#228 Joe Speedboot

Op het aanrecht staat het tosti-ijzer me van tussen andere tekenen van vrouwelijke afwezigheid, confronterend en tegelijkertijd vragend aan te kijken. De dag is wederom overgegaan in de volgende dag, zonder een mogelijkheid er over te schrijven. Geen probleem, dit lijkt de extra vrijheid te zijn die ik mezelf heb toegëigend. Zolang er dan maar ergens een compensatie verschijnt dit weekend. Dat moet te doen zijn.

Het tosti-ijzer, alsmede de aangekoekte resten gesmolten en weer gestolde kaas geven goed weer dat het een goede avond is geweest. Een avond op het terras, een echt terras tegenwoordig. Op het tafeltje voor ons is zelden een leeg glas te bekennen en verschijnen schaaltjes met nootjes en borden met hollands glorie; de bittergarnituur. Het koelt af maar dat is niet erg, er zijn terrasverwarmers. Luxe. ‘Ben je een keer op pad met de echte mannen?’ hoor ik iemand van naast zijn nieuwe liefde naar me roepen. Dat klopt, het is een mannenavond.

De avond gaat over in de nacht en ik heb honger. Tosti’s dus. Dat is lang geleden. Het tosti-ijzer van de sous-chef is inmiddels bijna antiek en kent waarschijnlijk meer verhalen dan menig schrijver ooit neer zal kunnen pennen. Ik verbrand mijn vingers en  mijn mond. Ik ga naar bed. Wakker word ik van de wekkerradio van de afwezige in mijn bed en het duurt even voor ik het juiste knopje gevonden heb. Het is een uur of acht en denk dat ik wakker ben en besluit ‘Joe Speedboot’ beneden op te halen en uit te lezen. Nu ben ik gisteren op de tuinbank ook al in slaap gevallen bij een zelfde poging, nu overkomt me hetzelfde.

Rond 11:00 uur schrik ik wakker, waarschijnlijk van een licht schuldgevoel en een latent aanwezige to-do-list. ‘Joe Speedboot’ moet eerst uit, besluit ik. Het boek heeft een soort vakantiegevoel over zich heen, omdat ik er daar in begonnen ben. Het boek heeft deze week ook iets aan kracht ingeboed, niet vanwege het verhaal, maar vanwege haar schepper. De schrijver; Tommy Wieringa. Tommy vond het deze week nodig een nieuwe carriëre te testen als cabaratier. Nu kan hij grappig schrijven, maar deze grap schoot bij mij in het verkeerde keelgat. En dat kan ik dan tijdens het lezen niet meer van elkaar loskoppelen.

Het ging over de ‘aanslagen’ op de Telegraaf en eerder de Panorama. Nu waren beide amateuristisch en met goede afloop, maar het waren wel degelijk aanvallen op journalisten, iets wat we eigenlijk alleen kennen uit het buitenland. Zijn reactie op een vraag van nota bene journalist Twan Huys; ‘Wat vind je daar van?’ was een tenenkrommend, maar gemeend; ‘Het werd tijd’. Een lachsalvo was het gevolg, alsmede een zwijgende Twan. Deze week worden in Amerika vijf journalisten doodgeschoten. Wanneer er in Amsterdam journalisten die niet bij de politieke kleur van Tommy passen worden doodgeschoten, reageert hij dan nog steeds zo? Durft Twan dan nog steeds niet te reageren?

De wereld lijkt uit het oog te verliezen dat er meer is dan een politieke strijd en dat het vooral gaat over hoe we met elkaar en met de wereld om dienen te gaan. Tommy en Twan zouden dit moeten snappen, maar kiezen duidelijk voor kortstondig succes en verschuilen zich achter lachsalvo’s.

In ‘Joe Speedboot’ komt een gemankeerde, narcistische, geweld verheerlijkende schrijver voor, die zelf ook niet vies is van het uitdelen van klappen. Ik heb sterk het idee dat Tommy hier zichzelf het verhaal in geschreven heeft.

Mijn tosti is klaar.

#220 Messi

Terwijl Messi met zijn elftal van secondanten zojuist toch onverwachts verliest van Kroatië, zit de zwarte tijger hier een vers bakje water naar binnen te slobberen alsof ze drie weken niks gedronken heeft. Wat heeft dat met Messi te maken, hoor ik jullie denken en dat denk ik zelf ook. Nou eigenlijk helemaal niks. Het geluid leidde me alleen zo af, dat ik het er wel even over moest hebben.

Ze is inmiddels uitgeslobberd dus we kunnen weer verder. Messi dus. Die Argentijn die in twee eeuwigdurende tweestrijden  is verzeild. En die vanavond allebei in zijn nadeel lijken te zijn beslist. De eerste persoon waarmee zich hij al sinds het begin van zijn carriere mee moet meten is Maradona. Die halve gare die in een eerder leven de beste voetballer ter wereld was. En dat was hij echt, daar doen de rare capriolen die hij tegenwoordig uithaalt niks meer aan af. Maradona werd wereldkampioen. Dat zal Messi niet meer lukken.

De andere grootheid waarmee hij altijd in één adem wordt genoemd is die kerel die ook een middelmatig team om zich heen heeft verzameld, maar daar twee jaar geleden wel Europees kampioen mee wist te worden, door het te leiden, er voor te zorgen dat iedereen het beste uit zichzelf haalde. Die kerel die er al wel weer vier doelpunten in heeft liggen op dit toernooi. Die kerel die door vele wordt gehaat om zijn maniertjes, om zijn bravoure, om zijn show om zijn duikelingen. Maar ook terecht wordt bewierrookt om zijn kwaliteiten, zijn drang om altijd te willen winnen, altijd de beste te zijn, altijd zichtbaar te zijn. Die man is Christiano Ronaldo.

Ronaldo lijkt boven te komen drijven in de tweestrijd. Ronaldo gaat op jacht naar de prijs die nog ontbreekt. Messi druipt af, loopt van het veld met zijn gezicht naar beneden, zonder ook maar iemand een blik waardig te gunnen, laat staan een hand. Zijn trainer achterna, die hetzelfde deed. Voetbal is een teamsport, dit was geen team en hun leider was afwezig.

#211 Crowdfunding

Onze chauffeur is tien minuten te laat. Mijn medereiziger ligt in de luie stoel tegenover mij een uiltje te knappen. Op het jutteren van wat waarschijnlijk een raampje op één van de badkamers is na, is het stil in Bed & Breakfast Villa Maris. Zo stil dat de buurvrouw ons zojuist via de achteringang naar binnen heeft gelaten. Onze sleutels hadden we vanochtend immers al ingeleverd.

De chauffeur is dus opgetrommeld om ons naar het vliegveld in Catania te brengen. De terugreis staat gepland voor vandaag, onze vlucht richting Düsseldorf zal daar te vinden zijn op het grote bord met ‘Departures’. De bestuurder van een oud type Volkswagen Golf, waarvan de versnellingsbak zijn beste tijd heeft gehad, blijkt een vriend van de familie en is in het dagelijks leven bakker, zijn shift zit er net op. Hij verontschuldigt zich en weet ons te vertellen dat we toch voldoende tijd hebben om op het vliegveld te komen. Daar heeft hij gelijk in, dat wisten we immers zelf ook al.

De amateurtaxichauffeur had echter niet gerekend op een fikse bosbrand die ervoor zorgt dat zijn bolide, net als alle andere auto’s, door de politie de snelweg afgedirigeerd wordt. De eerstvolgende oprit die hij probeert blijkt ook afgesloten en we moeten een stukje over voor hem onbekende wegen. Druk in- en uitzoomend op zijn google-maps appje, maakt hij steeds meer onzekere ondefinieerbare geluidjes. En passant vermoord hij ook definitief zijn vijfde versnelling. Na zeker twee minuten onzekerheid achter het stuur, die weliswaar alleen bij de bestuurder aanwezig is, komen we weer terug in een gebied wat hij herkent. De twijfel of dit wel een goede schnabbelcarriere voor hem is zakt weer wat weg en we zien de rokende Etna voor ons opdoemen. ‘Kunnen we die ook nog even afvinken’, hoor ik iemand achterin ontwaken.

Aangekomen op het vliegveld blijkt onze vlucht zeven uur vertraagd te zijn. Helaas, het zij zo, het doet ons verder weinig. We krijgen een dinercoupen en morgen zoeken we allemaal wel uit welke compensatieregelingen er bestaan. Wachten geblazen dus. Tijdens dit wachten scroll ik zoals zovaak doelloos door de tijdlijnen van Facebook, Instagram en LinkedIn. Mijn oog valt op een bericht over crowdfunding. Een geniale uitvinding voor de financiering van businessplannen en andere fantastische ideeën, ik denk er over om de uitgave van mijn eerste verhalenbundel te crowdfunden, maar dat is voor latere zaak.

Dit gaat over ene Jan uit Geldermalsen. Ik ken Jan niet, maar ik denk niet dat we ooit beste vrienden worden. Jan is blijkbaar aansprakelijk gesteld voor de vernielingen die zijn gedaan tijdens de beruchte ‘AZC-rellen’ in Geldermalsen. Jan was daar, waarschijnlijk met een blikje bier in zijn handen, zoals de anderen op de begeleidende foto ook hebben, om goed gevonden leuzen tegen mensen die zij niet kennen te scanderen en later lukraak wat in de rondte te gooien met dranghekken en soortgelijke voorwerpen. Daarbij ging nogal het één en ander kapot en daar moet Jan nu voor dokken. In eerste instantie in zijn eentje, want anderen die aansprakelijk zijn gesteld zitten blijkbaar al in zeven schuldsaneringen tegelijk en van een kale kip kun je niet plukken.

Jan is echter slim. Jan heeft een idee. Jan start een crowdfunding-actie voor de 24.000 euro die hij moet lappen. Volgens het bericht wat ik lees is er zelfs al 2.000 euro opgehaald. Ik lees het nog een keer. En nog een keer. Ik word boos. Boos op de wereld. Boos op Jan ook, en op zijn geldschieters. Recht voor me, bij gate 14 op vliegveld Catania, staan twee vrijwilligers van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Ze doen een crowdfundings-actie oude stijl. Oftewel, ze werven donateurs. Nijdig door het bericht van Jan en zijn nieuwe vrienden loop ik naar ze toe. Of ik wat voor ze kan doen. Dat kan, ik kan donateur worden. Hij legt me het Italiaanse formulier uit en ik zet een krabbel. Vanaf nu draag een miniscuul beetje bij aan een betere opvang van mensen die alles wat ze ooit hebben gekend en gehad achterlaten, op zoek naar iets beters. Wat ze lijken te vinden is vooral nieuwe vijandigheid, in mensen zoals Jan.

Nu zit ik hier dus, nijdig, op een vliegveld in Catania. Niet nijdig door de zeven uur vertraging, maar door Jan. Don’t be like Jan.

#210 Tony Soprano

Ik heb in mijn leven van drie televisieseries alle afleveringen gezien, en ben hard op weg naar een vierde. De eerste is ‘Band of Brothers’, die ik zelfs twee keer heb bekeken. De tweede is ‘Friends’, waarvan inmiddels zoveel herhalingen op televisie te zien zijn geweest dat ik deze naast de bewuste keer, allemaal nog wel drie keer gezien heb. Degene die zometeen als vierde gaat tellen is ‘Mad Men’, maar daar neem ik nog even de tijd voor.

De derde serie die mij van begin tot eind heeft kunnen boeien is ‘The Sopranos’. Het verhaal over een Amerikaanse mafiafamilie met de depressieve Tony Soprano aan het hoofd. Deze Tony werd gespeeld door James Gandolfini, die veel te vroeg overleed in Rome, toen hij een tussenstop maakte op weg naar het Taormina Filmfestival, hier op Sicilië.

Sicilië, de bakermat van de mafia. Geromantiseerd in boeken en films. Films als ‘The Godfather’, waarvan alle delen ook in mijn bescheiden dvd-collectie te vinden zijn. Het mafialeven van de familie Soprano en aanverwanten was alleen wat minder romantisch en episch. Tony was depressief en bezocht hiervoor een psyschiater. Verder bestond zijn leven vooral uit een sleur die het leven als professioneel crimineel ook gewoon met zich meebrengt. Er werd met name veel onder ‘werktijd’ gedronken, gerookt en buiten de deur geneukt. Dingen die het leven als gangster blijkbaar gemeen heeft met het leven als reclameman in Mad Men.

Een duidelijk verschil tussen die twee industriën is echter het vele fysieke geweld. De reclamejongens beperken het, afgezien van een verdwaalde vuist op andermans gezicht, veelal tot bekvechten en psychische spelletjes. De mafiajongens slaan, steken en schieten er ook naar hartelust op los. Deze risicovolle bedrijfstak kent zijn oorsprong hier op dit Italiaanse eiland. Meer dan eens heb ik geprobeerd signalen op te vangen van deze voor het oog van de leek, en zeker voor de toerist, vrijwel onzichtbare branche. Ik wilde het graag zien; de stereotype mannetjes-mannetjes met een sigaar of sigaret, foute zonnebril en glanzend overhemd, die al bellend het restaurant even snel in en uit lopen om hun wekelijkse ‘beschermgeld’ te innen. Dit terwijl ze en-passant wat vage ietwat angstige kennissen op het terras begroeten met twee zoenen.

Zo werkt het natuurlijk niet in het echt, of misschien ook wel, wij zien het in ieder geval niet, en dat is waarschijnlijk maar goed ook.

#209 Zwaardvis

The Donald en Kimmie zijn aangekomen in Singapore voor hun circus. Eerder deze week stond de grote vriend met het slechtste kapsel ter wereld (al doet Kim ook een gooi naar deze titel) al op de bühne tijdens de G7 show, alwaar hij schijnbaar uiteindelijk niet mee wilde spelen met de andere wereldleiders. Ze deden maar gemeen tegen hem. Maar daar ga ik het nu allemaal niet over hebben. Ik ben op vakantie en al die ongein kan me eerlijk gezegd gestolen worden.

Ik vraag me überhaupt af of ze hier weten wie Donald Trump en Kim Jong-Un zijn, laat staan dat het ze interesseert dat deze twee leeghoofden ergens in Singapore met elkaar op de foto gaan deze week. Ik vraag me op dit moment af hoe ik deze zijstraat nu ga koppelen aan de titel van dit stukje. De titel is namelijk altijd hetgene waarmee ik begin en het komt maar zelden voor dat het stuk een dusdanige wending neemt, dat ik achteraf de titel moet wijzigen. Ok, het komt weleens voor, maar niet vaak. En nu ben ik dat zeker niet van plan, dat is teveel eer voor de randdebiel-in-chief.

Het zou dus gaan over zwaardvis. ‘Zwaardvis?!’ hoor ik jullie nu denken. Ja, dat dachten wij ook een maandje of twee geleden, toen het opeens wat vaker ging over wat er wel en niet gegeten mag worden tijdens een zwangerschap. We deden er toen lacherig over, op het lijstje met vissen die een tijdje off limits zouden zijn, stond tussen de wat bekendere varianten namelijk ook; zwaardvis.

‘Wanneer eet je dat nu?’, vroegen wij onszelf af. Daar hoefden we ons in ieder geval niet druk over te maken. Dachten we. Inmiddels is dit van de zes dagen dat we hier nu zijn, volgens mij de vijfde dag dat ik iets met zwaardvis op mijn bord heb zien verschijnen. De karakteristieke vis is hier namelijk de plaatselijke specialiteit en iedere taverne, trattoria of osteria serveert hier minstens een gerecht of vijf met deze zeebewoner.

Ik ben benieuwd wat er in Singapore op het menu staat deze week. Zwaardvis zal wel te licht bevonden zijn, maar ik betwijfel of er zoiets bestaat als raketvis.

#208 32 Jaar

Doe Maar schreef er volgens mij ooit een liedje over, maar daar gaat het niet echt over vandaag. Mijn moeder vond dat groepje van Henny Vrienten wel leuk geloof ik, maar dat is ook al zeker weer ruim 32 jaar geleden.

Jezus, 32 jaar, dat klinkt als een eeuwigheid. Toch ben ik vandaag officieel al echt zo lang op deze aardbol te vinden. Toen ik 30 werd, vond ik dat niet bepaald bijzonder, het klonk nog steeds hetzelfde als de verjaardagen de jaren er voor. Vorig jaar werd ik 31 jaar en zelfs die dag is eigenlijk vrij betekenisloos aan mij voorbij gegaan. Nu is het anders.

Nu ben ik 32 en klinkt het opeens serieus. Heel serieus. Gister schreef ik een heel serieus stuk over de dood en vandaag ben ik me er opeens van bewust dat ook ik ouder word. En dat is maar goed ook. Ik word ouder en de jeugd heeft de toekomst. Die jeugd begint nu al voelbaar doelbewust in mijn richting te schoppen en ik ben er nu al van overtuigd dat dit de komende twintig jaar niet meer zal veranderen. Het is een bijzondere gewaardwording wanneer je je toekomstige dochter, weliswaar onzichtbaar, maar toch ook weer niet, zichzelf ten gelde voelt maken.

Het was vandaag dan wel mijn verjaardag, jij bent er al duidelijk bij. En die hebben we gevierd op een plek waar we waarschijnlijk nooit meer zullen komen. Met cocktails die ik waarschijnlijk nooit meer zal drinken. In een sfeer die ik waarschijnlijk nooit meer zal ervaren. En dat is fantastisch. Ik vind je nu al fantastisch, en ik heb nog geen idee wie je bent.

Ik houd nu al van je.

#207 Parts Unknown

Hij bezocht de afgelopen jaren zo ongeveer 120 landen, kan er eentje meer of minder zijn. Deze landen leerde hij kennen aan de hand van hun eetgewoontes en alles wat daarmee samenhing. En eigenlijk hangt alles met eten en eetgewoontes samen, alles draait om eten. Iedere cultuur, ieder land, iedere streek, ieder volk, iedere subcultuur; ze hebben allemaal hun eigen eetgewoontes. De ene vinden we raar, de ander wat minder, maar als je goed kijkt, lijken ze allemaal wel ergens een beetje op elkaar.

Dit weten we, omdat hij het ons liet zien. Hij bracht ons naar culturen die we zelf soms ook van dichtbij hebben mogen bekijken, naar culturen die we graag nog eens zouden ervaren en naar oorden die ons verder gestolen zouden kunnen worden. Hij ging er naartoe, leefde uit zijn koffer, leefde uit hotels, liet zich leiden door lokale vrienden en heeft waarschijnlijk meer airmiles verzameld dan wie dan ook. Hij vertelde verhalen, hij boeide mij, zoals weinig dat doen. Het was zijn tweede leven, in een eerder leven kookte hij. In zijn geliefde stad New York, een foodwalhalla en samensmelting van alle landen die hij later bezocht.

Hij was verslaafd aan de geperfectioneerde sandwiches van de Seven Elevens en Lawsons in Tokyo, zoals hij vroeger verslaafd was aan andere dingen. Hij was net als ik een beetje verliefd geworden op Tokyo. Noemde het zelfs de stad waar hij zou willen wonen wanneer hij alleen was. Wanneer hij met niemand op deze wereld meer iets te maken zou willen hebben. Misschien had hij daarvoor moeten kiezen. De wereld wilde wel iets met hem te maken hebben, de wereld wilde van hem leren, luisteren naar zijn verhalen. Obama wilde met hem eten in Vietnam. Sterrenchefs maakten hun opwachting in zijn Emmy-winnende programma ‘Parts Unknown’, het enige televisieprogramma wat voor mij sinds lange tijd van waardeloze televisie enige waarde heeft gehad, het enige programma waarvoor ik me een uurtje wilde, en kon, concentreren.

Het programma waarvoor hij bezig was met nieuwe opnames. Samen met vriend en driesterrenchef Eric Ripert en vriendin Asia Argento was hij hiervoor in Frankrijk. Eric vond hem vandaag, 61 was hij, en hij heeft besloten dat zijn leven hier klaar was. Hij is op zoek naar nieuwe Parts Unkown.

Your body is not a temple, it’s an amusement park. – Anthony Bourdain

#206 Capitano Francesco

Terwijl we wakker worden en het gordijn van de deur naar ons dakterras openschuiven, lijkt het bewolkt te zijn. Het is nog redelijk vroeg, maar ook weer niet dusdanig vroeg om nog een laatste restant van het aanbreken van de dag te kunnen zijn. Het voornemen was om vandaag een ander strand op te zoeken dan gisteren, maar door de wolken aan de hemel en de stevige bries die deze wolken vergezeld besluiten we en passant het plan voor morgen vast uit de kast te trekken.

Het plan voor morgen was namelijk dat we de naastgelegen stad Siracusa aan zouden doen. Volgens het reisboekje van de ANWB, wat we speciaal aangeschaft hebben, is deze eeuwenoude plaats namelijk best een bezoekje waard. Nu zijn we verder niet van plan heel veel actieve zaken te ondernemen, dus deze stad, ongeveer een half uurtje rijden van ons stadje vandaan, werd uitverkoren als ‘activiteit’. Eigenlijk voor morgen dus, maar plannen kunnen nu eenmaal wijzigen. Het is fijn als plannen kunnen wijzigen, want vandaag was bijvoorbeeld uitermate ongeschikt geweest als stranddag. Morgen staat er een weercijfer ’10’ te gebeuren, dus is waarschijnlijk wat geschikter als dag niksen op een strandbedje.

Siracusa dus, dat was het plan. Er zou een station moeten zijn in Avola en vanaf daar zouden we met de trein richting de oude Barok-stad kunnen. Dat kon ook, maar niet op het tijdstip wat wij op het oog hadden. Forenzen gaan nu eenmaal niet rond 11:00 uur richting hun werk, zelfs niet in Italië, en het loont hier blijkbaar niet om de gehele dag een dienstregeling op orde te hebben, geen trein te bekennen. De bus dan maar, die pas gaat na een wandeling de andere kant op, twee espressootjes, een zoet broodje en een arancini-vulkaantje op een pleintje in de buurt van de bushalte. Half uurtje later staan we in Siracusa.

‘Wat gaan we hier eigenlijk doen?’ is de vraag die we aan elkaar stellen. Eerst maar wat eten, het is immers al lunchtijd. Twee borden pasta en een wijntje later lopen we terug richting de man die ons zojuist een boottochtje probeerde aan te smeren. Hij heeft succes, twee kaartjes graag. Eénmaal aan boord stuurt Capitano Francesco, een stereotype Italiaans alpha-mannetje zijn bootje de golven door rond het schiereiland. Wat fotomomentjes met de mensen aan boord, een muziekje op standje ‘zo horen de mensen mij aan wal ook’ en wat summiere uitleg over wat we zien verder, zijn we alweer bijna rond.

Een foto achter het ‘roer’, voorzien van een zonnebril met daaraan vast een plastic kapiteinspetje sla ik beleefd af. Twee mannen in het begin van hun midlife-crisis lachen in die pose enthousiast naar de camera’s van hun vrouwen, die waarschijnlijk vol staat met stiekeme kiekjes van Francesco. Het was leuk, maar gelukkig lonkt morgen het strand weer.

#205 Schapen tellen

Na de eerste nacht in ons bed, stond het breakfast netjes voor ons klaar. Aangezien het hier nog niet bepaald hoogseizoen is, al vraag ik me af of dit plaatsje überhaupt een hoogseizoen kent, zijn we de enigen die deze ochtend gebruik maken van een Ikea-bistrosetje op de buitenplaats. Hetzelfde bistrosetje hebben we thuis in de voortuin staan, dus het is meteen vertrouwd.

Eén van de huisbazinnen, ergens heb ik het idee dat deze B&B gerund wordt door louter vrouwen, brengt ons een schaal met de gisteravond bestelde croissants. Eén met room en één met Nutella voor mij en eentje met Nutella voor de sous-chef. Het zijn flinke jongens en met de vulling is ook niet bepaald zuinig omgesprongen, dus tussen het naar binnen werken van nummer één en nummer twee dient even wat indaaltijd te zitten. Doe in tussentijd nog maar een espressootje, de eerste bezorgde me enige rillingen en die sensatie wil ik nog wel een keer.

Na wat vers fruit, een halve kan jus d’orange en wat water zijn we wel verzadigd. Ik besluit voor morgen één croissant minder te bestellen, want het ligt al enigzins zwaar op de maag. Gelukkig moeten we een stukje lopen richting het strand wat we op het oog hebben, dus kunnen de zoetigheden vast wat zakken. Tijdens de wandeling langs de op het oog verlaten kust, voorzien van de nodige vervallen vakantiewoningen, worden we vergezeld. Vergezeld door een onverwachte groep die ook wel wat te eten lust en daar gezamenlijk naar op zoek zijn. Het geklingel kondigt zich luidruchtig aan en op een gegeven moment hebben we geluk dat de weg waar we op dat moment lopen aan het einde niet meer aan beide kanten voorzien is van een muur, zodat we kunnen uitwijken.

Een grote kudde schapen rent op een drafje door de straat, hier en daar vretend aan ieder bosje gras wat ze tegenkomen. Het is een gezellige kakafonie van bellen, ik wou zeggen koeienbellen, maar dat gaat hier natuurlijk niet op. Zodra de stoet, met als sluitstuk een herder in een auto, voorbij is, merken we dat we al op het beoogde strand staan. We zoeken de ligbedjes op, installeren onszelf en ik begin aan een nieuw boek; ‘De jacht op het verloren schaap’.

Ik geloof overigens nog steeds dat toeval gewoon bestaat.

#204 Scampi’s

Wanneer we onze koffers te pakken hebben, kiezen we de uitgang waarboven staat ‘nothing to declare’, as usual. Ik vraag me af of ik ooit nog een keer die andere optie moet verzilveren. Dat ik zoveel exotisch servies in mijn koffer heb gepropt dat ik toch even aan de douane wil vragen of dat allemaal wel zo het land in mag. Maar goed, vanuit Nederland hebben we niets bijzonders meegenomen, dus dat is niet aan de orde nu. De zakken aardappels, potten pindakaas en doosjes hagelslag zijn nog lang geen vast onderdeel van onze vakantiebagage, dus we kunnen doorlopen.

Eenmaal de schuifdeuren door lopen we pal aan tegen iemand die een bordje ‘Voerman’ omhoog houdt en ik ga er dan ook maar vanuit dat ze voor ons komt. Dit blijkt zo te zijn en we volgen haar en haar collega richting het parkeerterrein. De koffers verdwijnen achterin en een van de twee is even het parkeergeld betalen. Ik zet nog snel even mijn nieuwe zonnebril van Charlie Temple op mijn neus om de laatste zonnestralen te blokkeren, maar dit blijkt al vrij snel overbodig, of beter, overmoedig. We draaien de snelweg langs de kust op en zetten koers richting Avola, onze eindbestemming.

De dame achter het stuur, Maria heette ze als ik het goed verstaan heb, jakkert in een vaartje van zo ongeveer 130 km/u langs een politieauto op de weg waar vrij duidelijk aangegeven staat dat de limiet op 80 km/u ligt. Ze verblikt of verbloosd niet en zingt zachtjes mee met wat volgens mij een nummer van Laura Pausini is, geen grapje. Eenmaal aangekomen in Avola, waar ons Bed & Breakfast waarin we deze week verblijven staat, klikt ze haar gordel vast los. Als we in de laatste straat voor aankomst opeens langs een stilstaande auto van de carabinieri rijden, wordt ze opeens wel heel zenuwachtig. Het is meteen duidelijk hoe de verhoudingen hier liggen.

Na de koffers gedropt te hebben in onze kamer en onze ontbijwensen voor morgen te hebben doorgegeven, wandelen we terug richting de boulevard waar we zojuist langsreden. We kiezen één van de tratoria’s uit en het is meteen raak. Risotto met scampi’s en mosselen, ravioli met ricotta en pistache, insalata mista, vino bianco en vooraf een broodje met olijfolie, peper, zout en oregano. We zijn in Italië. Van de scampi’s blijft weinig meer over dan alleen vette vingers.