#262 Brugse zotten

Louis van Gaal start in zijn Zomergasten met het fragment waarop Rose Jack moet laten gaan terwijl ze op een houten deur in de oceaan drijft. De hele wereld weet natuurlijk dat het hier gaat om de scene uit Titanic waar iedereen wel een keer om heeft zitten te janken, of zijn best heeft gedaan dit niet te doen. Louis vertelt dat hij de hele film heeft liggen slapen in de bioscoop, naast zijn Truus, omdat hij teveel wijn had gezopen.

Fotocredits: Denise Verkerk

Een mooie romantische binnenkomer van ome Louis, die je dan weer niet helemaal verwacht. Ik staar een beetje naar het tv-scherm en probeer te volgen wat Louis allemaal te zeggen heeft over deze film. Het gaat nu al niet van harte, dus het ligt niet in de lijn der verwachting dat ik de volledige aflevering uit zal zitten. Heel veel meer indrukken en levenslessen gaan er niet meer in dit weekend. Die zijn er al ruim voldoende geweest.

Na een toeristische route door kleine onbekende Nederlandse grensplaatsjes, die plotseling overgaan in Belgische grensplaatjes op de heenweg, niet in de laatste plaats omdat er in het navigatiesysteem gekozen was voor de kortste route, in plaats van de snelste, kwamen we aan in Brugge. In goed gezelschap, bestaande uit een bestuurder en haar alwetende navigator annex bijrijder, die overigens zelf liever nooit rijdt.

Brugge, een plaats met inderdaad veel Bruggen, dit weekend toneel van een grote markt met brocante en antieke schatten van diverse waarde. De markt was het hoofddoel, maar het randprogramma was als eerste aan de beurt. Na een lunch en een eerste rondje door het historische centrum, waar de sluitertijd van de camera van de chauffeur die ook hobbyfotograaf is nog even getest wordt, zetten we koers naar een brouwerij. De Belgische stad is namelijk de thuisstad van de brouwerij van de familie Maes. Brouwerij de Halve Maan.

In deze kleine brouwerij, tegenwoordig voorzien van een moderne drie kilometer lange pijpleiding, proosten we na een rondleiding door een enthousiaste Bruggenaar die van tijd tot tijd onverstaanbaar is, met onze eerste Brugse zot, de ster van de brouwerij. Van dit blonde biertje zouden er nog vele volgen. Van de wat zwaardere variant, de Straffe Hendrik, wordt een mooie fles ingeslagen voor thuis. Na enkele terrassen, levenslessen en -beschouwingen, bitterballen en lookbrood checken we in het hotel van dienst dit weekend om van daaruit meteen door te gaan naar bestemming twee. ’t Zwart Huis, een restaurant gevestigd in een markant pand, met een dito eigenaar en zijn personeel. De gerechten zijn Belgisch en ook hier zijn de Zotten goed. Na een afzakkertje naast café de Pick, zit dag één erop.

Dag twee is de dag van de jacht. De jacht op schatten waarvan we vooraf nog niet weten dat we ze zoeken. Ons reisgezelschap heeft wel één item op hun verlanglijstje staan en na een eerste mislukte poging en bijna een klein beetje spijt, lopen ze al snel tegen een herkansing aan. Er wordt een kist aangeschaft, eentje die een mooie plaats krijgt thuis en altijd dit verhaal met zich mee zal dragen. Onderweg ontpop ik mezelf tot een volleerde emmer-jager, oude emaillen emmers welteverstaan. Om thuis naast het oerwoud wat kas heet, nog wat planten buiten te kweken. En passant tikken we ook nog even wat officiële Brugse Zot glazen op de kop en is de schattenjacht ten einde. Een groot succes.

Tijd voor een late lunch, met de laatste Zotten, nog even wat chocolade inslaan en de rit naar huis kan beginnen. Een minivakantie waarvoor het idee spontaan is ontstaan tijdens een BBQ. Spontaan is goed. Spontaan is fijn. Nog meer goede ideeën?

#230 Aankomsthal 1

Het voelt raar. Ik kan me de laatste keer dat ik op een vliegveld was zonder dat ik de bedoeling had om ergens naar toe te vliegen niet herinneren. Wanneer ik hier ben, stap ik meestal uit de trein, om daarna linea reacta mijn koffer in te checken, of wanneer dit niet nodig is, loop ik meteen door richting douane.

Nu parkeer ik echter de auto in een parkeergarage waar je maar 48 uur mag staan en waar ik volgens mij tot nu toe alleen de uitgang van heb gezien. Van de keren dat ik werd opgehaald. De rollen zijn nu omgedraaid. Ik ben redelijk op tijd, het laatste bericht van degene die ik hier rond middernacht verwacht, was dat er enige vertraging zou zijn. In eerste instantie was er zelfs sprake van een omweg via Engeland, maar dat is gelukkig van de baan.

De borden hier op het vliegveld geven inderdaad aan dat er enige vertraging is, dus ik heb mezelf ergens geïnstalleerd van waar ik goed uitzicht heb op het mierennest dat Schiphol heet. Het is avond, dus het is relatief rustig. Toch blijft het kijken naar mensen die ergens vandaan komen of ergens heen gaan, of het nog niet weten, een fascinerend schouwspel. Ik kan er uren naar kijken. Nu is het parkeren hier nogal prijzig en had ik een vol programma vandaag, anders was ik wellicht nog een uurtje eerder gegaan.

‘Ga je vliegtuigen spotten?!’ was de vraag van iemand toen ik aangaf vanavond nog richting Schiphol te moeten. Nee, geen vliegtuigen, wel mensen. Al wachtend op de mens die ik het liefste spot. Het wordt tijd richting aankomsthal 1 te gaan.

#227 Zomerhitte

Het is warm vandaag. Dat hoort in de zomer, dat is fijn. Het is ook droog, hard op weg de droogste juni ooit gemeten te worden. Voor zover de categorie nutteloze historische weetjes. Dit hitte zorgt soms ook voor rare taferelen. Ik fiets recht tegen zo’n raar tafereel aan bij thuiskomst. En nee, het heeft deze keer niets met kippen te maken. Nee, ik zie in de hoek, waar normaliter een mooie bloeiende, recent aangeschafte hortensia te zien is, zie ik nu alleen een zwarte paraplu.

Photo by Yvan Musy on Unsplash

Een paraplu die dienst doet als parasol welteverstaan. Ik was al gewaarschuwd, via Whatsapp, één van de laatste alvorens haar telefoon verdween in de koffer, die volgens Transavia toch het ruim in moest. Ze meldde; ‘je zult wel lachen als je straks thuis komt’. Daar had ze gelijk in. Het zag er bijzonder uit, die zwarte paraplu die een hortensiaplant beschermde tegen de zomerhitte. Links en rechts verbranden er namelijk enkele bloemen en de verkoper had nog zo gezegd dat hij niet in de volle zon kon.

Hoeveel hij nu eigenlijk kostte heeft ze me nooit verteld, maar gezien deze verregaande reddingspoging schat ik in dat ik dat niet per se hoef te weten ook. Op dit moment staat de hortensia-koningin waarschijnlijk te wachten op haar koffer ergens langs een bagageband in Porto. De kleine meid die ze bij zich heeft mag gaan genieten van wat al haar derde vakantie is; nog niet eens geboren en nu al een luxe-poes.

De hortensia zal het wel overleven, ik zal de paraplu er netjes overheen zetten wanneer de zon te fel is de komende dagen. Ik zal ook wat zon naar Porto sturen.

#212 Vertraging

Het is gek te beseffen dat deze ochtend is begonnen op een vliegveld in Düsseldorf, het lijkt alweer veel langer geleden. Na de vertraging zijn we met een Grieks leenvliegtuig vanaf Sicilië weer veilig teruggebracht in de richting van onze permanentere verblijfplaats. Alvorens we deze zouden bereiken dienden er echter nog een aantal hordes genomen te worden. De eerste betrof de bagageband.

Photo by Jeanne Rouillard on Unsplash

Terwijl na een korte pitstop op de eerste de beste toiletten blijkt dat al onze medepassagiers een beetje schaapachtig staan te wachten bij bagageband nummer twee, waar overigens niks staat aangegeven over welke bagage daar op gaat verschijnen, of in dit geval; niet op gaat verschijnen, lopen wij richting band nummer zeven. Volgens de borden kunnen wij hier namelijk binnen afzienbare tijd onze koffers langzaam voorbij zien glijden. Na enkele minuten verschijnt ook de rest van de passagiers. Het blijkt een raar kuddevolk, die mensen.

De vertraging heeft voor iedereen lang genoeg geduurd en als de bagage wat lang op zich laat wachten, begint het gesteun, gekreun en geklaag om ons heen. De Duitse meneer met de wandelstok, die in Catania reeds verkondigde dat hij ‘nog beter met de bus had kunnen gaan’, heeft het inmiddels over ‘een catastrofe’. Dit heerschap zal zich over enkele jaren, wanneer hij zompige cake naar binnen werkt met lotgenoten in een verzorgingshuis, van deze vakantie alleen en vooral nog de vertraging herinneren. Dat er waarschijnlijk in de week daaraan voorafgaand best leuke dingen zijn gebeurd, is daaraan ondergeschikt.

Pessimisme ligt altijd op de loer. Zeker wanneer blijkt dat er tien euro extra in rekening wordt gebracht voor je vooraf geboekte parkeerplaats, ergens op een braakliggend terrein naast een Penny-markt in Düsseldorf. We vertrekken door de vertraging immers een dag later dan afgesproken en hier moet gewoon voor betaald worden. ’s Ochtends om een uur of 6:53, na een lange nacht kan dit een druppeltje zijn wat de toch best grote emmer doet overlopen. Gelukkig hebben we nooit tegelijkertijd last van deze druppel, dus na een betaling onder protest door mijn bijrijder, kunnen we er toch al vrij snel weer om lachen.

Ik herinner me over ongeveer 57 jaar, wanneer ik stiekem om 09:47 mijn eerste advocaatje vast naar binnen schuif; toch niks meer te verliezen, vooral de lekkere visgerechten, de wijnen, een verhitte fietstocht, een schoppende dochter en roomcroissants bij het ontbijt. Mijn medebejaarden hebben vast al genoeg vertragingsverhalen op te rakelen.

#211 Crowdfunding

Onze chauffeur is tien minuten te laat. Mijn medereiziger ligt in de luie stoel tegenover mij een uiltje te knappen. Op het jutteren van wat waarschijnlijk een raampje op één van de badkamers is na, is het stil in Bed & Breakfast Villa Maris. Zo stil dat de buurvrouw ons zojuist via de achteringang naar binnen heeft gelaten. Onze sleutels hadden we vanochtend immers al ingeleverd.

De chauffeur is dus opgetrommeld om ons naar het vliegveld in Catania te brengen. De terugreis staat gepland voor vandaag, onze vlucht richting Düsseldorf zal daar te vinden zijn op het grote bord met ‘Departures’. De bestuurder van een oud type Volkswagen Golf, waarvan de versnellingsbak zijn beste tijd heeft gehad, blijkt een vriend van de familie en is in het dagelijks leven bakker, zijn shift zit er net op. Hij verontschuldigt zich en weet ons te vertellen dat we toch voldoende tijd hebben om op het vliegveld te komen. Daar heeft hij gelijk in, dat wisten we immers zelf ook al.

De amateurtaxichauffeur had echter niet gerekend op een fikse bosbrand die ervoor zorgt dat zijn bolide, net als alle andere auto’s, door de politie de snelweg afgedirigeerd wordt. De eerstvolgende oprit die hij probeert blijkt ook afgesloten en we moeten een stukje over voor hem onbekende wegen. Druk in- en uitzoomend op zijn google-maps appje, maakt hij steeds meer onzekere ondefinieerbare geluidjes. En passant vermoord hij ook definitief zijn vijfde versnelling. Na zeker twee minuten onzekerheid achter het stuur, die weliswaar alleen bij de bestuurder aanwezig is, komen we weer terug in een gebied wat hij herkent. De twijfel of dit wel een goede schnabbelcarriere voor hem is zakt weer wat weg en we zien de rokende Etna voor ons opdoemen. ‘Kunnen we die ook nog even afvinken’, hoor ik iemand achterin ontwaken.

Aangekomen op het vliegveld blijkt onze vlucht zeven uur vertraagd te zijn. Helaas, het zij zo, het doet ons verder weinig. We krijgen een dinercoupen en morgen zoeken we allemaal wel uit welke compensatieregelingen er bestaan. Wachten geblazen dus. Tijdens dit wachten scroll ik zoals zovaak doelloos door de tijdlijnen van Facebook, Instagram en LinkedIn. Mijn oog valt op een bericht over crowdfunding. Een geniale uitvinding voor de financiering van businessplannen en andere fantastische ideeën, ik denk er over om de uitgave van mijn eerste verhalenbundel te crowdfunden, maar dat is voor latere zaak.

Dit gaat over ene Jan uit Geldermalsen. Ik ken Jan niet, maar ik denk niet dat we ooit beste vrienden worden. Jan is blijkbaar aansprakelijk gesteld voor de vernielingen die zijn gedaan tijdens de beruchte ‘AZC-rellen’ in Geldermalsen. Jan was daar, waarschijnlijk met een blikje bier in zijn handen, zoals de anderen op de begeleidende foto ook hebben, om goed gevonden leuzen tegen mensen die zij niet kennen te scanderen en later lukraak wat in de rondte te gooien met dranghekken en soortgelijke voorwerpen. Daarbij ging nogal het één en ander kapot en daar moet Jan nu voor dokken. In eerste instantie in zijn eentje, want anderen die aansprakelijk zijn gesteld zitten blijkbaar al in zeven schuldsaneringen tegelijk en van een kale kip kun je niet plukken.

Jan is echter slim. Jan heeft een idee. Jan start een crowdfunding-actie voor de 24.000 euro die hij moet lappen. Volgens het bericht wat ik lees is er zelfs al 2.000 euro opgehaald. Ik lees het nog een keer. En nog een keer. Ik word boos. Boos op de wereld. Boos op Jan ook, en op zijn geldschieters. Recht voor me, bij gate 14 op vliegveld Catania, staan twee vrijwilligers van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Ze doen een crowdfundings-actie oude stijl. Oftewel, ze werven donateurs. Nijdig door het bericht van Jan en zijn nieuwe vrienden loop ik naar ze toe. Of ik wat voor ze kan doen. Dat kan, ik kan donateur worden. Hij legt me het Italiaanse formulier uit en ik zet een krabbel. Vanaf nu draag een miniscuul beetje bij aan een betere opvang van mensen die alles wat ze ooit hebben gekend en gehad achterlaten, op zoek naar iets beters. Wat ze lijken te vinden is vooral nieuwe vijandigheid, in mensen zoals Jan.

Nu zit ik hier dus, nijdig, op een vliegveld in Catania. Niet nijdig door de zeven uur vertraging, maar door Jan. Don’t be like Jan.

#210 Tony Soprano

Ik heb in mijn leven van drie televisieseries alle afleveringen gezien, en ben hard op weg naar een vierde. De eerste is ‘Band of Brothers’, die ik zelfs twee keer heb bekeken. De tweede is ‘Friends’, waarvan inmiddels zoveel herhalingen op televisie te zien zijn geweest dat ik deze naast de bewuste keer, allemaal nog wel drie keer gezien heb. Degene die zometeen als vierde gaat tellen is ‘Mad Men’, maar daar neem ik nog even de tijd voor.

De derde serie die mij van begin tot eind heeft kunnen boeien is ‘The Sopranos’. Het verhaal over een Amerikaanse mafiafamilie met de depressieve Tony Soprano aan het hoofd. Deze Tony werd gespeeld door James Gandolfini, die veel te vroeg overleed in Rome, toen hij een tussenstop maakte op weg naar het Taormina Filmfestival, hier op Sicilië.

Sicilië, de bakermat van de mafia. Geromantiseerd in boeken en films. Films als ‘The Godfather’, waarvan alle delen ook in mijn bescheiden dvd-collectie te vinden zijn. Het mafialeven van de familie Soprano en aanverwanten was alleen wat minder romantisch en episch. Tony was depressief en bezocht hiervoor een psyschiater. Verder bestond zijn leven vooral uit een sleur die het leven als professioneel crimineel ook gewoon met zich meebrengt. Er werd met name veel onder ‘werktijd’ gedronken, gerookt en buiten de deur geneukt. Dingen die het leven als gangster blijkbaar gemeen heeft met het leven als reclameman in Mad Men.

Een duidelijk verschil tussen die twee industriën is echter het vele fysieke geweld. De reclamejongens beperken het, afgezien van een verdwaalde vuist op andermans gezicht, veelal tot bekvechten en psychische spelletjes. De mafiajongens slaan, steken en schieten er ook naar hartelust op los. Deze risicovolle bedrijfstak kent zijn oorsprong hier op dit Italiaanse eiland. Meer dan eens heb ik geprobeerd signalen op te vangen van deze voor het oog van de leek, en zeker voor de toerist, vrijwel onzichtbare branche. Ik wilde het graag zien; de stereotype mannetjes-mannetjes met een sigaar of sigaret, foute zonnebril en glanzend overhemd, die al bellend het restaurant even snel in en uit lopen om hun wekelijkse ‘beschermgeld’ te innen. Dit terwijl ze en-passant wat vage ietwat angstige kennissen op het terras begroeten met twee zoenen.

Zo werkt het natuurlijk niet in het echt, of misschien ook wel, wij zien het in ieder geval niet, en dat is waarschijnlijk maar goed ook.

#209 Zwaardvis

The Donald en Kimmie zijn aangekomen in Singapore voor hun circus. Eerder deze week stond de grote vriend met het slechtste kapsel ter wereld (al doet Kim ook een gooi naar deze titel) al op de bühne tijdens de G7 show, alwaar hij schijnbaar uiteindelijk niet mee wilde spelen met de andere wereldleiders. Ze deden maar gemeen tegen hem. Maar daar ga ik het nu allemaal niet over hebben. Ik ben op vakantie en al die ongein kan me eerlijk gezegd gestolen worden.

Ik vraag me überhaupt af of ze hier weten wie Donald Trump en Kim Jong-Un zijn, laat staan dat het ze interesseert dat deze twee leeghoofden ergens in Singapore met elkaar op de foto gaan deze week. Ik vraag me op dit moment af hoe ik deze zijstraat nu ga koppelen aan de titel van dit stukje. De titel is namelijk altijd hetgene waarmee ik begin en het komt maar zelden voor dat het stuk een dusdanige wending neemt, dat ik achteraf de titel moet wijzigen. Ok, het komt weleens voor, maar niet vaak. En nu ben ik dat zeker niet van plan, dat is teveel eer voor de randdebiel-in-chief.

Het zou dus gaan over zwaardvis. ‘Zwaardvis?!’ hoor ik jullie nu denken. Ja, dat dachten wij ook een maandje of twee geleden, toen het opeens wat vaker ging over wat er wel en niet gegeten mag worden tijdens een zwangerschap. We deden er toen lacherig over, op het lijstje met vissen die een tijdje off limits zouden zijn, stond tussen de wat bekendere varianten namelijk ook; zwaardvis.

‘Wanneer eet je dat nu?’, vroegen wij onszelf af. Daar hoefden we ons in ieder geval niet druk over te maken. Dachten we. Inmiddels is dit van de zes dagen dat we hier nu zijn, volgens mij de vijfde dag dat ik iets met zwaardvis op mijn bord heb zien verschijnen. De karakteristieke vis is hier namelijk de plaatselijke specialiteit en iedere taverne, trattoria of osteria serveert hier minstens een gerecht of vijf met deze zeebewoner.

Ik ben benieuwd wat er in Singapore op het menu staat deze week. Zwaardvis zal wel te licht bevonden zijn, maar ik betwijfel of er zoiets bestaat als raketvis.

#208 32 Jaar

Doe Maar schreef er volgens mij ooit een liedje over, maar daar gaat het niet echt over vandaag. Mijn moeder vond dat groepje van Henny Vrienten wel leuk geloof ik, maar dat is ook al zeker weer ruim 32 jaar geleden.

Jezus, 32 jaar, dat klinkt als een eeuwigheid. Toch ben ik vandaag officieel al echt zo lang op deze aardbol te vinden. Toen ik 30 werd, vond ik dat niet bepaald bijzonder, het klonk nog steeds hetzelfde als de verjaardagen de jaren er voor. Vorig jaar werd ik 31 jaar en zelfs die dag is eigenlijk vrij betekenisloos aan mij voorbij gegaan. Nu is het anders.

Nu ben ik 32 en klinkt het opeens serieus. Heel serieus. Gister schreef ik een heel serieus stuk over de dood en vandaag ben ik me er opeens van bewust dat ook ik ouder word. En dat is maar goed ook. Ik word ouder en de jeugd heeft de toekomst. Die jeugd begint nu al voelbaar doelbewust in mijn richting te schoppen en ik ben er nu al van overtuigd dat dit de komende twintig jaar niet meer zal veranderen. Het is een bijzondere gewaardwording wanneer je je toekomstige dochter, weliswaar onzichtbaar, maar toch ook weer niet, zichzelf ten gelde voelt maken.

Het was vandaag dan wel mijn verjaardag, jij bent er al duidelijk bij. En die hebben we gevierd op een plek waar we waarschijnlijk nooit meer zullen komen. Met cocktails die ik waarschijnlijk nooit meer zal drinken. In een sfeer die ik waarschijnlijk nooit meer zal ervaren. En dat is fantastisch. Ik vind je nu al fantastisch, en ik heb nog geen idee wie je bent.

Ik houd nu al van je.

#206 Capitano Francesco

Terwijl we wakker worden en het gordijn van de deur naar ons dakterras openschuiven, lijkt het bewolkt te zijn. Het is nog redelijk vroeg, maar ook weer niet dusdanig vroeg om nog een laatste restant van het aanbreken van de dag te kunnen zijn. Het voornemen was om vandaag een ander strand op te zoeken dan gisteren, maar door de wolken aan de hemel en de stevige bries die deze wolken vergezeld besluiten we en passant het plan voor morgen vast uit de kast te trekken.

Het plan voor morgen was namelijk dat we de naastgelegen stad Siracusa aan zouden doen. Volgens het reisboekje van de ANWB, wat we speciaal aangeschaft hebben, is deze eeuwenoude plaats namelijk best een bezoekje waard. Nu zijn we verder niet van plan heel veel actieve zaken te ondernemen, dus deze stad, ongeveer een half uurtje rijden van ons stadje vandaan, werd uitverkoren als ‘activiteit’. Eigenlijk voor morgen dus, maar plannen kunnen nu eenmaal wijzigen. Het is fijn als plannen kunnen wijzigen, want vandaag was bijvoorbeeld uitermate ongeschikt geweest als stranddag. Morgen staat er een weercijfer ’10’ te gebeuren, dus is waarschijnlijk wat geschikter als dag niksen op een strandbedje.

Siracusa dus, dat was het plan. Er zou een station moeten zijn in Avola en vanaf daar zouden we met de trein richting de oude Barok-stad kunnen. Dat kon ook, maar niet op het tijdstip wat wij op het oog hadden. Forenzen gaan nu eenmaal niet rond 11:00 uur richting hun werk, zelfs niet in Italië, en het loont hier blijkbaar niet om de gehele dag een dienstregeling op orde te hebben, geen trein te bekennen. De bus dan maar, die pas gaat na een wandeling de andere kant op, twee espressootjes, een zoet broodje en een arancini-vulkaantje op een pleintje in de buurt van de bushalte. Half uurtje later staan we in Siracusa.

‘Wat gaan we hier eigenlijk doen?’ is de vraag die we aan elkaar stellen. Eerst maar wat eten, het is immers al lunchtijd. Twee borden pasta en een wijntje later lopen we terug richting de man die ons zojuist een boottochtje probeerde aan te smeren. Hij heeft succes, twee kaartjes graag. Eénmaal aan boord stuurt Capitano Francesco, een stereotype Italiaans alpha-mannetje zijn bootje de golven door rond het schiereiland. Wat fotomomentjes met de mensen aan boord, een muziekje op standje ‘zo horen de mensen mij aan wal ook’ en wat summiere uitleg over wat we zien verder, zijn we alweer bijna rond.

Een foto achter het ‘roer’, voorzien van een zonnebril met daaraan vast een plastic kapiteinspetje sla ik beleefd af. Twee mannen in het begin van hun midlife-crisis lachen in die pose enthousiast naar de camera’s van hun vrouwen, die waarschijnlijk vol staat met stiekeme kiekjes van Francesco. Het was leuk, maar gelukkig lonkt morgen het strand weer.

#205 Schapen tellen

Na de eerste nacht in ons bed, stond het breakfast netjes voor ons klaar. Aangezien het hier nog niet bepaald hoogseizoen is, al vraag ik me af of dit plaatsje überhaupt een hoogseizoen kent, zijn we de enigen die deze ochtend gebruik maken van een Ikea-bistrosetje op de buitenplaats. Hetzelfde bistrosetje hebben we thuis in de voortuin staan, dus het is meteen vertrouwd.

Eén van de huisbazinnen, ergens heb ik het idee dat deze B&B gerund wordt door louter vrouwen, brengt ons een schaal met de gisteravond bestelde croissants. Eén met room en één met Nutella voor mij en eentje met Nutella voor de sous-chef. Het zijn flinke jongens en met de vulling is ook niet bepaald zuinig omgesprongen, dus tussen het naar binnen werken van nummer één en nummer twee dient even wat indaaltijd te zitten. Doe in tussentijd nog maar een espressootje, de eerste bezorgde me enige rillingen en die sensatie wil ik nog wel een keer.

Na wat vers fruit, een halve kan jus d’orange en wat water zijn we wel verzadigd. Ik besluit voor morgen één croissant minder te bestellen, want het ligt al enigzins zwaar op de maag. Gelukkig moeten we een stukje lopen richting het strand wat we op het oog hebben, dus kunnen de zoetigheden vast wat zakken. Tijdens de wandeling langs de op het oog verlaten kust, voorzien van de nodige vervallen vakantiewoningen, worden we vergezeld. Vergezeld door een onverwachte groep die ook wel wat te eten lust en daar gezamenlijk naar op zoek zijn. Het geklingel kondigt zich luidruchtig aan en op een gegeven moment hebben we geluk dat de weg waar we op dat moment lopen aan het einde niet meer aan beide kanten voorzien is van een muur, zodat we kunnen uitwijken.

Een grote kudde schapen rent op een drafje door de straat, hier en daar vretend aan ieder bosje gras wat ze tegenkomen. Het is een gezellige kakafonie van bellen, ik wou zeggen koeienbellen, maar dat gaat hier natuurlijk niet op. Zodra de stoet, met als sluitstuk een herder in een auto, voorbij is, merken we dat we al op het beoogde strand staan. We zoeken de ligbedjes op, installeren onszelf en ik begin aan een nieuw boek; ‘De jacht op het verloren schaap’.

Ik geloof overigens nog steeds dat toeval gewoon bestaat.