#236 Het weekend, deel 2

Ik loop nog steeds achter, wat betekent dat er vandaag niet één, maar twee keer een lapje tekst verschijnt. Dit gezegd hebbende vraag ik me al af waarover de tweede van vandaag dan in godsnaam zou moeten gaan, aangezien ik nu al de grootst mogelijke moeite heb om er wat woorden eruit te persen. Het voelt alsof het letterlijk uit mijn tenen moet komen.

Die tenen, die gisteren nog zo lekker stonden te genieten in het zand, ergens op een strandje in Giesbeek. Waar? Giesbeek, bij Arnhem ergens in de buurt. Daar organiseerde ze een feestje. Een feestje waar ik inmiddels volgens mij alweer drie eerdere edities heb meegemaakt en dit dus de vierde was, maar het kan ook de vijfde zijn. Enige zekerheid hierin heb ik niet, omdat mijn geheugen me hier in een klein beetje in de steek heeft gelaten. Dat kan komen door de enorme hoeveelheid feestjes die ik de afgelopen vijf, zes jaar heb bezocht en er soms dus verhaallijnen en herinneringen door elkaar lijken te lopen.

In die herinneringen is het op dit feestje altijd mooi weer en eindigen we altijd zo’n beetje op dezelfde plaats. Ergens tussen een verdwaald boompje op een heuveltje en de dichtsbijzijnde bar in. Zo is er goed zicht op de mensenmenigte en de show waarvan we allemaal weten dat hij gaat komen. De laatste bassen worden het veld over gepompt, een zware stem brengt wat filosofische oneliners waar socrates een puntje aan kan zuigen. En dan is het zover, het vuurwerk gaat de lucht in. En dan heb ik het niet over een verdwaalt pijltje, maar een bult buskruit waar menig Chinees jaloers op zou zijn.

Na een laatste nabrander druipt iedereen af en is het tijd voor het klapstuk van de dag. De busreis naar huis. Over een stukje waar je normaliter zo ongeveer 40 minuten zou doen, wordt nu met gemak de tweeënhalf uur aangetikt. Het hindert niet, het hoort erbij, iedereen is het gewend en iedereen zeikt er iedere keer weer over. Het is traditie. Ik ben wel blij dat ik tegenwoordig gewoon kan instappen. En me niet meer druk hoef te maken of al mijn 75 passagiers wel in de bus zitten, en zo niet, waar ze dan zijn.

Het is fijn dat andere mensen dit regelen. Dan kan ik me druk gaan maken over wat er nog met de babykamer moet gebeuren. Maar eerst even een uurtje op de bank liggen.

#222 Cocktails & voetbalschoenen

Het was laat vannacht. Terwijl ik met een verstrekeling achterop terug naar huis fiets en onderweg andere mensen die op hetzelfde feestje waren gedag zeg, denk ik eigenlijk aan helemaal niks. Of ik kan me nu niet herinneren wat ik op dat moment dacht, dat kan ook. Daar geef ik dan de cocktails de schuld van. Er was namelijk een cocktailbar gisteravond. Op het feestje ter ere van een ander feestje. Het was fijn.

Photo by Christian Widell on Unsplash

Mensen die hart en ziel leggen in een voetbalclub en een evenement. Vrijwillig welteverstaan. De uren vrije tijd die mensen hierin steken vormen samen één grote berg deze avond. Er wordt gedronken en er wordt gepraat, er is een verwoede poging om te dansen door dees of gene, maar dat lijkt toch niet helemaal de bedoeling van deze avond. De DJ doet hard zijn best het dansvloertje gevuld te houden, maar het lijkt vaak tevergeefs. Ik weet hoe hij zich voelt.

Aan het einde van de avond worden er verwoede pogingen gedaan door een voormalig leider mij weer eens voetbalschoenen aan te laten trekken. Herinneringen aan epische wedstrijden, heroïsche tackles en verdwaalde doelpunten vliegen over de tafel. Het is mooi om te horen hoe slecht voetbal door de jaren dusdanig geromantiseerd kan worden. Het is verleidelijk en wellicht komt het er ooit van. Maar voorlopig blijven ze op zolder liggen.

De passagier op de bagagedrager heb ik inmiddels gelost. Thuis zet ik in een vlaag van verstandsverbijstering nog even een bos bloemen netjes in een vaas. De sous-chef heeft vandaag één van haar cursussen afgerond, dat was een bloemetje waard. De herinneringen aan afgelegen voetbalvelden op de vroege zondagmorgen lijken alweer ver weg. Eerst uitslapen.

#217 Koude bitterballen

Gisteren was het na een forse kater en wat opruimwerkzaamheden tijd voor een evenement omtrent eten. En vooruit, drinken, maar daar moest ik in het begin niet echt aan denken. Aangezien ik de gastheer was de avond ervoor, betekent dit dat ik het eerste biertje op heb, en het laatste. En daartussenin zaten er geloof ik nogal wat. Op de weg richting Nijmegen, waar het foodtruckfestival ‘Trek’ deze keer is neergestreken, hebben we zicht op een wat ondefineerbaar uitziend soort weer.

Het lijkt precies allemaal net niks. De zon lijkt ook een kater te hebben en laat zich liever niet helemaal zien. De wolken hebben er echter ook niet bepaald zin in, en op dat moment lijkt de regen het drinkmaatje van de zon te zijn geweest en houdt zich tot dan toe ook liever koest. Onderweg krijgen we te horen dat onze medefestivalgangers iets later vertrekken vanwege een diep slapende minimens. Geen probleem, wij zoeken vast een plekje op. Dit lukt wonderwel vrij snel, het is wat minder druk dan de editie in Utrecht van een maandje terug, en we weten een leuk tafeltje te bemachtigen. Dit leidt tot kinderlijke vreugte bij de sous-chef, die breed stralend plaatsneemt op haar houten klapstoel. De kater zakt al iets door deze aanblik.

Als we er toch zitten, doe dan maar wat te drinken. Een ijsthee alsjeblieft. We hebben uitzicht op twee jongens van Captain Joe, wat later een visrestaurant in de buurt blijkt te zijn en die dus ook een foodtruck hebben. Één van de jongens maakte leuke assorti’s met rauwe stukken vis en oesters, voorlopig niet voor ons weggelegd wanneer we samen zijn. De andere zeeman bedient de frituur. Waarschijnlijk niet zijn dagelijkse job, want de portie garnalenkroketten die ik bestel is tot twee keer toe in het midden nog bevroren. De derde keer heeft hij iedere bitterbal afzonderlijk met zijn kernthermometertje nagemeten en is zeker van zijn zaak. ‘Als ze nu niet goed zijn, dan mag je mijn tent overnemen’, meldt hij met een knipoog.

Ze zijn goed, ik brand mijn gehemelte en mijn duim gaat omhoog.

#201 Mannenliefde (1ste lustrum)

Ergens vijf jaar geleden werd er op een bank in Kapel-Avezaath, die toevallig in mijn huis stond, besloten dat er met een groep jongens eens wat festivalletjes bezocht moesten worden. Nu gebeurde dat zo links en rechts al wel natuurlijk, maar dit was niet hetzelfde. Het moest een soort van georganiseerde groepsreis worden. Cor en don, maar dan anders.

Zo gezegd, zo gedaan. Er werd een whatsapp-groepje aangemaakt en het uitverkoren festival dat ons over de vloer zou gaan krijgen was Solar in Roermond. Saillant detail is dat dit waarschijnlijk voorbestemde idee uit de hoge hoed kwam van degene die in ons midden niet altijd te betrappen is op een groot organisatietalent. Dat dit uiteindelijk allemaal toch van de grond is gekomen, moet wel een teken zijn geweest dat het zo heeft moeten zijn.

De groep trok richting Limburg en bestond daar uit tien personen. Één was op dat moment te vinden aan de andere kant van de wereld en een twaalfde is later pas ingewijd. Het was het begin van een lange reeks avonturen. De app-groep kreeg een passende naam, werd voorzien van een logootje en er werd een gezamenlijke spaarrekening op touw gezet met behulp van een niet meer gebruikte en/of rekening van twee leden die hun samenlevingsavontuur beïndigden.

De groep, die samen onder andere goed is voor elf mislukte voetbalcarriëres, vele hardloopkilometers, nog meer fietskilometers, een berg aan vlieguren, wereldreizen en paspoortstempels, vijf zonen, drie dochters en nog vijf kleintjes op komst, is voor mij wat er in de Dikke van Dale als beschrijving van vriendschap hoort te staan. Soms hecht, soms wat minder, soms intens, soms oppervlakkig, soms schurend, soms verbaasd, soms moeilijk, soms makkelijk, altijd onvoorwaardelijk, vaak hilarisch, soms ongezond, meestal op het randje, altijd vertrouwd en nooit alleen.

Gisteren vierden we vijf jaar ongein. Proost, op altijd liefde.

#189 De lekkere trek

De dag begon vandaag op het terras. Eén van de collega’s van de sous-chef rende samen met nog wat anderen van Hamburg naar Rotterdam. Oftewel de Roparun. Dat staat eigenlijk voor Rotterdam-Parijs, waarmee bedoeld wordt dat men van Parijs naar Rotterdam holt, dus eigenlijk staat het verkeerd om en Parijs is de afgelopen jaren zo populair geworden dat er een extra startplaats aan toegevoegd is.

Ik weet niet of ik het goed helemaal goed verwoord zo, maar ik ga er vanuit dat het een beetje in de buurt van de werkelijkheid komt. Er komt nog een team met bekenden door Tiel, maar die hebben een iets strakker tijdschema aangehouden en een wat vroegere doorkomsttijd. Verder verwachten we voor deze runners wat meer support, is ons extra ochtendje uitslapen ons ook wel waardevol, dus besluiten we het bij de collega te houden. Wat verder niets af doet aan de prestaties van alle andere teams. Petje af. Om ongeveer 9:30, maandagochtend zit ik dus wat verdwaasd op een terras in Tiel. Doe maar een colaatje. Klappen voor de hardlopers. De sous-chef knuffelt de collega en we kunnen door.

Er wordt koers gezet naar Utrecht. Eerste stop is een nieuwe aanwinst voor deze wereld. Een miniman van vier weken oud. Deze toekomstige wereldreiziger krijgt zijn eerste zwembroek van ons en dat komt blijkbaar al snel goed van pas. De zon schijnt fel en de beschuit met muisjes smaakt goed. Via Ikea, Baby-Dump en Prénatal, het scheurijzer inmiddels volgeppropt tikken we op de navigatie het adres van de aanbevolen parkeergarage van de laatste stop van deze dag in; ‘Festival Trek’. Een bonte verzameling aan oude trucks, aanhangers, busjes en alles wat er voor door kan, omgebouwd tot mobiele keukens met exotische namen.

Via nacho’s, een broodje biefstuk, buikspek en een maiskolf naar een portie vis en een garnalenkroket. We besluiten dat er nog ruimte is voor een toetje. De route naar huis wordt daarom afgelegd via een ijssalon in Buren. ‘Cookie-Witte Chocolade en Cookie-Hazelnoot alstublieft’. Tweede pinksterdag zoals tweede pinksterdag hoort te zijn.

Woordenchef-trek-2.jpg

#187 Hard, harder, hardst

De dag begon gisteren met een stevig ontbijt. Dit zou ook meteen zo ongeveer als lunch dienen, aangezien de bus om 12:15 zou vertrekken. Dat betekende 12:00 uur op de fiets, de stationsfiets, die eerst nog naar beneden moest worden gehaald in de schuur. Door dit strakke tijdsschema is een klein verhaal er gisteren een tikkeltje bij in geschoten. Aangezien ik vandaag verder helemaal niets op de planning heb, net zoveel noodzaak als luxe, zal er vanavond dus naar alle waarschijnlijkheid nog een tweede verschijnen.

Maar goed, de bus. Waar gaat die bus heen? Die bus brengt ons naar Erp, naar een ietwat uit de kluiten gewassen dorpsfeest. Op deze zaterdag voor pinksteren staat het eerste feestje van een tweeluik op het programma, vandaag, op eerste pinksterdag, is er nog eentje aan de gang. Zodra de bus is aangekomen wordt eerst een klein half uurtje gewandeld, via verlaten industrieterreinen en als parkeerplaats dienst doende weilanden, richting de ingang. We zijn vroeg, rond half drie zijn we al goed en wel binnen en wetende dat het vuurwerk als teken van het einde pas om +/- 01:00 uur de lucht in geschoten wordt, bereiden we ons voor op een lange dag. Een dag waarin alle mogelijke vormen van energie aangesproken moeten worden, want stilstaan en rust is er niet bij op dit feestje.

Ik heb het hier namelijk over ‘Harmony of Hardcore’, een naam die weinig aan de verbeelding over laat. Een festival compleet gewijd aan de muziek van voor zover ik weet de enige echte internationaal bekende Nederlandse subcultuur; hardcore. Eén van mijn medefeestgangers komt in de bus pas tot het besef dat het aantal beats per minuut vandaag nergens tot onder de 160 per minuut zal komen, met uitschieters tot waarschijnlijk ergens richting de 300 per minuut. Niet voor tere zieltjes dus, enkel voor de liefhebbers. Één of twee keer per jaar ben ik zo’n liefhebber. Vandaag samen met 29.999 anderen. Gehoorbeschadeging ligt op de loer en naast je oren, ook de rest van je organen die letterlijk het dreunen van de zware en snelle bassen voelen en het soms zelfs lijkt alsof je even een centimeter of vijf van je plaats wordt geblazen.

Het vuurwerk gaat de lucht in, ik zie dit samen met nog een paar afgehaakte strijders van achteraan op een heuvel. Degene naast me vraagt of ze nu in mijn verhaaltje komt morgen. ‘Dat weet ik nog niet’, antwoord ik. Drie kwartier voor het einde is alle energie vergeven. Het was het waard, een dagje bijkomen was vooraf al ingepland.

Woordenchef-hardcore-2.jpg

…..

Fotocredits headerfoto: Denise Verkerk

Bloody Beetroots

Recept of recensie?

Bietjes. Dat rijmt op mietjes. Maar dit wordt geen rijmelarij. Wat dit dan wel wordt? Geen idee. Een recept? Denk het niet, ik ben niet zo receptvast. Een recensie? Ook niet, daarvoor is het al te lang geleden. Dit zijn eigenlijk twee zaken door elkaar heen. Aan de ene kant, de laatste zomerbieten van dit jaar uit de oven, aan de andere kant een herinnering aan a Campingflight tot Lowlands Paradise eerder dit jaar. En dan specifiek naar een dampend optreden van The Bloody Beetroots, op een verder wat timide editie van het festijn.

Dus, zomerbietjes uit de oven werd het. Ergens vorige week, een rode week. Zes van die knollen, gesneden in blokjes, uitjes erbij, in grove parten, geen fijnzinnig werk. Rozemarijn en tijm plukken of knippen in de tuin, een beetje hakken en uitstrooien over de rode en witte stukjes in de ovenschaal met een hap uit de rand. Balsamicoazijn uit een Albert Heijn flesje op dit alles spetteren en daarna een paar tenen knoflook platrammen en met schil toevoegen aan de mix.

Hete oven

Hussel alles, hussel het door elkaar, mix het, soms snel, soms langzaam, met een lepel of met een vork. Het maakt niet uit. Als het maar een zooitje wordt, toch een soort geheel. Peper, zout, dat bindt alles, en olie, liefst goeie, anders krijg je soms zo’n wrange smaak. De oven is inmiddels goed warm en broeierig, een graad of 200, gaandeweg het einde nadert mag het allemaal nog wat heter zelfs. Schuif de schaal erin en wacht tot het het klaar is, wanneer dat is?

“Is het klaar?”

Dat merk je van zelf, duik af en toe in de oven, laat je bril beslaan, je voorhoofd warm worden, of je vingertoppen heet en schud alles nog een wakker met een goede stir. Trek de schaal eruit, proef wat, brand je mond en keur het goed. Zorg dat de herinnering mooi blijft en serveer alles in een mooie schaal. Het liefst een met een eigen verhaal. Rode bieten tussen het blond servies en de mayo voor luxepoezen, het kan allemaal. Ook op Lowlands.

SanderVoerman-Bietjes02-2017

Ingrediënten voor een feestje op je bord, aan te vullen met andere genotsmiddelen, maar als je licht wil tafelen, of nog niet voluit wil gaan is dit ruim voldoende:

  • 6 goeie bieten
  • 4 of 5 lekkere uien
  • een paar tenen knoflook
  • balsamicoazijn, een mooie splash
  • niet te zuinig met die dure olijfolie
  • een greep uit de kruidentuin
  • peper, een paar draaien
  • zout, grove korrels