#175 Met een appelmoesje

Na een dag als gisteren is het toch wat lastig uit bed komen zo op de maandagochtend. Tijd om stiekem een half uurtje te blijven liggen is er niet, aangezien er een presentatie op het programma staat waar ik ook onderdeel van ben. Ook moet ik nog even bekijken hoe ik überhaupt op mijn werk kom, aangezien fietsen me nog geen fijn plan lijkt en ik vooraf geen reservering heb geplaatst op het grijze scheurmonster hier op onze oprit.

Voorzichtig vraag ik de hoofdbestuurder van deze bolide of het mogelijk is dat ik er vandaag een rondje mee rijd. Dit blijkt geen probleem en ik kan me met een gerust hart begeven naar de badkamer om me te scheren. Plan B was geweest dat scheren te laten voor wat het was en alsnog te gaan fietsen. Niet echt een goede optie, maar toch, altijd fijn een plan B te hebben.

Na een ontbijt en een kort autoritje, is het tijd voor de presentatie. Eerst wat terugblikken op wat al is geweest, iets over beurzen, en daarna een vooruitblik naar wat er privé gaat komen. 22 Oktober is de datum volgens de sheet achter me, die verder een cover van het boek ‘Vader worden voor dummies’ laat zien. Een klein applausje valt me ten deel en ik kan niet ontkennen dat ik dat leuk vond. De dag is om 9:00 uur al geslaagd. De rest van de dag gaat grotendeels op aan een persbericht, iets met nieuwbouw, en de verspreiding hier van. Snel weer naar huis, even tanken, morgen moet de hoofdcoureur weer op pad.

Op het menu; stamppot rauwe andijvie. Waar ik zelf bij aankoop geen enkele zin in had, maar me nu toch erg lekker lijkt. Geen poespas, gewoon een stamppotje. Met worst. En een appelmoesje? Appelmoesje!? Tsja, dat dacht ik de eerste keer ook, toen de sous-chef en ik nog twee huizen hadden en de aarappelpuree nog uit een pakje van maggi kwam. Ik snapte het niet, maar probeerde het toch. Nu hoort het erbij, een appelmoesje bij de andijvie. De pakjespuree is inmiddels verboden.

#171 Bruine bonen

De sous chef gaf gisteravond aan dat ze vandaag wel weer eens een keertje bruine bonen wilde eten. Het pakje gedroogde bruine bonen van Hak werd dan ook pontificaal voor mijn neus op tafel gezet, zodat ik het wellen niet zou vergeten. ‘Komt goed’ wist ik uit te brengen.

Toen ik mezef, na het schrijven van #170, ook richting de douche, tandenborstel en uiteindelijk het bed bewoog, kwam de vraag ‘staan de bonen in het water?’. Zonder te antwoorden begaf ik mezelf weer naar beneden en zag het pakje van Hak eenzaam in het donker op de keukentafel staan. Alsnog de heft van de inhoud in een bak met water gezet. Waarom doe je dat eigenlijk, wellen? Ik heb het eens opgezocht en er is niet echt een sluitend antwoord op. Het meest voorkomende antwoord waar de bonenprofessors op deze aarde het over eens lijken te zijn, is dat er dan wat processen op gang worden gebracht die er voor zorgen dat je lichaam de voedingsstoffen in die dingen wat sneller opneemt. Bijkomstigheid daarvan weer is dat je wat minder last van winderigheid krijgt.

Want daar staan bonen nog altijd om bekend. Goed, na een nachtje wellen dat hele zwikkie dus in de pan en een uurtje koken. Gebakken aardappels erbij, stukkie vlees erbij en picallily erbij, althans de sous chef. Eigenlijk is het die sous chef alleen om de picalilly te doen, maar alleen zo’n potje van Kesbeke leeglepelen is natuurlijk niet echt een voedzame maaltijd.

Na een trip richting onze minst favoriete, maar in mijn optiek meestbezochte bouwmarkt; de Praxis, trek ik nog even de hardloopschoenen aan. De zon schijnt en niks houdt me tegen. Tot ik ongeveer 2,5 km van huis ben. Dat wellen heeft blijkbaar niet geholpen. Rechtsomkeert, in een nogal gespannen wandeltempootje. ‘Slechtste idee ooit!’ roep ik richting de piccalilly-fan op de bank, wanneer ik met veel pijn en moeite de finishlijn heb gehaald.

Bonen en hardlopen, niet de ideale combinatie. Zo leer je iedere dag wat.

….

PS net geen 5KM, waarvan de helft gewandeld

#170 Kabeljauw en Mo Salah

Vanochtend las ik in de krant, ja dat papieren ding dat door een persoon iedere dag door de brievenbus wordt geduwd, iets over ene Mo Salah. Mohammed Salah Ghaly om precies te zijn. En om eerlijk te zijn, als er geen foto bij had gestaan van deze Mo in een voetbalshirt, dan had ik gedacht dat het een zoveelste bericht was over de oorlog in Syrië, of in Jemen, of een ander conflict in die hoek. Ik schaamde me meteen voor deze stereotyperende gedachte. Maar dat is ook een beetje inherent aan de krant lezen, aan vooral de headlines scannen. Je vult dingen snel in, vaak verkeerd.

Kranten staan vol met naar nieuws, over conflicten, oorlogen en andere misdaden. Al zo lang er kranten bestaan. Het bericht over Mo was een ander soort bericht. Een postief stuk. Over een jongen uit Egypte, die zich in de voetbalwereld als enige lijkt te kunnen meten met Messi en Ronaldo. De speler van Liverpool blijkt ook een filantroop die veel goeds doet voor zijn geboorteplaats. Een bescheiden jongen. Lijkt me een mooie kerel. Dat ik lang geen voetbal meer heb gekeken blijkt wel uit het feit dat ik hem simpelweg niet kende, nog nooit van gehoord zelfs. Toch besluit ik door het verhaal dat ik de wedstrijd van vanavond best weer eens kan bekijken. Eens zien wat Mo allemaal kan.

De wedstrijd gaat tussen de huidige club van Mo en de vorige club van Mo. Liverpool en AS Roma. In de eerste ontmoeting tussen tussen de twee clubs schijnt hij te hebben geschitterd. Na een gebakken kabeljauw met geroerbakte brocolli en notenrijst, is het eerst nog even tijd voor een paar kilometers op de hardloopschoenen. Ik ben precies op tijd voor de voorbeschouwing en die is nog even tenenkrommend als altijd. Ik zie Edgar Davids zitten en hij lijkt te praten, maar ik weet niet wat hij zegt.

De wedstrijd begint, ik pak nog snel even wat fruit in de keuken en mis meteen al een eerste goal. De gelijkmaker mis ik op één of andere manier ook, maar gelukkig zie ik nog wel een landgenoot scoren. Maar waar is Mo? Mo is onzichtbaar. Geen geweldenaar. Geen wereldtopper. Ik zie hem niet. Het is rust. Ik ben de aandacht alweer verloren.

Wat zal er morgen in de krant staan?

….

PS 10,5km

Krokant laagje

We nemen, een bakje overgebleven gestoofde rode kool van een week of twee geleden uit de vriezer. Een pakje runderpoulet, uit de andere vriezer die in de schuur staat, ooit geleverd door de vrienden van koopeenkoe.nl en de laatste aardappelen uit de zinken emmer op de keukenvloer. Het vlees is wat laat uit de vriezer gekomen, dus even snel in een bak koud water om snel te ontdooien.

Uit de tuin

Het plan is eerst een soort stoof te maken van het vlees zelf en daarna alles samen als een ovenschotel nog een keer extra in de oven. Uit de tuin komt nog wat bleekselderij en een handjevol kruiden. Uien zijn altijd wel in huis en uit de groentela in de koelkast komt een winterpeen. Het vlees is inmiddels ontdooit en kan in stukken worden gesneden. Althans, dat was het al, maar sommige hompen ietsjes fijner snijden kan geen kwaad.

In een braadpan wat olie en een flink stuk boter samen verwarmen en laten smelten. Vlees erin, vuur niet superhoog, maar ook niet te laag. Beetje zout er over zodat de sappen er goed uitkomen. Ondertussen een litertje of wat bouillon op het vuur. Zodra het vlees aan alle kanten dichtgeschroeid is, mag het er weer uit, het vocht kan in de pan blijven. Fijngesneden peen, uien en bleekselderij in de pan, minuutje of tien fruiten, vlees er weer terug bij. Even samen goed verwarmen zodat alles weer dezelfde temperatuur krijgt. Een flinke stuif bloem er over, zodat de smaken er goed inblijven en roeren tot het allemaal lekker aan elkaar plakt.

Speciaalbiertje

In de koelkast nog een speciaalbiertje gevonden. Brand Sylvester, als ik het goed herinner een overblijfsel van een speciaalbieravond van vorig jaar. Prima voor vandaag, in zijn geheel in de pan kieperen. Lekker roeren tot het begint te pruttelen en de geur van alcohol vervlogen is, en alles wat zoetig begint te ruiken. Paar scheppen bouillon en een laurierblad of twee toevoegen en alles mag de over in voor een uurtje of vier (140 graden ongeveer).

Aardappels schillen en half uurtje koken in de overgebleven bouillon. Fijnstampen met een flinke scheut melk, paar draaien peper en wat klontjes boter. Na het stampen doorroeren tot het een lekkere plakkerige zachte massa wordt. Purree. De rode kool even laten uitlekken, we willen niet teveel vocht in de ovenschaal. Het geheel opbouwen. Het stoofvlees onderop, de rode kool daar op en de purree daar weer op. Alles bij elkaar al zo’n vijf uur bereidingstijd, maar ach, het is zondag! Als finishing touch een mooi krokant laagje. Of tenminste dat was het idee. Een klein beetje paneermeel met wat kleine klontjes boter goed mixen met een garde en dan bovenop de rest als laatste laag.

250 graden

Oven op 180 graden en de timer op dertig minuten. Het bovenste laagje ziet bij de eerste wekker nog wat witjes. Nog maar tien minuten op 200 graden dan. Ook na het tweede signaal van de ovenwekker ziet alles nog steeds wat blank. De schaal dan maar iets naar boven en alles nog eens tien minuten langer, nu op 250 graden, iets met geduld. De wekker gaat voor de laatste keer, de keuken ruikt inmiddels niet meer naar de mix van hartig en zoet van de twee verschillende stoven, maar naar een vuurkorf die nog wat nasmeult op een feestje wat tegen het einde begint te lopen en waar al even geen vers hout meer op gegooid is. Oven open, mooie wolk rook de keuken in.

Het krokantje laagje is er! Het is alleen wel wat zwart en verdwijnt ook linea recta weer de prullenbak in. Timing blijft essentieel.

Kliekjesdag

Vrijdag is bij uitstek een onbestemde dag voor wat eten betreft, qua werk ook overigens. De laatste dag van de werkweek wordt meer niet, dan wel meegenomen in de wekelijkse plannen. Die plannen ontstaan meestal op zaterdag bij de groenteboer, of op zondag bij de Albert Heijn. Vroeger kwam vrijdag hier nog wel eens in voor, maar dat resulteerde altijd in een bergje overgebleven niet gebruikte groente (soep). Niet zelden omdat we gaandeweg de week toch niet één avond, maar twee avonden niet thuis blijken te eten.

Photo by Mike Petrucci on Unsplash

Vrijdagmiddagborrel

Op vrijdag wordt er dus niet vaak vanaf scratch iets gekookt, vrijdagmiddag is meer iets voor een borrel. Die dan vanzelf overloopt in de avond. Uitzonderingen daar gelaten wanneer er vrienden aanschuiven. Maar goed, een borrel en niks eten gaan niet zo goed samen, dan gaat het licht wel heel vroeg uit. Daar is een oplossing voor, een oplossing die de moeders, oma’s en overgrootoma’s van deze wereld al als volwaardige maaltijd op een vaste dag in de week serveerden. De kliekjes.

Nieuwe stijl

Kliekje, mooi woord. In dit geval betekent het overblijfsel. Het kan ook een samenklontering, een samensmelting, een hechte groep mensen betekenen. Die groep mensen sluit dan andere niet gelijk gestemden dan weer uit. Iets wat de kliekjes eten verzameld tijdens de week niet bepaald doen. Alles kan samen, soms letterlijk. Erwtensoep met curry, nog net niet in dezelfde pan. Een plastic bakje rode kool uit de vriezer, een kliekje van verder terug, verdwijnt toch maar weer in de koelkast, teveel van het goede. Zondag maar een extra kliekjesdag inlassen. Kliekjesdag nieuwe stijl. Met een overblijfsel van eerder als hoofdingrediënt, een compleet nieuw gerecht samenstellen.

Snertdag

Vandaag is gisteravond eigenlijk al begonnen. Het doel was om er vandaag een lange en productieve dag van te maken en een flinke to-do lijst af te strepen of waar mogelijk nog meer. Aangezien ik dat dus gisteravond al wist en gepland had een uurtje of wat later thuis te zijn, ben ik toen ook maar vast begonnen met het diner voor vandaag. De ingrediënten voor die bij het weer passende maaltijd waren allemaal al in huis, behalve een redelijk belangrijk onderdeel, spliterwten.

Hamlappen in plaats van karbonade

Jullie raden het al, het gaat hier over het wereldberoemde gerecht, de erwtensoep. Eerder deze week was er al een soepje en gisteren waren er de mislukte bonen, nu dus een combinatie (Erwten zijn ook peulvruchten). Spliterwten even in het water om te weken, volgens sommige recepten hoeft dat niet perse, maar na het fiasco met de limabonen neem ik geen risico meer. Pannetje met bouillon op het vuur tot het kookt, gooi er ook één of twee blaadjes laurier in, kan geen kwaad. Hamlappen in stukjes gesneden erbij en een klein half uurtje koken. Eigenlijk horen dit karbonades te zijn, maar die waren niet meer te vinden in de koopeenvarken-lade in de diepvries, dus dit voldeed ook prima.

Grote pan op het vuur met scheutje olie erin, uitje en een winterpeen fijn gesneden even fruiten met wat peper en zout (wellicht overbodig, maar lekker voor wat extra smaak). Prei en knolselderij in halve ringen en stukjes snijden. Nog een extra winterpeen in halve of hele rondjes snijden. Twee of drie aardappels fijn snijden, voor de binding en dan de bouillon inclusief vlees over de gerfruitte groente gieten. Wanneer het weer bubbelt, alle groente, inclusief de geweekte erwten erbij en ruim een uur lekker laten koken.

 

Woordenchef-snert-kruiden-worst.jpg

Lepel rechtop

Na een uur kun je een in stukken gesneden rookworst (naar eigen voorkeur) toevoegen en het liefst ook wat fijngesneden selderij, of in mijn geval peterselie, want die staat in de tuin. Deksel er weer op en nog een uurtje lekker laten pruttelen. Af en toe roeren en tegen het einde zo nu en dan een lepeltje proeven om te kijken of er nog wat mist, een beetje peper, een beetje zout. In een goeie snert hoort de lepel rechtop te blijven staan, maar vind je het meer op stamppot lijken, voeg dan nog wat water toe.

 

Woordenchef-snert-lepel-rechtop

 

Snert dus, dat is ook van toepassing op de gehoopte productieve dag vandaag. In plaats van meters maken, werd het vooral wachten geblazen en planningen aanpassen. In plaats van twee keer zoveel afstrepen werd het de helft en kwam er weer net zoveel bij. Gelukkig wist ik wat er thuis op me te wachten stond.

Snertdag dus, letterlijk en figuurlijk. Mooi in balans.

Harde bonen

Herman den Blijker maakt met zijn glanzende bonenhoofd al een tijdje een catchy reclame voor Hak. Ik moet eerlijk bekennen dat ik de spotjes over het algemeen best aardig geslaagd vind en er zelfs zo nu en dan om heb moeten grinniken, een klein beetje dan.

Bonen erbij?

Bonen zijn er in alle soorten en maten. En ook aan kleuren geen gebrek. Met bonen bedoelen we eigenlijk peulvruchten. Die bonen van Hak, die in een potje, vast voorgekookt enzo, daar zitten nogal wat scheppen suiker in. Lekker natuurlijk, makkelijk ook zo’n potje, maar het kan ook anders. Tenminste, dat was de bedoeling.

Planning vereist

Via een webshop gespecialiseerd in ‘Oriental’ etenswaren heb ik laatst een aantal verschillende soorten gedroogde bonen besteld. Dit waren de wat meer exotische varianten zoals Limabonen, dahl, black eyed peas (ja echt) en mungbonen. Gedroogd betekent dat je die dingen ongeveer een uurtje of 24 moet laten wellen alvorens je er iets mee kunt. Dat vereist nogal wat planning, en laat dit nu niet altijd mijn sterkste punt zijn. Hoewel er wel wat vooruitgang te bespeuren is zo links en rechts, al ik het zelf zeg dan. De planning liet me vandaag echter wat in de steek, of beter, gisteren al, want toen hadden de bonen in kwestie eigenlijk al in het water moeten liggen. Je raadt het al, dit werd uiteindelijk pas deze ochtend. ‘Mwah, een paar uur zal vast voldoende zijn’, dacht ik vanochtend om een uur zeven.

Een handje Limabonen te wellen gelegd om er ’s avonds een Curry van te maken. Tot mijn verbazing waren de witte Limabonen zo ongeveer twee keer zo groot geworden toen ik thuis kwam. ‘Moet wel goed zijn zo!’ zei ik tegen mezelf en zette ze op hoog vuur. Twintig minuten, half uurtje ongeveer was de inschatting uit de losse pols (nergens op gebaseerd, wederom gebrekkige planning). Toen er eentje in mijn mond verdween om te proeven na die tijd waren ze eigenlijk nog keihard. Google is dan je beste vriend, en de resultaten waren unaniem, minimaal één tot anderhalf uur koken die dingen. Balen.

Woordenchef-sander-voerman-bonen-lima-curry.jpg

Middelmatige curry

De rest van de curry stond op dat moment echter al een tijdje te pruttelen, de rijst was al een tijdje gaar en de eerste batch geroosterde cashewnoten was al soldaat gemaakt als fingerfood. Een kwartiertje toegevoegd aan de kooktijd samen met de rest van de Curry maakte niets meer uit. Het geduld was op, dus er werd opgeschept. Bonen, nog steeds keihard. Smaak Curry algemeen; medium, er mist wat. Cashewnoten; nog zacht en te kort geroosterd. Rijst; gaar, maar plakkerig. Al met al een middelmatige prestatie.

Gedroogde bonen schijnen, mits wel goed klaargemaakt, ook best goed te zijn voor je gezondheid. Als ik een paar van deze missers maak met deze dingen zijn we alleen snel weer terug bij de boontjes van Herman denk ik.

Blijven oefenen.

De dagelijkse 250 #4

Ja nummer 4 dus, gisteren was nummer 3, alhoewel dat niet in de titel terug te vinden was. Vandaag is het zondag, een dag waarop normaliter to-do lijstjes worden afgewerkt, of het woord ‘lui’ keer op keer opnieuw uitgevonden wordt. Bij aanvang van de dag is het lot van deze zondag nog onbestemd, het kan alle kanten op. Vast staat dat de vriezer ontdooit moet worden omdat hij zo’n beetje weigert nog fatsoenlijk dicht te gaan. Ook lijkt het erop dat de verwarming een rondje ontluchting kan gebruiken (dit blijkt niet het geval). Tot zover de genoemde to-do list.

Klassiek op zondag

Aangezien het nog redelijk vroeg is om aan de dag te beginnen, zo’n 08:07 uur, verras ik mezelf blijkbaar en heb geen idee in welke volgorde ik dingen zal aanpakken, of überhaupt wát ik allemaal ga doen (of vooral ook, niet ga doen). Deze lichte vlaag van verstandverbijstering zorgt er tevens voor dat ik voor de vierde keer deze week vergeten lijk te zijn dat er vandaag een klassiek concert van het ‘Van Amsterdam’ duo in de Caecilia kapel op het programma staat. Iets met een strijker, een trekzak en Stravinsky. Wederom vergeten dus, maar gelukkig ben ik vroeg wakker, dus het besef dat deze dag wel degelijk een fixed-agenda item kent is er alsnog snel en veroorzaakt dan ook weinig paniek. Aangezien er iemand ziek blijkt te zijn en ik dus alleen naar dit concert mag, komt het nog heel even in me op om het feest dan maar helemaal af te blazen. Maar, dat zou toch een tikkeltje zonde zijn, dus ik besluit solo op pad te gaan het einde van de ochtend.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-klassiek-vanamsterdam.jpg

Soep du jour

09:23 zegt de klok op het fornuis, dus ik heb nog even de tijd voor ik me richting dit muzikale intermezzo sleep. Er ligt nog een schaal paprika’s redelijk onaangeroerd en één of twee dagen verwijderd van schimmel naar me te kijken. Soep! Ik maak er soep van. Soep kun je overal van maken namelijk. Tenminste, van veel wel. Twee pannen op het vuur, één grote, en eentje voor de bouillon. Gewoon van blokjes uiteraard, het is wat teveel gevraagd om op dit tijdstip ergens een kip te vangen en er na het uitbenen een bouillonnetje van te trekken. Dus, een liter of twee water, ietsjes meer. Vier of vijf van die blokjes erin en vuur eronder.

Yuzu

Een bodem olie in de andere pan, uitje fijn snijden, zooitje knoflookteentjes uitpersen en fruiten maar. Normaal zou ik er een flinke draai zout overheen gooien, maar ik besluit voor sojasaus te gaan deze keer. Eén zo’n miniflesje sojasaus van ‘I Love Sushi’, left over van het thuisbezord-diner van de vorige zondag. Prima sojasausje en zonde om weg te gooien. Een vleug kurkuma er overheen, mooie kleur, en doe eens gek, ook een theelepel of wat gedroogde yuzu, ik hoop dat het soepje daar een lekkere frisse smaak van krijgt en uiteraard een klein Oosters tintje. Na een minuut of vijf fruiten kunnen ook de paprika’s erbij, volgens mij een stuk of acht kleintjes, mooi fijn gesneden. Er liggen ook nog wat tomaten zacht te worden op een andere schaal, dus die mogen er ook bij. Beetje zoetigheid in de soep is wel lekker en ze kunnen het prima vinden met de paprika’s.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-pannen.jpg

Staafmixer

Als alles lekker begint te ruiken en het op een zacht smeuïg geheel begint te lijken, garend in hun eigen vocht, mag de bouillon erbij. Met een soeplepel in scheppen, om tussendoor de verhouding vocht en groente een beetje in de gaten te houden, of gewoon de hele pan in één keer als je zeker van je zaak bent. Minuut of twintig op hoog vuur koken, af en toe roeren. Van het vuur af, staafmixer erin en mixen tot het een mooie gladde soep is. Mooi oranje kleurtje, lekker geurtje, komt goed! Nog een minuutje of tien terug het vuur op, paar draaien peper erin en eventueel wat zout naar smaak.

Een fris paprikasoepje met een kleine Oosterse knipoog, ook lekker als je ziek bent.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-oranje.jpg

De dagelijkse 250 #1

Het doel is om 250 dagen achter elkaar een stukje te schrijven van minimaal 250 woorden. Soms langer, maar nooit korter. Over dagelijkse kost, dingen uit de koelkast of dingen uit de pan. Er zijn geen regels, maar die kunnen nog ontstaan. Soms interessant, soms minder. Een creatieve langere uitspatting over een bepaald gerecht, een reis, of een andere wonderlijke ervaring komt ook zeker nog regelmatig voorbij, wees niet bang. De dagelijkse 250 zijn een persoonlijke uitdaging, met een publieke stok achter de deur, namelijk jullie allemaal. Weinig herschrijven, weinig redigeren (spelfouten tellen geblazen dus…), alleen snel richting een samenhangend, of iets minder samenhangend verhaal.

De 250 van vandaag gaan (of gaat?) over vissticks. Vissticks ja, die rechthoekige stukjes vis, meestal kabeljauw of koolvis met een krokant laagje aan de buitenkant. Je kent ze van de man met baard, Kapitein Iglo, die kerel die sinds mijn jeugd al een keer of drie vervangen is en ik dus niet echt een band mee op heb kunnen bouwen. De naam heeft echter toch wel aantrekkingskracht, dus koos ik tot voor kort in de supermarkt altijd automatisch voor deze zeeman. Aan deze gewoonte is echter abrupt een einde gekomen nadat ik werd gewezen op het feit dat de jarenlange, vaak inspiratieloze, maar blijkbaar toch invloedrijke televisiereclames het pakje met visstaven ruim twee keer zo duur maakt als een pakje met 10 huismerk sticks. En echt smaakverschil is er niet te bespeuren, hoogstens soms een afwijking in de mate van oranje kleurstof in het paneermeel. Sinds die tijd dus geen Iglo meer, maar een doosje van de supermarkt die op dat moment dienst doet. Vandaag was dat de Em-te, Emte of Em-Té, of weet ik veel hoe je dat schrijft. Niet mijn favoriet onder de kruideniers, maar daar gaat het nu niet over.

Vissticks dus, uit de pan, krokant gebakken, op een wit bolletje, verder niks. Het is nog geen fish & chips in Edinburgh, maar blij word je er wel van. Althans, zeker een half uur, daarna mixt het plezier zich altijd met een raar soort schuldgevoel. Guilty pleasure, net als deze:

 

 

 

Meer vissticks? Blijf me hier volgen, meld je aan voor de automatische updates, als je daar zin in hebt dan.

 

 

Hollandse kost, of toch niet?

Als Nederlander groei je op met stamppotten. Pannen vol fijngestampte aardappelen met lekkere verse adijvie, boerenkool, spruitjes, snijbonen maar ook als hutspot of hete bliksem. Gekookte groente, rauwe groente, maar ook gegrild of gestoomd tegenwoordig. Als de temperaturen dalen en de dagen korter worden staat dit gerecht in veel huizen weer vaker op tafel. Dat dit potje met lekkers eigenlijk helemaal niet zo oud en zo Nederlands is als gedacht wordt, weten alleen niet veel mensen. Jacques Meerman heeft dit recent nog eens goed onderzocht en komt eigenlijk tot de conclusie dat de stamppot zoals we hem vandaag kennen pas in 1880 voor het eerst wordt omschreven. Een recept voor één van de bekendste potjes, de variant met rauwe andijvie, stam(p)t zelfs pas uit 1929. Er zijn dus genoeg springlevende mensen die ouder zijn dan de stamppot rauwe andijve.

 

Woordenchef-stamppot-scheutje-melk-2017

 

Het heeft er dus alle schijn van dat ons nationale gerecht pas ergens begin vorige eeuw echt over is gewaaid vanuit andere werelddelen en daarna is ingeburgerd. Met de nodige hulp van de meisjes van de huishoudschool, die een aardige invloed op de Nederlandse keuken hebben gehad en flink losgingen met hun stamppotvarianten. Dat biedt dus hoop voor alle verschillende culturen die hier nu op de plaatselijke ROC’s hun best doen om een beetje Nederlands te leren en hun inburgeringscursus met een goed resultaat af te ronden. Al deze culturen kunnen over een kleine eeuw dus best weleens bestempeld worden als iets typsich Hollands. Laten we het hopen. Met de bekende Chinese gerechten is dit eigenlijk al gebeurd, hier is weinig ‘Chinees’ meer aan en horen meer thuis in de boeken met Nederlandse gerechten. Sushi is inmiddels ook prima op weg, met  gefrituurde kip en straks ook gewoon een in reepjes gesneden frikandel in het bekende rijstrolletje.

Maar terug naar dat ene bekende gerecht dus, de stamppot. Ik kan hier ontzettend van genieten, zeker wanneer het buiten guur en grijs is. Een klein lichtpuntje in maanden die van mij best ingewisseld mogen worden voor een extra juni, of een dubbele augustus. Oktober is volgens mij een topmaand voor de psychologen in ons land. Alhoewel november ook een verhoogde kans biedt op depressies. De stamppot is dus bij uitstek een comfortfood. Met zijn spekjes, romige aardappels, een stuk worst of een stevig ander stuk vlees erbij, voel je je vaak instant genezen van alle dagelijkse beslommeringen.

 

Woordenchef-stamppot-rollade-2017

 

Het wordt allemaal nog meer een feestje als de groenten van de plaatselijke groenteboer komen en de modder dus nog op de aardappels zit. Vieze handen van het schillen en vegen op je broek en voorhoofd. De traditionele worst van Unox, een variant uit de diepvries, of een echt luxe van de slager zijn natuurlijk gebruikelijke kandidaten voor een lekkere vettige portie dierlijke eiwitten. Een rollade, een hele dag op lage temperatuur in de oven langzaam gegaard in een badje van ui, knoflook, klein beetje bouillon en een bosje kruiden uit de kruidentuin is ook een goede partner voor je stamppot. Dit levert meteen een lekkere jus op waarvan de aderen in je lichaam de rillingen krijgen. Scheutje melk, klontje boter (zoveel hadden we toch nog niet gebruikt), beetje peper uit de molen, en stampen maar. Ben je echt een smaakfanaat, fruit dan een knoflookje en een uitje een minuutje of tien en stamp deze lekker mee.

Stamppot, Nederlands culinair erfgoed dus, net als Babi Pangang en de Crispy chicken roll.

 

 

Meer recepten en verhalen? Blijf me hier volgen!