Terwijl het hele land volgens de berichten zich zo ongeveer in standje zondvloed bevindt en de rubberboten hier en daar door de straten drijven, rolt er hier maar mondjesmaat een klein dondertje uit de hemel en valt er dusdanig weinig regen dat ik morgen alsnog met de tuinslang naar buiten kan. Maar ach, je hoort mij niet klagen. Liever zo dan mijn kas belaagd zien worden door hagelstenen zo groot als stuiterballen. Daar moet allemaal rekening mee gehouden worden tegenwoordig.
Eerder deze avond was er een snelle maatlijd in de vorm van soep uit zak. Een soort pindasoep, die eigenlijk net iets te warm was voor de subtropische temperatuur hier in huis, een af te bakken Turks brood wat al een tijdje in de voorraadkast lag te slingeren, wat smeersels daarbij en twee Italiaanse worsten uit de koopeenvarken.nl lade uit de garagediepvries. Een raar allegaartje, maar vanwege een iets te strak gepland avondschema is het oorspronkelijke plan van aardappels en sperziebonen (vandaar de worst, die daar beter bij had gepast) komen te vervallen tegen het einde van de middag.
Na de maaltijd stond er namelijk een bliksembezoek gepland aan de bedienster van een handig apparaatje. Met dit apparaatje konden we even heel duidelijk, hard en snel de stevige beat van het hartje van onze dochter in spé horen. Fantastisch en nog steeds onwerkelijk tegelijk; dat minimensje wat daar ergens in aanbouw is. De rest van de avond gaat op aan schrijfwerk. Mijn laatste van een eerste drieluik voor Tokyo.nl, een stuk over de sneeuwapen deze keer.
Iets meer dan een jaar geleden liepen we daar nog met zijn tweeën tussen die apen, ergens op een berg in Japan. Het lijk alweer veel langer geleden. Over iets minder dan een half jaar zijn we met zijn drieën. Het lijkt nog zo lang te duren.