Ik loop nog steeds achter, wat betekent dat er vandaag niet één, maar twee keer een lapje tekst verschijnt. Dit gezegd hebbende vraag ik me al af waarover de tweede van vandaag dan in godsnaam zou moeten gaan, aangezien ik nu al de grootst mogelijke moeite heb om er wat woorden eruit te persen. Het voelt alsof het letterlijk uit mijn tenen moet komen.
Die tenen, die gisteren nog zo lekker stonden te genieten in het zand, ergens op een strandje in Giesbeek. Waar? Giesbeek, bij Arnhem ergens in de buurt. Daar organiseerde ze een feestje. Een feestje waar ik inmiddels volgens mij alweer drie eerdere edities heb meegemaakt en dit dus de vierde was, maar het kan ook de vijfde zijn. Enige zekerheid hierin heb ik niet, omdat mijn geheugen me hier in een klein beetje in de steek heeft gelaten. Dat kan komen door de enorme hoeveelheid feestjes die ik de afgelopen vijf, zes jaar heb bezocht en er soms dus verhaallijnen en herinneringen door elkaar lijken te lopen.
In die herinneringen is het op dit feestje altijd mooi weer en eindigen we altijd zo’n beetje op dezelfde plaats. Ergens tussen een verdwaald boompje op een heuveltje en de dichtsbijzijnde bar in. Zo is er goed zicht op de mensenmenigte en de show waarvan we allemaal weten dat hij gaat komen. De laatste bassen worden het veld over gepompt, een zware stem brengt wat filosofische oneliners waar socrates een puntje aan kan zuigen. En dan is het zover, het vuurwerk gaat de lucht in. En dan heb ik het niet over een verdwaalt pijltje, maar een bult buskruit waar menig Chinees jaloers op zou zijn.
Na een laatste nabrander druipt iedereen af en is het tijd voor het klapstuk van de dag. De busreis naar huis. Over een stukje waar je normaliter zo ongeveer 40 minuten zou doen, wordt nu met gemak de tweeënhalf uur aangetikt. Het hindert niet, het hoort erbij, iedereen is het gewend en iedereen zeikt er iedere keer weer over. Het is traditie. Ik ben wel blij dat ik tegenwoordig gewoon kan instappen. En me niet meer druk hoef te maken of al mijn 75 passagiers wel in de bus zitten, en zo niet, waar ze dan zijn.
Het is fijn dat andere mensen dit regelen. Dan kan ik me druk gaan maken over wat er nog met de babykamer moet gebeuren. Maar eerst even een uurtje op de bank liggen.