elkaar allebei met een laptop op de bank. Ik omdat ik dit stukje aan het schrijven ben. De sous-chef omdat ik voetbal aan het kijken ben (maar eigenlijk toch niet helemaal).

Photo by Reinaldo Kevin on Unsplash

Op de tafel voor ons liggen naast mijn voeten al ongeveer een week lang de onderdelen van een ‘red-de-bijen-setje’ uitgepakt rond te slingeren en te wachten tot ze verder verwerkt worden. Nu bestaat dit eigenlijk uit niet veel meer dan een zakje zaad, maar blijkbaar is het ergens toch teveel moeite dit even in de tuin uit te strooien. Nu staan er in onze tuin genoeg bloemen en ook genoeg onkruid, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik weinig beesten rond zie vliegen. Dat nieuws over die uitgedunde insectenpopulatie is dus ook hier zichtbaar.

Naast het zakje zaad, staan er nog de restanten van het diner van vanavond. Een lege kop soep, met daarin nog wat aangekoekte restanten, staand op een bord waarvanaf een cracker met kaas en tomaat naar binnen geschoven is. Die soep stond gister ook al op het menu en is zondag al in elkaar gedraaid. Het is een voedzaam soepje, ik vind er zelf niet zoveel mis mee.

Mijn mede-soepeter heeft echter haar twijfels, al zit hem dat niet in de smaak krijg ik te horen. Dit heeft vooral betrekking op de geur van het groene goedje. Want groen is hij. Dat krijg je wanneer je twee hele brocolli’s, inclusief stronk en drie stengels bleekselderij in verwerkt. Verder wat ui, knoflook, kruiden en uiteraard uiteindelijk bouillon en een klein aardappeltje voor de binding. Ik ruik niks geks, brocolli ruikt nu eenmaal naar brocolli, en dat ruikt dan weer naar bloemkool.

Zal het liggen aan de kleine schopper die zich af en toe al duidelijk met voorkomende zaken bemoeid? Zal ze het ruikvermogen beïnvloeden en staat brocolli op de zwarte lijst? Misschien. Of misschien stinkt het inderdaad en ben ik er minder vatbaar voor omdat ik er zondag al een uur in gestaan heb. De volgende keer maakt de sous-chef weer soep. De soep-chef.