Louis van Gaal start in zijn Zomergasten met het fragment waarop Rose Jack moet laten gaan terwijl ze op een houten deur in de oceaan drijft. De hele wereld weet natuurlijk dat het hier gaat om de scene uit Titanic waar iedereen wel een keer om heeft zitten te janken, of zijn best heeft gedaan dit niet te doen. Louis vertelt dat hij de hele film heeft liggen slapen in de bioscoop, naast zijn Truus, omdat hij teveel wijn had gezopen.
Fotocredits: Denise Verkerk
Een mooie romantische binnenkomer van ome Louis, die je dan weer niet helemaal verwacht. Ik staar een beetje naar het tv-scherm en probeer te volgen wat Louis allemaal te zeggen heeft over deze film. Het gaat nu al niet van harte, dus het ligt niet in de lijn der verwachting dat ik de volledige aflevering uit zal zitten. Heel veel meer indrukken en levenslessen gaan er niet meer in dit weekend. Die zijn er al ruim voldoende geweest.
Na een toeristische route door kleine onbekende Nederlandse grensplaatsjes, die plotseling overgaan in Belgische grensplaatjes op de heenweg, niet in de laatste plaats omdat er in het navigatiesysteem gekozen was voor de kortste route, in plaats van de snelste, kwamen we aan in Brugge. In goed gezelschap, bestaande uit een bestuurder en haar alwetende navigator annex bijrijder, die overigens zelf liever nooit rijdt.
Brugge, een plaats met inderdaad veel Bruggen, dit weekend toneel van een grote markt met brocante en antieke schatten van diverse waarde. De markt was het hoofddoel, maar het randprogramma was als eerste aan de beurt. Na een lunch en een eerste rondje door het historische centrum, waar de sluitertijd van de camera van de chauffeur die ook hobbyfotograaf is nog even getest wordt, zetten we koers naar een brouwerij. De Belgische stad is namelijk de thuisstad van de brouwerij van de familie Maes. Brouwerij de Halve Maan.
In deze kleine brouwerij, tegenwoordig voorzien van een moderne drie kilometer lange pijpleiding, proosten we na een rondleiding door een enthousiaste Bruggenaar die van tijd tot tijd onverstaanbaar is, met onze eerste Brugse zot, de ster van de brouwerij. Van dit blonde biertje zouden er nog vele volgen. Van de wat zwaardere variant, de Straffe Hendrik, wordt een mooie fles ingeslagen voor thuis. Na enkele terrassen, levenslessen en -beschouwingen, bitterballen en lookbrood checken we in het hotel van dienst dit weekend om van daaruit meteen door te gaan naar bestemming twee. ’t Zwart Huis, een restaurant gevestigd in een markant pand, met een dito eigenaar en zijn personeel. De gerechten zijn Belgisch en ook hier zijn de Zotten goed. Na een afzakkertje naast café de Pick, zit dag één erop.
Dag twee is de dag van de jacht. De jacht op schatten waarvan we vooraf nog niet weten dat we ze zoeken. Ons reisgezelschap heeft wel één item op hun verlanglijstje staan en na een eerste mislukte poging en bijna een klein beetje spijt, lopen ze al snel tegen een herkansing aan. Er wordt een kist aangeschaft, eentje die een mooie plaats krijgt thuis en altijd dit verhaal met zich mee zal dragen. Onderweg ontpop ik mezelf tot een volleerde emmer-jager, oude emaillen emmers welteverstaan. Om thuis naast het oerwoud wat kas heet, nog wat planten buiten te kweken. En passant tikken we ook nog even wat officiële Brugse Zot glazen op de kop en is de schattenjacht ten einde. Een groot succes.
Tijd voor een late lunch, met de laatste Zotten, nog even wat chocolade inslaan en de rit naar huis kan beginnen. Een minivakantie waarvoor het idee spontaan is ontstaan tijdens een BBQ. Spontaan is goed. Spontaan is fijn. Nog meer goede ideeën?