De maandag begint in een vlaag van verstandverbijstering. Het was door het retourtje Schiphol een korte nacht, maar dat hinderde vooraf niet zo, het was in ieder geval weer een nacht met zijn tweëen. Ondanks het feit dat we niet meer alleen aan de nacht beginnen, maar weer samen, is het eigenlijk toch gewoon een kutnacht. Zoals dat wel vaker het geval is met zondagen die overgaan in maandagen. Nu was dat ook zo. Met enkele redden om langer te blijven liggen dan nodig, sta ik dus ook om 5:23 naast mijn bed en druk mijn wekker uit voor hij af kan gaan.
De rituelen zitten diep ingesleten, want tegen blijkbaar gegeven aanwijzingen in, bezorg ik toch een kop thee naast het bed en zet ik twee crackers met chocoladevlokken klaar op het aanrecht. Even ben ik vergeten dat degene die nog op bed ligt heeft aangegeven dat ze deze ochtend pas laat begint. Het hindert niet, het is nu eenmaal onderdeel van mijn ochtend en het overslaan van deze handelingen kost inmiddels meer moeite dan ze gewoon afdraaien.
Ik verwacht niet zoveel van de dag en heb eigenlijk geen vastomlijnd plan. Er is blijkbaar veel te vieren. Naast de geplande felicitaties en ingeslagen cadeatjes voor mijn collega die zo ongeveer hetzelfde pad bewandelt als ik, en vorige week zijn handtekening heeft gezet onder een geregistreerd partnerschap, is er ook een collega 20 jaar in dienst. Hij staat niet zo graag in het middelpunt, dus zijn er petit-fours met daarop zijn profielfoto gedrukt op chocolade; geniaal. Verder is er champagne voor de zus van de sous-chef, die na een moeizaam assesment haar opleiding met een ruime voldoende heeft afgesloten. Dat ze meer zit met het feit dat dit assesment an sich moeizaam verliep dan dat ze kan genieten van het feit dat ze geslaagd is, betitel ik als amateurantropoloog als ‘een vrouwendingetje’.
Gelukkig zijn de twee vrouwen naast en tegenover me het hier grotendeels mee eens, dus ik neem nog rustig een slokje van mijn champagne. Moët op maandag, je kunt de week slechter starten.
