Terwijl Messi met zijn elftal van secondanten zojuist toch onverwachts verliest van Kroatië, zit de zwarte tijger hier een vers bakje water naar binnen te slobberen alsof ze drie weken niks gedronken heeft. Wat heeft dat met Messi te maken, hoor ik jullie denken en dat denk ik zelf ook. Nou eigenlijk helemaal niks. Het geluid leidde me alleen zo af, dat ik het er wel even over moest hebben.
Ze is inmiddels uitgeslobberd dus we kunnen weer verder. Messi dus. Die Argentijn die in twee eeuwigdurende tweestrijden is verzeild. En die vanavond allebei in zijn nadeel lijken te zijn beslist. De eerste persoon waarmee zich hij al sinds het begin van zijn carriere mee moet meten is Maradona. Die halve gare die in een eerder leven de beste voetballer ter wereld was. En dat was hij echt, daar doen de rare capriolen die hij tegenwoordig uithaalt niks meer aan af. Maradona werd wereldkampioen. Dat zal Messi niet meer lukken.
De andere grootheid waarmee hij altijd in één adem wordt genoemd is die kerel die ook een middelmatig team om zich heen heeft verzameld, maar daar twee jaar geleden wel Europees kampioen mee wist te worden, door het te leiden, er voor te zorgen dat iedereen het beste uit zichzelf haalde. Die kerel die er al wel weer vier doelpunten in heeft liggen op dit toernooi. Die kerel die door vele wordt gehaat om zijn maniertjes, om zijn bravoure, om zijn show om zijn duikelingen. Maar ook terecht wordt bewierrookt om zijn kwaliteiten, zijn drang om altijd te willen winnen, altijd de beste te zijn, altijd zichtbaar te zijn. Die man is Christiano Ronaldo.
Ronaldo lijkt boven te komen drijven in de tweestrijd. Ronaldo gaat op jacht naar de prijs die nog ontbreekt. Messi druipt af, loopt van het veld met zijn gezicht naar beneden, zonder ook maar iemand een blik waardig te gunnen, laat staan een hand. Zijn trainer achterna, die hetzelfde deed. Voetbal is een teamsport, dit was geen team en hun leider was afwezig.
Een gedachte over “#220 Messi”