#238 Stofzuigen

De zon blijft grotendeels achter de wolken vandaag. Het is vooral grijs. Uit die grijze wolken valt zelf een klein regenbuitje. De eerste sinds toch al flinke tijd. Het is droog in Nederland. Dat zijn we niet gewend. En wij Nederlanders praten graag over het weer, dus het zal in menig bedrijfskantine een favoriet onderwerp zijn. Over dat het gras nu toch echt wel bruin begint te worden en dat er straks dan natuurlijk weer twee of drie weken achter elkaar volle bak water naar beneden stort, precies in de vakantieperiode.

Photo by Kunj Parekh on Unsplash

Ja, want doemdenken doen we graag met zijn allen, mijzelf incluis. Ik hoop dat vandaag een incident was en de rest van de week weer lekker zonnig zal worden. Er staat namelijk iets zonnigs op het programma de komende dagen. Iets minder zonnig was de activiteit van vanavond. Vorige week gaf het apparaat al bijna spontaan de geest, maar bleek het na een afkoelperiode toch weer te doen. Ok, vooruit, de zak was ook gewoon veel te vol, dus zo spontaan was het niet. Na het vervangen van de volle zak kon hij er  weer tegenaan.

Vandaag was het zover, hij mocht weer uit de kast. Of nou ja, mocht. Moest is een beter woord. Onder lichte dwang, die gisteren al een klein beetje was ingezet, moest ik er dan toch aan geloven. Ik deed nog een poging tot onderhandelen en wilde de bovenverdiepingen voor deze keer buiten beschouwing laten. Het mocht niet baten, ik begon op zolder en werkte me een weg naar beneden. Het onding achter me aan slepend en stotend tegen alles wat er maar geraakt kon worden.

Het is een wonder dat er zo weinig sneuvelt, en een nog groter wonder dat dat onding zelf het al bijna tien jaar met mij volhoudt. Ik denk aan een snoerloze steelstofzuiger, zo’n veel te dure, van Dyson, dus zonder gesleep achter je aan. Ik bedenk me net dat ik dat maar uitstel. Vroeger reed ik graag mee op de stofzuiger, misschien wil iemand dat hier ook weleens proberen over een tijdje en zorgt ze er voor dat stofzuigen een hoogtepunt wordt, in plaats van een dieptepunt.

#235 Het weekend

Het weekend is begonnen. Ik ben te laat met schrijven, alweer, en had met enig gemak nog een uurtje extra in bed kunnen blijven liggen, zodat ik half gebroken aan deze dag had kunnen beginnen en vanmiddag had kunnen concluderen dat ik te lang in bed ben blijven liggen. Niks is minder waar, de sous-chef en de mini-chef in haar buik geven aan dat ze wel zin hebben in pannenkoeken.

Photo by Bernard Tuck on Unsplash

Ik stap het bed uit, zoek mijn telefoon, even kijken hoe laat de bus richting een heel ander onderdeel van het weekend vanmiddag ook alweer zou gaan, maar helaas, de batterij is leeg. Dat zoek ik straks wel op. Beneden in de keuken lijkt een klein bommetje ontploft, wat overigens best knap is, aangezien ik al twee dagen niet gekookt heb. Het blijkt vooral gezichtsbedrog, want na een minuutje dingen verplaatsen lijkt er weer wat orde te ontstaan. Ik zoek de bloem, de eieren en de melk bij elkaar en steek de mixer in de schaal met beslag.

De sous-chef snijdt ondertussen een stengel bleekselderij en een aardappel op voor de luid tokkende Linda, Roos en Jessica in de tuin. Ze zijn al snel gewend geraakt aan het feit dat ze in de ochtend wat extra’s te eten krijgen. Ze komt met een mooie lach op haar gezicht terug naar binnen en vraagt of ik een ‘warm ei’ nodig heb voor het beslag. Doelend op het eitje in haar handen, wat één van de dames net heeft gelegd. Er zitten al genoeg eieren in het beslag, dus deze verdwijnt in de koelkast.

De eerste pannenkoek brandt wat aan en van mijn eigen creatie met tomaat, paprika en ui vliegt een plak tomaat tegen de achterwand van het fornuis terwijl ik hem omdraai. ‘Dat kan best eens traditie worden straks, pannenkoeken op zondagochtend’, doelend op het derde bordje wat dan bijgeschoven kan worden. ‘Het is zaterdag’, is mijn enthousiaste antwoord.

Zaterdag, met nog een heel weekend voor ons. Ik vind het een goed idee die pannenkoeken op zondag. Maar morgen nog even niet.

#234 Rode bessen en hortensia’s

Als ik de nieuwsberichten een beetje gevolgd heb, ben ik semi-illegaal bezig. Ik sta namelijk met een oranje gardena-slang in mijn hand, kostbaar drinkwater mijn kas en later ook maar meteen de rest van de tuin in te werken. De regenton is nog niet aangesloten, iets met uitstelgedrag, prioriteiten of tijdgebrek. U mag kiezen. Het laatste is sowieso onzin, dus het zal een combinatie van de eerste twee zijn.

Neemt niet weg dat het oerwoud in mijn kas (volgende sessie iets beter letten op de indeling en de hoeveelheid zaad) met deze temperaturen na twee dagen zo ongeveer levend verbrandt en er niks van over blijft. Dat vind ik zonde, dus dan maar gewoon de tuinslang tevoorschijn halen. Ik zie een buurman verderop in de straat hetzelfde doen dus ik voel me instant minder schuldig. Terwijl ik me via de kas en het grastapijtje naar de eergisteren ingegraven 53ste hortensia in de tuin beweeg, kom ik langs onze bessenstruiken. De bessen zijn rood, rijp en vooral een lekkernij voor de vogels.

Ik stop even ter hoogte van dit fruit, pluk wat trosjes en rits de besjes met mijn tanden van het steeltje af. Een zure smaaksensantie roept meteen verschillende herinneringen op. Herinneringen aan ellenlange fietstochten ’s ochtends om zes uur van Kerk-Avezaath naar Asch. Zo’n beetje rond deze periode, alleen dan een jaar of 18 (!) geleden. Richting de velden van de familie Bloed, alwaar ik per kistje geplukte rode bessen betaald kreeg en de ene week wat meer verdiende dan de andere, afhankelijk van hoeveel zin ik had.

De andere herinnering is die aan Opa en Oma. Aan de bessen in hun tuin die me voor het eerst kennis lieten maken met de zure smaak en de gezichtsuitdrukkingen die daar bij horen. Herinneringen aan opa, voor hij vergat dat hij opa was. En herinneringen aan de groentesoep van oma, een bindmiddel voor een heel gezin. Het lijkt lang geleden, het is lang geleden.

Ik ga door naar de gehavende hortensia, die heeft dorst.

…..

PS 5KM (waarvan de laatse wandelend…)

#231 Dingen te vieren

De maandag begint in een vlaag van verstandverbijstering. Het was door het retourtje Schiphol een korte nacht, maar dat hinderde vooraf niet zo, het was in ieder geval weer een nacht met zijn tweëen. Ondanks het feit dat we niet meer alleen aan de nacht beginnen, maar weer samen, is het eigenlijk toch gewoon een kutnacht. Zoals dat wel vaker het geval is met zondagen die overgaan in maandagen. Nu was dat ook zo. Met enkele redden om langer te blijven liggen dan nodig, sta ik dus ook om 5:23 naast mijn bed en druk mijn wekker uit voor hij af kan gaan.

De rituelen zitten diep ingesleten, want tegen blijkbaar gegeven aanwijzingen in, bezorg ik toch een kop thee naast het bed en zet ik twee crackers met chocoladevlokken klaar op het aanrecht. Even ben ik vergeten dat degene die nog op bed ligt heeft aangegeven dat ze deze ochtend pas laat begint. Het hindert niet, het is nu eenmaal onderdeel van mijn ochtend en het overslaan van deze handelingen kost inmiddels meer moeite dan ze gewoon afdraaien.

Ik verwacht niet zoveel van de dag en heb eigenlijk geen vastomlijnd plan. Er is blijkbaar veel te vieren. Naast de geplande felicitaties en ingeslagen cadeatjes voor mijn collega die zo ongeveer hetzelfde pad bewandelt als ik, en vorige week zijn handtekening heeft gezet onder een geregistreerd partnerschap, is er ook een collega 20 jaar in dienst. Hij staat niet zo graag in het middelpunt, dus zijn er petit-fours met daarop zijn profielfoto gedrukt op chocolade; geniaal. Verder is er champagne voor de zus van de sous-chef, die na een moeizaam assesment haar opleiding met een ruime voldoende heeft afgesloten. Dat ze meer zit met het feit dat dit assesment an sich moeizaam verliep dan dat ze kan genieten van het feit dat ze geslaagd is, betitel ik als amateurantropoloog als ‘een vrouwendingetje’.

Gelukkig zijn de twee vrouwen naast en tegenover me het hier grotendeels mee eens, dus ik neem nog rustig een slokje van mijn champagne. Moët op maandag, je kunt de week slechter starten.

#229 Een team

De twee beste voetballers ter wereld gaan allebei naar huis. Schreef ik al eerder over het feit dat je zonder team nergens bent, bleek dat vandaag eens te meer waar te zijn. De sous-chef is in Porto, alwaar ze wel een WK-koorts hadden en de wedstrijden op grote schermen her en der in de stad te volgen waren. Ik ben benieuwd hoe daar nu de stemming is.

Het is warm vandaag en ik ben lui vandaag. De dag bestaat grotendeels uit twee banken. Eentje binnen wanneer er gevoetbald wordt en degene buiten wanneer er geen wedstrijd aan de gang is. Nieuw leesvoer is er in de vorm van het ‘zwangerschapsboek voor mannen’, wat ik één keer uitlees. Het is een leuk boekje, maar merk dat er afgezien van de biologische en wetenschappelijke achtergrond van hoe zo’n mensje precies opgebouwd is, weinig nieuwe zaken meer in staan en weinig afwijkt van hoe ik het mezelf voorstel allemaal. Er is wel veel herkenning en bevestiging, ook wat waard.

Uiteraard zal het uiteindelijk alsnog allemaal compleet anders verlopen dan dat ik nu denk in te kunnen schatten, maar toch, ik denk dat ik er wel klaar voor ben. Nu heb ik natuurlijk heel makkelijk praten, aangezien mijn aandeel in het geheel eigenlijk pas na deze negen maanden komt. Het echte werk wordt gedaan door de vrouw die er niet is. Die nog even aan het relaxen is in Portugal, die altijd relaxed de hele wereld aan lijkt te kunnen. En dat ook kan. Door haar kan ik dat ook. Wellicht zij ook een beetje door mij. Iets meer het eerste, een klein beetje van het tweede. Zo zie ik het.

Wij zijn wel een team. Dat leer je niet in boekjes.

#224 Een baby reanimeren

Het oorspronkelijke idee werd eigenlijk geopperd door mijn vriend, die tevens dit jaar voor de eerste keer vader wordt. Het idee was om met nog meer vrienden die net vader zijn of vader worden, en dat zijn er nogal wat inmiddels, een cursus te doen. Een cursus EHBO voor baby’s en kinderen. Aangezien ik niet altijd mega-enthousiast wordt van dergelijke dingen, stond ik niet meteen vooraan te springen om ook mee te doen. De sous-chef duwde me echter in de juiste richting.

Door een klein zorgverzekeringsdingetje zijn we helaas afgehaakt bij het groepsfeestje en hebben op eigen houtje een cursus uitgezocht die wel betaald zou worden door het zorgverzekergingskartel in Nederland. We kwamen uit bij het Rode Kruis, de enige optie. Een theoriedeel thuis en een praktijkdeel op locatie in Tiel. Afgelopen zaterdag heb ik dan ook zeker vier uur lang zitten te zwoegen (dat zwoegen is overdreven) op het theoriegedeelte. Wederom bekroop mij vooraf het gevoel ‘hier heb ik helemaal geen zin in’,  maar gaandeweg de cursus draaide dat om.

Ik zag veel dingen waarvan het me goed mogelijk leek dat dit straks daadwerkelijk gebeurt, in huiskamers en keukens die verdacht veel op de onze lijken. Aan het einde van de dag had ik dus ook een redelijk voldaan gevoel. Ik had wat opgestoken en had het idee dat dit weleens toepasbaar zou kunnen zijn. Dit is uiteraard niet de bedoeling, maar toch. Vandaag stond het praktijkgedeelte op het programma. Ergens in een gemeenschapszaal in Tiel, waar ik nog nooit van gehoord had, laat staan geweest ben.

Bij binnenkomst zien we twee mannen. De ene man past qua postuur zeker twee keer in de andere man, en dat ligt een beetje aan beiden. Henk, de wat vollere van de twee is onze cursusleider vanavond. De ander doet de koffie, zijn naam ben ik kwijt. Henk praat ontzettend niet-ABN en gooit daar een vleugje Betuws overheen. Henk heeft wat moeite met de beamer en banjert wat door de zaal. Wederom bedruipt mij het gevoel ‘hier heb ik helemaal geen zin in’, aangevuld met ‘dit wordt een lange avond’. We zien wat filmpjes, krijgen links en rechts wat herhaling over wat voor vreselijks ons kindje straks allemaal kan overkomen en we mogen met een aantal poppen aan de slag. Kleine, en hele kleine. Het voelt gek.

Ik besluit het serieus te nemen en dat is eigenlijk ook het enige wat je moet doen op zo’n avond. Aan de andere aanwezige mannen lees ik een zelfde blik af. Gaandeweg de avond ontpopt Henk zich tot een echte Henk. Een gezellige vent die graag op de praatstoel zit. Dat zitten is ook pure noodzaak, vanwege zijn naar eigen zeggen culinaire abces, maar dat hindert niet. Henk heeft ons de belangrijkste dingen geleerd om snel te kunnen handelen wanneer dat nodig is. Ruim acht uur heeft het me ongeveer gekost, inclusief drie keer de gedachte ‘hier heb ik geen zin in’, ongeveer een normale werkdag. Die gedachte is echter onvergeeflijk als ik straks niet zou weten wat ik moet doen wanneer dat nodig is.

Nu weet ik dat wel, in ieder geval een beetje. Dankzij Henk.

#219 Schepen en haring

Het is een bijzondere dag vandaag. Het is een mix van een aantal werelden. Een onverwachte mix, die ik echter wel had kunnen verwachten. Dingen lopen door elkaar en het kost me bij de overgang moeite te schakelen. Beide werelden zijn inmiddels onderdeel van mij, van mijn leven, van mijn historie. De ene is me niet minder waard dan de andere en dat is wellicht confronterend in zo’n directe overgang.

Photo by Oliver Roos on Unsplash

Ongeveer vier dagen heb ik er aan besteed. Aan een presentatie die ik zelf niet geef. Maar waarvan ik vanaf het begin een onderliggend belang heb gevoeld wat nooit is uitgesproken, maar toch waarheid is gebleken. Vier keer is hij één op één doorgenomen, vier keer is hij gefinetuned. Tot het laatste moment was er een klein stukje twijfel. Een stukje twijfel of we niet te eerlijk zouden zijn. We zakten af naar de plaats van bestemming, de zekerheid was nog steeds niet helemaal aanwezig.

Aangekomen verdween de twijfel gestaag. Naarmate anderen hun verhaal tentoonspreiden, leek ons verhaal steeds meer hout te snijden en misschien zelfs niet eerlijk genoeg. Het ging over schepen en hoe we de bouw hier van in ons land zouden kunnen houden. Er was applaus, er was een lach, een was oprechte interesse en er was een stilte, die hoorbaar was te vertalen naar besef. Besef dat we de juiste snaar hadden geraakt.

Van dit besef was het een abrupte stap naar een ander besef. Het feit dat ik al veel te lang ergens niet ben geweest. De plaats en de mensen die ooit als tweede familie beschouwde, voelt nu bijna vreemd aan. Er is haring en er is bier. Na drie haringen voelt het alweer als vertouwd. Er wordt gelachen, er wordt geïncasseeerd, er wordt uitgedeeld er worden rondjes gegeven en er wordt gedronken. Veel gedronken. Toch is er ook besef dat er te weinig uur in een dag, en te weinig dagen in een week zitten om dit gevoel te kunnen behouden. Ik vraag me af wanneer ik me echt ergens een vreemdeling begin te voelen. En waar…

#216 Over vaders

Mijn vader geeft de planten in mijn kas water wanneer ik op vakantie ben. Hij leent ons zijn auto als we weer eens iets groots ergens op moeten halen of weg moeten brengen. Mijn vader wil straks graag oppassen op zijn eerste kleindochter. Mijn vader helpt ons met het aanschaffen van een nieuwe heg. Hij geeft tips over het aanleggen van gras.

Photo by Bryan Minear on Unsplash

Mijn vader neemt ons mee naar de pannenkoekenbakker. Op de middelbare school hielp mijn vader me altijd uit de nesten wanneer ik daar weer eens in zat. En dat was nogal vaak. Mijn vader gaf me op mijn flikker als ik te laat thuis kwam. Ook dat was nogal vaak. Mijn vader kwam kijken wanneer ik moest voetballen. Mijn vader hielp me aan een baan. Samen met mijn moeder was hij er, toen het leven opeens wat tegen leek te zitten. Mijn vader, die man die nooit huilde, huilde toen opeens samen met mij.

Mijn vader, die graag vier keer afscheid neemt alvorens hij gaat. Mijn vader die graag een biertje met me drinkt. En graag Chinees voor ons haalt. Mijn vader die me meenam naar wedstrijden van Oranje toen ze nog wel wat konden. Die me meenam naar dierentuinen, met me op vakantie ging naar Frankrijk, en naar Zweden. Die me de trap opdroeg toen mijn been in het gips zat. Mijn vader die me altijd vertouwt, ook al is hij het er niet mee eens. Mijn vader die houdt van mijn moeder. Mijn vader die er altijd is.

Ik neem dat allemaal voor lief, alsof het normaal is. En voor mij is het dat ook. En dat komt door hem, mijn vader. Vandaag is voor de vaders. Ik hoop dat ik wat van je geleerd heb ouwe. Volgend jaar ben ik zelf vader.

#208 32 Jaar

Doe Maar schreef er volgens mij ooit een liedje over, maar daar gaat het niet echt over vandaag. Mijn moeder vond dat groepje van Henny Vrienten wel leuk geloof ik, maar dat is ook al zeker weer ruim 32 jaar geleden.

Jezus, 32 jaar, dat klinkt als een eeuwigheid. Toch ben ik vandaag officieel al echt zo lang op deze aardbol te vinden. Toen ik 30 werd, vond ik dat niet bepaald bijzonder, het klonk nog steeds hetzelfde als de verjaardagen de jaren er voor. Vorig jaar werd ik 31 jaar en zelfs die dag is eigenlijk vrij betekenisloos aan mij voorbij gegaan. Nu is het anders.

Nu ben ik 32 en klinkt het opeens serieus. Heel serieus. Gister schreef ik een heel serieus stuk over de dood en vandaag ben ik me er opeens van bewust dat ook ik ouder word. En dat is maar goed ook. Ik word ouder en de jeugd heeft de toekomst. Die jeugd begint nu al voelbaar doelbewust in mijn richting te schoppen en ik ben er nu al van overtuigd dat dit de komende twintig jaar niet meer zal veranderen. Het is een bijzondere gewaardwording wanneer je je toekomstige dochter, weliswaar onzichtbaar, maar toch ook weer niet, zichzelf ten gelde voelt maken.

Het was vandaag dan wel mijn verjaardag, jij bent er al duidelijk bij. En die hebben we gevierd op een plek waar we waarschijnlijk nooit meer zullen komen. Met cocktails die ik waarschijnlijk nooit meer zal drinken. In een sfeer die ik waarschijnlijk nooit meer zal ervaren. En dat is fantastisch. Ik vind je nu al fantastisch, en ik heb nog geen idee wie je bent.

Ik houd nu al van je.

#197 Onweer en sneeuwapen

Terwijl het hele land volgens de berichten zich zo ongeveer in standje zondvloed bevindt en de rubberboten hier en daar door de straten drijven, rolt er hier maar mondjesmaat een klein dondertje uit de hemel en valt er dusdanig weinig regen dat ik morgen alsnog met de tuinslang naar buiten kan. Maar ach, je hoort mij niet klagen. Liever zo dan mijn kas belaagd zien worden door hagelstenen zo groot als stuiterballen. Daar moet allemaal rekening mee gehouden worden tegenwoordig.

Eerder deze avond was er een snelle maatlijd in de vorm van soep uit zak. Een soort pindasoep, die eigenlijk net iets te warm was voor de subtropische temperatuur hier in huis, een af te bakken Turks brood wat al een tijdje in de voorraadkast lag te slingeren, wat smeersels daarbij en twee Italiaanse worsten uit de koopeenvarken.nl lade uit de garagediepvries. Een raar allegaartje, maar vanwege een iets te strak gepland avondschema is het oorspronkelijke plan van aardappels en sperziebonen (vandaar de worst, die daar beter bij had gepast) komen te vervallen tegen het einde van de middag.

Na de maaltijd stond er namelijk een bliksembezoek gepland aan de bedienster van een handig apparaatje. Met dit apparaatje konden we even heel duidelijk, hard en snel de stevige beat van het hartje van onze dochter in spé horen. Fantastisch en nog steeds onwerkelijk tegelijk; dat minimensje wat daar ergens in aanbouw is. De rest van de avond gaat op aan schrijfwerk. Mijn laatste van een eerste drieluik voor Tokyo.nl, een stuk over de sneeuwapen deze keer.

Iets meer dan een jaar geleden liepen we daar nog met zijn tweeën tussen die apen, ergens op een berg in Japan. Het lijk alweer veel langer geleden. Over iets minder dan een half jaar zijn we met zijn drieën. Het lijkt nog zo lang te duren.