#262 Brugse zotten

Louis van Gaal start in zijn Zomergasten met het fragment waarop Rose Jack moet laten gaan terwijl ze op een houten deur in de oceaan drijft. De hele wereld weet natuurlijk dat het hier gaat om de scene uit Titanic waar iedereen wel een keer om heeft zitten te janken, of zijn best heeft gedaan dit niet te doen. Louis vertelt dat hij de hele film heeft liggen slapen in de bioscoop, naast zijn Truus, omdat hij teveel wijn had gezopen.

Fotocredits: Denise Verkerk

Een mooie romantische binnenkomer van ome Louis, die je dan weer niet helemaal verwacht. Ik staar een beetje naar het tv-scherm en probeer te volgen wat Louis allemaal te zeggen heeft over deze film. Het gaat nu al niet van harte, dus het ligt niet in de lijn der verwachting dat ik de volledige aflevering uit zal zitten. Heel veel meer indrukken en levenslessen gaan er niet meer in dit weekend. Die zijn er al ruim voldoende geweest.

Na een toeristische route door kleine onbekende Nederlandse grensplaatsjes, die plotseling overgaan in Belgische grensplaatjes op de heenweg, niet in de laatste plaats omdat er in het navigatiesysteem gekozen was voor de kortste route, in plaats van de snelste, kwamen we aan in Brugge. In goed gezelschap, bestaande uit een bestuurder en haar alwetende navigator annex bijrijder, die overigens zelf liever nooit rijdt.

Brugge, een plaats met inderdaad veel Bruggen, dit weekend toneel van een grote markt met brocante en antieke schatten van diverse waarde. De markt was het hoofddoel, maar het randprogramma was als eerste aan de beurt. Na een lunch en een eerste rondje door het historische centrum, waar de sluitertijd van de camera van de chauffeur die ook hobbyfotograaf is nog even getest wordt, zetten we koers naar een brouwerij. De Belgische stad is namelijk de thuisstad van de brouwerij van de familie Maes. Brouwerij de Halve Maan.

In deze kleine brouwerij, tegenwoordig voorzien van een moderne drie kilometer lange pijpleiding, proosten we na een rondleiding door een enthousiaste Bruggenaar die van tijd tot tijd onverstaanbaar is, met onze eerste Brugse zot, de ster van de brouwerij. Van dit blonde biertje zouden er nog vele volgen. Van de wat zwaardere variant, de Straffe Hendrik, wordt een mooie fles ingeslagen voor thuis. Na enkele terrassen, levenslessen en -beschouwingen, bitterballen en lookbrood checken we in het hotel van dienst dit weekend om van daaruit meteen door te gaan naar bestemming twee. ’t Zwart Huis, een restaurant gevestigd in een markant pand, met een dito eigenaar en zijn personeel. De gerechten zijn Belgisch en ook hier zijn de Zotten goed. Na een afzakkertje naast café de Pick, zit dag één erop.

Dag twee is de dag van de jacht. De jacht op schatten waarvan we vooraf nog niet weten dat we ze zoeken. Ons reisgezelschap heeft wel één item op hun verlanglijstje staan en na een eerste mislukte poging en bijna een klein beetje spijt, lopen ze al snel tegen een herkansing aan. Er wordt een kist aangeschaft, eentje die een mooie plaats krijgt thuis en altijd dit verhaal met zich mee zal dragen. Onderweg ontpop ik mezelf tot een volleerde emmer-jager, oude emaillen emmers welteverstaan. Om thuis naast het oerwoud wat kas heet, nog wat planten buiten te kweken. En passant tikken we ook nog even wat officiële Brugse Zot glazen op de kop en is de schattenjacht ten einde. Een groot succes.

Tijd voor een late lunch, met de laatste Zotten, nog even wat chocolade inslaan en de rit naar huis kan beginnen. Een minivakantie waarvoor het idee spontaan is ontstaan tijdens een BBQ. Spontaan is goed. Spontaan is fijn. Nog meer goede ideeën?

#260 Taste deel 2

Voor me op tafel ligt de krant van vandaag in verschillende stukken verspreid over de tafel. Het ziet er geleerder uit dan het in feite is, veel meer dan een derde heb ik wederom niet gelezen. En dat is al veel. Er gaan dagen voorbij dat ik alleen de voorpagina even snel scan. Soms te druk, soms geen tijd, soms geen zin, soms geen trek in alweer slecht nieuws, of soms alles.

Photo by Sam Wheeler on Unsplash

Tussen de stukken krant ligt een pyjamapakje nog in de verpakking. Of beter; lag. Terwijl ik dit schrijf heeft de sous-chef het mee naar boven genomen en ingewisseld voor vers gewassen hand- en theedoeken die morgen in de juiste kast terecht zullen komen en een stuk van de stofzuiger wat eerder deze week boven is blijven liggen. Het pyjamapakje is blauw en van een maat wat we nog lang niet nodig hebben, maar dat hindert niet, het mag bij de verzameling verzamelde spullen in het babydomein boven. Het begint steeds meer ergens op te lijken en ik verwonder me iedere keer weer over hoeveel spullen, kleren, doekjes, dingetjes, knuffels, sokjes en aanverwanten daar al liggen terwijl we zelf nog vrijwel niets hebben aangeschaft.

Ze is welkom, laten we het daar op houden en het is fijn te weten dat wij er niet alleen zo over denken. De smaakpapillen van de kleine meid zijn vanavond wederom wat verder ontwikkeld. Een tweede rondje bij het Aziatische fusion restaurant, Taste, gewoon hier in Tiel, viel wederom goed in de smaak. Een vorige week ontstaan idee is hier prima tot uitvoer gebracht en kan bijgeschreven worden in de boeken onder de categorie ‘gezellig’. En lekker was het ook.

#256 Ron Blaauw

Terwijl de chauffeur van dienst vanavond zijn bolide de A2 opstuurt, na een korte omleiding in het centrum van de hoofdstad, schijnt een mega-maan ons tegemoet. Na alle heisa over de bloedmaan van gisteren, die we compleet gemist hebben, moet ik zeggen dat deze bol licht toch best indrukwekkend aandoet. Hij hangt laag boven het landschap en het lijkt alsof we hem zometeen een paar kilometer verderop vast aan kunnen raken.

Amsterdam was de plaats van bestemming dus vanavond. Na een kort oponthoud op de heenweg in de vorm van een file, parkeerden we de auto op de Keizersgracht. Niet voor een feestje in verband met Pride, maar voor een culinaire reis. Een van Ron’s Gastrobars heeft een leuke actie deze zomer, en die konden we niet zomaar aan ons voorbij laten gaan. Na ooit eerder ‘Ron Gastrobar’ te hebben bezocht, samen met niet geheel toevallig één van de personen die vanavond ook aan tafel zit, is het nu de beurt aan ‘Ron Gastrobar Oriental’.

Aziatische keuken met een internationale twist, zoals ze het zelf zeggen. We beginnen met een overheerlijke mix van de beste dim sum. Wagyu sui mai met beenmerg, sui mai met kip, garnalen en waterkastanje en een lamsdumpling. Om het af te maken doen we er ook nog wat varkensoren en tempura-oesters bij. Na deze overheerlijke start is het de beurt aan wat later blijkt de ster van de avond. Een ontzettend langzaam gegaarde shortrib met zwarte peperlak en komkommer. Voeg daaraan toe een bijna perfecte lichtzoete buikspek en een gebakken rijst die ik ook thuis wil leren maken en je hebt een tafeltje vol om je vingers bij af te likken. Een heerlijke pinot noir ernaast maakt het helemaal een feestje.

Dit smaakt naar meer; er volgen nog krokant gebakken stukjes lamshart, Ron’s beroemde spareribs zonder bot en gewokte knoflook bimi, met genoeg knoflook om dat aanstaande woensdag nog te proeven. Iedereen raakt lichtelijk verzadigd en we besluiten dat het tijd is voor het toetje. Twee keer het signature-verrassingsei en twee keer krokante varkenshuid met chocolade en gember alstublieft. De laatste mocht ik verorberen en het was een bijzondere combi. Na een hapje van het ei van de sous-chef denk ik dat die smaken toch beter bij de zomerse temperaturen hadden gepast. Het doet echter niks af aan de complete smaaksensatie deze avond.

Na een kleine toegift in de vorm van een mini-ijshoorntje met zwarte thee ijs en een dubbele espresso is de reis compleet. Voor iedereen die deze zomer nog een culinair reisje wil plannen, deze is aan te raden. En je hoeft er het vliegtuig niet voor in.

#248 Blauwe muisjes

De sous-chef zit tegenover me aan de keukentafel. Ze eet de laatste restanten van een doosje aardbeien. Ik prop even snel een kiwi en twee nectarines naar binnen nu ik toch binnen handbereik van de fruitschaal zit. Ik reik ook nog naar een Granny Smith, maar die leg ik weer terug, toch niet zoveel in. Ze is net terug van Yoga en ik heb de avond alleen doorgebracht. Grotendeels in de keuken, kilo’s vlees marinerend, en net nog even buiten met de tuinslang.

Ze heeft me eerder op de avond op een rotonde dichtbij afgezet toen we van elders in Tiel vandaan kwamen. Op die manier zou ze zeker op tijd zijn voor haar sessie op het Yoga-matje. Ze gaf me haar ringen en haar horloge en zei me gedag. De rest kon ik lopen. Prima. Ons eerste adres van de avond was een bewondersessie. Twee mooie mensen zijn vorige week opeens drie mooie mensen geworden en dat wilden we weleens van dichtbij zien.

We hadden geluk, de kleine man in kwestie lag volgens de trotse kersverse ouders voor één van de eerste keren in een diepe slaap. Hij staat toe dat we ter ere van hem, buiten rustig kunnen genieten van een beschuitje met blauwe muisjes. Het gehoor van de nieuwbakken papa en mama heeft zich duidelijk al aangepast aan de stembanden van de kleine man, want opeens komen ze in actie, terwijl de sous-chef en ikzelf in de verste verte geen geluid konden ontdekken. De goed ingepakte zoon komt terecht in de armen van de moeder in spé naast me en krijgt meteen wat trappen in zijn rug van de dochter die nog in de maak is.

Ik mag ook even en kijk naar dat gapende tere mannetje in mijn armen en naar een trotse grote vent tegenover me. ‘Er is niks mooiers’ zei hij eerder op de avond, toen we samen stonden te staren naar zijn mini, toen nog slapend in de box. Ik geloofde hem direct, en dacht spontaan aan waar de box in onze woonkamer ook alweer moest komen.

#238 Stofzuigen

De zon blijft grotendeels achter de wolken vandaag. Het is vooral grijs. Uit die grijze wolken valt zelf een klein regenbuitje. De eerste sinds toch al flinke tijd. Het is droog in Nederland. Dat zijn we niet gewend. En wij Nederlanders praten graag over het weer, dus het zal in menig bedrijfskantine een favoriet onderwerp zijn. Over dat het gras nu toch echt wel bruin begint te worden en dat er straks dan natuurlijk weer twee of drie weken achter elkaar volle bak water naar beneden stort, precies in de vakantieperiode.

Photo by Kunj Parekh on Unsplash

Ja, want doemdenken doen we graag met zijn allen, mijzelf incluis. Ik hoop dat vandaag een incident was en de rest van de week weer lekker zonnig zal worden. Er staat namelijk iets zonnigs op het programma de komende dagen. Iets minder zonnig was de activiteit van vanavond. Vorige week gaf het apparaat al bijna spontaan de geest, maar bleek het na een afkoelperiode toch weer te doen. Ok, vooruit, de zak was ook gewoon veel te vol, dus zo spontaan was het niet. Na het vervangen van de volle zak kon hij er  weer tegenaan.

Vandaag was het zover, hij mocht weer uit de kast. Of nou ja, mocht. Moest is een beter woord. Onder lichte dwang, die gisteren al een klein beetje was ingezet, moest ik er dan toch aan geloven. Ik deed nog een poging tot onderhandelen en wilde de bovenverdiepingen voor deze keer buiten beschouwing laten. Het mocht niet baten, ik begon op zolder en werkte me een weg naar beneden. Het onding achter me aan slepend en stotend tegen alles wat er maar geraakt kon worden.

Het is een wonder dat er zo weinig sneuvelt, en een nog groter wonder dat dat onding zelf het al bijna tien jaar met mij volhoudt. Ik denk aan een snoerloze steelstofzuiger, zo’n veel te dure, van Dyson, dus zonder gesleep achter je aan. Ik bedenk me net dat ik dat maar uitstel. Vroeger reed ik graag mee op de stofzuiger, misschien wil iemand dat hier ook weleens proberen over een tijdje en zorgt ze er voor dat stofzuigen een hoogtepunt wordt, in plaats van een dieptepunt.

#236 Het weekend, deel 2

Ik loop nog steeds achter, wat betekent dat er vandaag niet één, maar twee keer een lapje tekst verschijnt. Dit gezegd hebbende vraag ik me al af waarover de tweede van vandaag dan in godsnaam zou moeten gaan, aangezien ik nu al de grootst mogelijke moeite heb om er wat woorden eruit te persen. Het voelt alsof het letterlijk uit mijn tenen moet komen.

Die tenen, die gisteren nog zo lekker stonden te genieten in het zand, ergens op een strandje in Giesbeek. Waar? Giesbeek, bij Arnhem ergens in de buurt. Daar organiseerde ze een feestje. Een feestje waar ik inmiddels volgens mij alweer drie eerdere edities heb meegemaakt en dit dus de vierde was, maar het kan ook de vijfde zijn. Enige zekerheid hierin heb ik niet, omdat mijn geheugen me hier in een klein beetje in de steek heeft gelaten. Dat kan komen door de enorme hoeveelheid feestjes die ik de afgelopen vijf, zes jaar heb bezocht en er soms dus verhaallijnen en herinneringen door elkaar lijken te lopen.

In die herinneringen is het op dit feestje altijd mooi weer en eindigen we altijd zo’n beetje op dezelfde plaats. Ergens tussen een verdwaald boompje op een heuveltje en de dichtsbijzijnde bar in. Zo is er goed zicht op de mensenmenigte en de show waarvan we allemaal weten dat hij gaat komen. De laatste bassen worden het veld over gepompt, een zware stem brengt wat filosofische oneliners waar socrates een puntje aan kan zuigen. En dan is het zover, het vuurwerk gaat de lucht in. En dan heb ik het niet over een verdwaalt pijltje, maar een bult buskruit waar menig Chinees jaloers op zou zijn.

Na een laatste nabrander druipt iedereen af en is het tijd voor het klapstuk van de dag. De busreis naar huis. Over een stukje waar je normaliter zo ongeveer 40 minuten zou doen, wordt nu met gemak de tweeënhalf uur aangetikt. Het hindert niet, het hoort erbij, iedereen is het gewend en iedereen zeikt er iedere keer weer over. Het is traditie. Ik ben wel blij dat ik tegenwoordig gewoon kan instappen. En me niet meer druk hoef te maken of al mijn 75 passagiers wel in de bus zitten, en zo niet, waar ze dan zijn.

Het is fijn dat andere mensen dit regelen. Dan kan ik me druk gaan maken over wat er nog met de babykamer moet gebeuren. Maar eerst even een uurtje op de bank liggen.

#235 Het weekend

Het weekend is begonnen. Ik ben te laat met schrijven, alweer, en had met enig gemak nog een uurtje extra in bed kunnen blijven liggen, zodat ik half gebroken aan deze dag had kunnen beginnen en vanmiddag had kunnen concluderen dat ik te lang in bed ben blijven liggen. Niks is minder waar, de sous-chef en de mini-chef in haar buik geven aan dat ze wel zin hebben in pannenkoeken.

Photo by Bernard Tuck on Unsplash

Ik stap het bed uit, zoek mijn telefoon, even kijken hoe laat de bus richting een heel ander onderdeel van het weekend vanmiddag ook alweer zou gaan, maar helaas, de batterij is leeg. Dat zoek ik straks wel op. Beneden in de keuken lijkt een klein bommetje ontploft, wat overigens best knap is, aangezien ik al twee dagen niet gekookt heb. Het blijkt vooral gezichtsbedrog, want na een minuutje dingen verplaatsen lijkt er weer wat orde te ontstaan. Ik zoek de bloem, de eieren en de melk bij elkaar en steek de mixer in de schaal met beslag.

De sous-chef snijdt ondertussen een stengel bleekselderij en een aardappel op voor de luid tokkende Linda, Roos en Jessica in de tuin. Ze zijn al snel gewend geraakt aan het feit dat ze in de ochtend wat extra’s te eten krijgen. Ze komt met een mooie lach op haar gezicht terug naar binnen en vraagt of ik een ‘warm ei’ nodig heb voor het beslag. Doelend op het eitje in haar handen, wat één van de dames net heeft gelegd. Er zitten al genoeg eieren in het beslag, dus deze verdwijnt in de koelkast.

De eerste pannenkoek brandt wat aan en van mijn eigen creatie met tomaat, paprika en ui vliegt een plak tomaat tegen de achterwand van het fornuis terwijl ik hem omdraai. ‘Dat kan best eens traditie worden straks, pannenkoeken op zondagochtend’, doelend op het derde bordje wat dan bijgeschoven kan worden. ‘Het is zaterdag’, is mijn enthousiaste antwoord.

Zaterdag, met nog een heel weekend voor ons. Ik vind het een goed idee die pannenkoeken op zondag. Maar morgen nog even niet.

#234 Rode bessen en hortensia’s

Als ik de nieuwsberichten een beetje gevolgd heb, ben ik semi-illegaal bezig. Ik sta namelijk met een oranje gardena-slang in mijn hand, kostbaar drinkwater mijn kas en later ook maar meteen de rest van de tuin in te werken. De regenton is nog niet aangesloten, iets met uitstelgedrag, prioriteiten of tijdgebrek. U mag kiezen. Het laatste is sowieso onzin, dus het zal een combinatie van de eerste twee zijn.

Neemt niet weg dat het oerwoud in mijn kas (volgende sessie iets beter letten op de indeling en de hoeveelheid zaad) met deze temperaturen na twee dagen zo ongeveer levend verbrandt en er niks van over blijft. Dat vind ik zonde, dus dan maar gewoon de tuinslang tevoorschijn halen. Ik zie een buurman verderop in de straat hetzelfde doen dus ik voel me instant minder schuldig. Terwijl ik me via de kas en het grastapijtje naar de eergisteren ingegraven 53ste hortensia in de tuin beweeg, kom ik langs onze bessenstruiken. De bessen zijn rood, rijp en vooral een lekkernij voor de vogels.

Ik stop even ter hoogte van dit fruit, pluk wat trosjes en rits de besjes met mijn tanden van het steeltje af. Een zure smaaksensantie roept meteen verschillende herinneringen op. Herinneringen aan ellenlange fietstochten ’s ochtends om zes uur van Kerk-Avezaath naar Asch. Zo’n beetje rond deze periode, alleen dan een jaar of 18 (!) geleden. Richting de velden van de familie Bloed, alwaar ik per kistje geplukte rode bessen betaald kreeg en de ene week wat meer verdiende dan de andere, afhankelijk van hoeveel zin ik had.

De andere herinnering is die aan Opa en Oma. Aan de bessen in hun tuin die me voor het eerst kennis lieten maken met de zure smaak en de gezichtsuitdrukkingen die daar bij horen. Herinneringen aan opa, voor hij vergat dat hij opa was. En herinneringen aan de groentesoep van oma, een bindmiddel voor een heel gezin. Het lijkt lang geleden, het is lang geleden.

Ik ga door naar de gehavende hortensia, die heeft dorst.

…..

PS 5KM (waarvan de laatse wandelend…)

#231 Dingen te vieren

De maandag begint in een vlaag van verstandverbijstering. Het was door het retourtje Schiphol een korte nacht, maar dat hinderde vooraf niet zo, het was in ieder geval weer een nacht met zijn tweëen. Ondanks het feit dat we niet meer alleen aan de nacht beginnen, maar weer samen, is het eigenlijk toch gewoon een kutnacht. Zoals dat wel vaker het geval is met zondagen die overgaan in maandagen. Nu was dat ook zo. Met enkele redden om langer te blijven liggen dan nodig, sta ik dus ook om 5:23 naast mijn bed en druk mijn wekker uit voor hij af kan gaan.

De rituelen zitten diep ingesleten, want tegen blijkbaar gegeven aanwijzingen in, bezorg ik toch een kop thee naast het bed en zet ik twee crackers met chocoladevlokken klaar op het aanrecht. Even ben ik vergeten dat degene die nog op bed ligt heeft aangegeven dat ze deze ochtend pas laat begint. Het hindert niet, het is nu eenmaal onderdeel van mijn ochtend en het overslaan van deze handelingen kost inmiddels meer moeite dan ze gewoon afdraaien.

Ik verwacht niet zoveel van de dag en heb eigenlijk geen vastomlijnd plan. Er is blijkbaar veel te vieren. Naast de geplande felicitaties en ingeslagen cadeatjes voor mijn collega die zo ongeveer hetzelfde pad bewandelt als ik, en vorige week zijn handtekening heeft gezet onder een geregistreerd partnerschap, is er ook een collega 20 jaar in dienst. Hij staat niet zo graag in het middelpunt, dus zijn er petit-fours met daarop zijn profielfoto gedrukt op chocolade; geniaal. Verder is er champagne voor de zus van de sous-chef, die na een moeizaam assesment haar opleiding met een ruime voldoende heeft afgesloten. Dat ze meer zit met het feit dat dit assesment an sich moeizaam verliep dan dat ze kan genieten van het feit dat ze geslaagd is, betitel ik als amateurantropoloog als ‘een vrouwendingetje’.

Gelukkig zijn de twee vrouwen naast en tegenover me het hier grotendeels mee eens, dus ik neem nog rustig een slokje van mijn champagne. Moët op maandag, je kunt de week slechter starten.

#229 Een team

De twee beste voetballers ter wereld gaan allebei naar huis. Schreef ik al eerder over het feit dat je zonder team nergens bent, bleek dat vandaag eens te meer waar te zijn. De sous-chef is in Porto, alwaar ze wel een WK-koorts hadden en de wedstrijden op grote schermen her en der in de stad te volgen waren. Ik ben benieuwd hoe daar nu de stemming is.

Het is warm vandaag en ik ben lui vandaag. De dag bestaat grotendeels uit twee banken. Eentje binnen wanneer er gevoetbald wordt en degene buiten wanneer er geen wedstrijd aan de gang is. Nieuw leesvoer is er in de vorm van het ‘zwangerschapsboek voor mannen’, wat ik één keer uitlees. Het is een leuk boekje, maar merk dat er afgezien van de biologische en wetenschappelijke achtergrond van hoe zo’n mensje precies opgebouwd is, weinig nieuwe zaken meer in staan en weinig afwijkt van hoe ik het mezelf voorstel allemaal. Er is wel veel herkenning en bevestiging, ook wat waard.

Uiteraard zal het uiteindelijk alsnog allemaal compleet anders verlopen dan dat ik nu denk in te kunnen schatten, maar toch, ik denk dat ik er wel klaar voor ben. Nu heb ik natuurlijk heel makkelijk praten, aangezien mijn aandeel in het geheel eigenlijk pas na deze negen maanden komt. Het echte werk wordt gedaan door de vrouw die er niet is. Die nog even aan het relaxen is in Portugal, die altijd relaxed de hele wereld aan lijkt te kunnen. En dat ook kan. Door haar kan ik dat ook. Wellicht zij ook een beetje door mij. Iets meer het eerste, een klein beetje van het tweede. Zo zie ik het.

Wij zijn wel een team. Dat leer je niet in boekjes.