Mijn diner bestond vanavond uit verschillende restjes uit de koelkast. Eerst een bakje met wat overgebleven bami van vorige week en toen na een klein dutje op de bank ook nog een klein beetje van de left-over chili con carne van eerder deze week. Het moge duidelijk zijn, de sous-chef is niet thuis. Die is uit eten.
Photo by Harshal S. Hirve on Unsplash
Na deze gevarieerde maaltijd begint het malen. Wat zal ik eens gaan doen vanavond. Eigenlijk heb ik drie dingen die allen vechten om de eerste plaats. Mijn brein vindt ze eigenlijk alledrie even belangrijk dus op een gegeven moment lijkt het erop alsof ik besloten heb dat ze allemaal dienen te gebeuren vanavond, hoewel dit schier onmogelijk is. Een wildernis aan gedachten. Op een gegeven moment lijkt de beslissing uit te vallen richting ‘dan maar geen van allen’ en zoek ik een lekkere positie op de bank.
Na zeker twee minuten zie ik echter het licht, zoals zo vaak in dit soort gevallen en loop ik naar boven. Niet om mijn hardloopkleren aan te trekken, deze is afgevallen. Ik trek even een oud t-shirt aan, eerder deze week heb ik namelijk een gloednieuw t-shirt de eerste keer dat ik het aanhad meteen vakkundig vernacheld toen ik iets soortgelijks deed. Ik loop langs de verfspullen in de garage, ook deze blijven netjes op hun plek. Het in de grondverf zetten van een wiegje, kinderstoel, ledikantje en het schuren van een box valt vanavond ook nog even af.
Ik pak de snoeischaar, wat ijzerdraad en een kniptang. Die andere wildernis, die in de kas is vanavond aan de beurt. Ik red wat er te redden valt, oogst twee komkommers, een handje sperziebonen en een bosje radijsjes. Voor de rest is het knippen, snoeien en binden geblazen. Het is nog geen makkelijke opgave, maar wel een goede leerschool voor een volgende ronde. Less is more, is ook hier het devies.