Mijn vader geeft de planten in mijn kas water wanneer ik op vakantie ben. Hij leent ons zijn auto als we weer eens iets groots ergens op moeten halen of weg moeten brengen. Mijn vader wil straks graag oppassen op zijn eerste kleindochter. Mijn vader helpt ons met het aanschaffen van een nieuwe heg. Hij geeft tips over het aanleggen van gras.
Photo by Bryan Minear on Unsplash
Mijn vader neemt ons mee naar de pannenkoekenbakker. Op de middelbare school hielp mijn vader me altijd uit de nesten wanneer ik daar weer eens in zat. En dat was nogal vaak. Mijn vader gaf me op mijn flikker als ik te laat thuis kwam. Ook dat was nogal vaak. Mijn vader kwam kijken wanneer ik moest voetballen. Mijn vader hielp me aan een baan. Samen met mijn moeder was hij er, toen het leven opeens wat tegen leek te zitten. Mijn vader, die man die nooit huilde, huilde toen opeens samen met mij.
Mijn vader, die graag vier keer afscheid neemt alvorens hij gaat. Mijn vader die graag een biertje met me drinkt. En graag Chinees voor ons haalt. Mijn vader die me meenam naar wedstrijden van Oranje toen ze nog wel wat konden. Die me meenam naar dierentuinen, met me op vakantie ging naar Frankrijk, en naar Zweden. Die me de trap opdroeg toen mijn been in het gips zat. Mijn vader die me altijd vertouwt, ook al is hij het er niet mee eens. Mijn vader die houdt van mijn moeder. Mijn vader die er altijd is.
Ik neem dat allemaal voor lief, alsof het normaal is. En voor mij is het dat ook. En dat komt door hem, mijn vader. Vandaag is voor de vaders. Ik hoop dat ik wat van je geleerd heb ouwe. Volgend jaar ben ik zelf vader.