#183 Internationale Barbecue

Gisteren had ik het al even kort over marinades. Dit was toen niet bepaald het belangrijkse onderwerp van de dag, maar het heeft invloed gehad op de gebeurtenissen van vandaag, dus ik kom er toch nog even op terug. Nadat ik gisteravond in het donker de groentes in spé in de kas nog even van een slokje water had voorzien, was het toch nog even tijd om een flinke lading kipfilet en een portie chicken wings van wat extra smaak te voorzien. Het was door de fijne omstandigheden al laat, maar dat hinderde niet.

Vandaag stond er namelijk een klein etentje in de agenda. De mannen die ik in het dagelijkse kantoorleven mijn collega’s mag noemen, zouden namelijk komen barbecuen. Aangevuld met mijn vriend uit Japan en onze man uit Amerika. Het had niet veel gescheeld of er was ook nog een Deense Chinees aangeschoven, maar die had net een vlucht te laat te pakken. Maar goed, voor dit bonte gezelschap aan manvolk zou ik vandaag dus een barbecuetje verzorgen. Op mijn voorstel ook nog, dus dan is een kleine effort voor wat betreft het marineren van wat vlees wel op zijn plaats.

De kipfilet, die later de saté zal vormen, of yakitori, wellicht een betere benaming in dit geval, krijgt een Japanse twist mee. Gesnipperde ui, zonnebloemolie, sojasaus, wasafuru (wasabi-tabasco), yuzu, citroen, oestersaus, bruine basterdsuiker en wat peper. De kippenvleugeltjes worden wat Amerikaanser op smaak gebracht. Goed veel geperste knoflook, blikje cola, olijfolie, zwart zeezout, tabasco, worchestersauce, peper en een goede splash Heinz ketchup. Beide varianten hebben vannacht lekker in een afgesloten plastic zak in de koelkast doorgebracht, om de smaken diep te laten doordringen.

Na wat biertjes op de loungebank, gesprekken in het Engels, Nederlands en een mix daarvan, is het tijd om de yakitori op de barbecue te leggen. Hij valt in de smaak, net als de rest. Het is gezellig, een woord wat steeds internationaler bekend lijkt te worden.

#178 Accuboormachine

Het hout wat me deze week bij thuiskomst iedere keer al lag aan te staren en ik inmiddels al twee keer in mijn handen heb gehad, verdiende het om vandaag verder verwerkt te worden. Niet ik alleen, er was hulp. De hulp die zelf ook als één van de eerste klussen even de stapel hout naar een andere plaats versjouwde. Het lag wederom in de weg.

Photo by Steve Johnson on Unsplash

De initiator en bedenker van vele klussen hier in huis, hield zich daarna bezig met het boren van enkele gaten, wisselen van accu’s in de schroef- en boormachines, tot er boortjes begonnen af te breken en accu’s niet snel genoeg meer oplaadden. Enige irritatie ten gevolge, aangezien ikzelf op dat moment inmiddels ook wel een volle accuboormachine kon gebruiken om de eerste van de 613 schroeven vast te zetten, nadat deze netjes voorgeboord waren met jawel, een accuboormachine. Een tussenoplossing leek het voorboren dan maar met de boorhamer met snoer te doen, een tikkeltje te zwaar voor deze klus, maar het werkte.

Na een schroef of vier diende de volgende accuwissel zich echter al weer aan, dus het leek tijd voor een echte oplossing. Na nog wat irritaties over en weer tussen mijn medeklusser en ik, werd de knoop doorgehakt. Er moest een nieuwe komen. Een goeie. Op naar de Gamma, mijn voorkeurswinkel wanneer het over bouwmarkten gaat. Toevallig stond er één als aanbieding in het krantje deze week, die moest ik hebben. Toeval? Natuurlijk is dit geen toeval, de marketeers bij Gamma weten ook prima dat dagen als deze bijna tot nationale klusdag zijn verheven. Ik ben ze dankbaar deze keer.

Dit is dan ook goed te zien op het parkeerterrein van de kluskeet. Zoeken naar een plekje, nog nooit vertoond. Al snel vinden we het schap vol met de bewuste aanbieding. Toch een lichte twijfel of ik niet toch diegene eronder moet hebben. Nee, ik blijf bij de initiële keuze, het wordt de Makita, altijd al zo’n ding willen hebben. Er wordt nog een extra houten balk uit een schap gegrist, alsmede een nieuw setje houtboren, er zijn er inmiddels wat teveel afgebroken.

De tweede helft van de klusdag gaat beduidend beter. Minder irritatie, betere samenwerking, betere communicatie. Morgen is het vernieuwde terras af. Zaterdag gaan we er van genieten, voor we door gaan naar de volgende klus.

De dagelijkse 250 #2

Carnivoren

Biefstuk, worst, karbonade, schnitzel, filet, lever, tournedos, gehaktbal, bavette, ribbetjes, slavink, steak, drumstick, speklap, rollade en zo nog 453 onderdelen van allerlei mooie dieren. Runderen, varkens, kippen, eenden, herten, zwijnen, kangoeroes, schapen, lammetje, kalfjes, geiten, konijnen, fazanten, kalkoenen, duiven en in sommige contrijen honden, katten, opposums, ratten, of nou ja, zo’n beetje alle dieren die hier op deze bol rondlopen zullen ooit wel door iemand geproefd zijn.

In het ene deel van de wereld lust men nu eenmaal graag dat beestje wat op een andere plaats alleen als schattig huisdier wordt gehouden. Is het gek om te oordelen over iemand zijn eetgewoontes? Gek niet, we gaan nu eenmaal snel uit van onze eigen culturele normen en waarden en die gaan ook over welk dier gegeten mag worden en welk dier niet. Kortzichtig is het wel. Een beetje begrip voor het feit dat ieder land, volk, geloof, of weet ik veel wat voor soort cultuur, zijn eigen kijk op eten heeft is op zijn plaats.

Luxe

Wat wel universeel is, is dat het eten van een goed stuk vlees over het algemeen als ontzettende luxe wordt beschouwd. Ik ben het daar mee eens. Ik ben een vleeseter, ik geniet echt van een goed stuk vlees. De afgelopen tijd heb ik er nog meer van leren genieten door de luxe weer echt terug te brengen. Luxe voor mijzelf, maar ook een klein beetje luxe voor de beesten die in stukken op mijn bord verschijnen. De afgelopen decennia heeft de superefficiente vleesindustrie dit stukje luxe voor iedereen meer dan toegankelijk gemaakt, overdreven toegankelijk zelfs, ten koste van een aantal misschien toch wel belangrijke zaken. Voor de dieren in deze meatfactory’s is het over het algemeen geen groot feest. Ook schijnt deze vorm van boeren een aardige duit in het zakje van de CO2 uitstoot te doen.

Meer door minder

Nu ben ik geen uitgesproken aanhanger van de filosofie ‘less is more’, in veel gevallen is meer toch echt beter. In dit geval ben ik echter zelf verrast door het effect van een simpele wijziging. Koop beter en eerlijker vlees, ja duurder dus, maar zoveel lekkerder. Kwalitatief beter, zeker, maar ook het verhaal en de gedachte aan een beest dat toch nog iets van een leven heeft gehad draagt bij aan het geheel. Eén of twee dagen in de week vleesloos, klinkt als vloeken, maar het is heerlijk en compenseert de hogere prijs ook meteen. Vlees wordt weer speciaal, de smaak intenser en je ontdekt opeens dat vegetarische gerechten best te pruimen zijn en vaak zelfs innovatiever en intenser dan de ‘bijgerechten’ naast  de kiloknallers op je bord.

Anyway, vlees is heerlijk, ik zou niet zonder willen, maar doe eens gek, denk de volgende keer ook een eens aan de koe die op je bord ligt en of deze überhaupt ooit weleens een stuk gras heeft gezien, of alleen de grijze vloeren en binnenmuren van een fabriek.

#beterleven #vleeseter