#252 Ruzie maken

Iets meer dan vijf jaar geleden was er nog twijfel. Was er nog onverschilligheid en soms zelfs oneerlijkheid. Iets meer dan vijf jaar geleden was er nog geen duidelijke keuze gemaakt, of als ik heel eerlijk ben; die durfde ik niet te maken. Iets meer dan vijf jaar geleden was er nog geen overgave. Iets meer dan vijf jaar geleden wilde ik mezelf nog beschermen. Beschermen waartegen vraag ik me nu af. Ik weet het heus nog wel; datgene waartegen ik me wilde beschermen. Maar de herinneringen hieraan zijn de afgelopen vijf jaar vervaagd, heel erg vervaagd.

Photo by Johannes Plenio from Pexels

Vijf jaar van overgave, vijf jaar van begrip, maar soms ook onbegrip. Vijf jaar van avonturen, spannende momenten en onbekend terrein. Vijf jaar waarin we elkaar beter hebben leren kennen dan welk persoon dan ook. Vijf jaar waarin ik mezelf ook vooral heb leren kennen en mezelf heb bloot gegeven, steeds een beetje meer. Vijf jaar waarin ik veel geleerd heb, maar ook eigenwijs ben gebleven. Of onverschillig, noem het hoe je het noemen wilt. Vijf jaar waarin ik geleerd heb wat onvoorwaardelijk betekent. Vijf jaar waarin ik geleerd heb dat liefde een keuze is, een luxe. En geen vanzelfsprekendheid. Vijf jaar waarin ik geleerd heb dat liefde iets is waar je moeite voor doet en constant blijft doen.

Liefde is een werkwoord, verpakt als een zelfstandig naamwoord. Het is iets bijzonders. Het levert discussies op, felle discussies soms, die je gemakkelijk zou kunnen verwarren met ruzie maken. Het houdt je een spiegel voor, dusdanig dat je vaak tot de conclusie komt dat je die discussies vooral met jezelf voert. Liefde is confronterend. Liefde is passie. Liefde is leren dat je het met elkaar oneens kunt zijn en tegelijkertijd allebei gelijk kunt hebben. Liefde is zoveel meer dan dat kopje thee op de vroege ochtend. Liefde is de ander sterker maken door zelf sterk te zijn. En andersom.

Echte liefde is moeilijk. En daarom juist zo waardevol.

#243 Kersen en behangplaksel

Het stond al een tijd te gebeuren. Een paar weekenden geleden, toen de sous-chef zich in Portugal bevond, Porto om precies te zijn, heb ik de oude laag er al af gepeuterd. Niet met behulp van het oude vertrouwde stoomapparaat, maar met een chemisch goedje. Behangafweek. Dit na een tip van een collega die in hetzelfde schuitje zit en een soortgelijk klusje al achter de rug had.

Photo by Joanna Kosinska on Unsplash

Behang dus. De oude, overgeschilderde vellen papier eraf, zodat er nieuwe op kunnen. De kale muur stond op me te wachten op deze zonnige zaterdagochtend. Het humeur was echter meer standje herfst en daar was niet echt een aanwijsbare reden voor. Dat zijn de vervelendste, want die zijn nogal lastig op te lossen. Zonder oorzaak of reden; ook geen oplossing. De herfst even daargelaten wordt er toch voortvarend van start gegaan en binnen niet al te lange tijd, lijkt de klus al gepiept. Geen gescheurde vellen behang, geen behangplaksel in mijn haar, geen gaten in de muur, geen schade, niks, helemaal niks.

Uiteraard moet alles nog drogen en dat kan nog wat verrassingen opleveren, maar aangezien het spulletje toch nog overschilderd gaat worden zodat eventuele oneffenheden nog weggewerkt kunnen worden, verwacht ik geen wereldschokkende bijzonderheden meer. Het was een klus die nog ontbrak op mijn doe-het-zelf palmares, maar na vandaag niet meer. De herfst lijkt na de behangklus nog even door te slaan in een winter, maar herpakt zich daarna toch weer terug richting zomer.

In de zomer is toch alles leuker, in de zomer kan er gebarbecued worden en in de zomer zijn er kersen. Kersen uit een vergiet. Betuwse kersen van langs de weg. De sous-chef kijkt me vragend aan; ‘laat je dat restje voor mij over?’

Ik zet het vergiet weg en snijd een nectarine. Morgen nieuwe kersen halen, schiet er door mijn hoofd, het is immers zomer.

#208 32 Jaar

Doe Maar schreef er volgens mij ooit een liedje over, maar daar gaat het niet echt over vandaag. Mijn moeder vond dat groepje van Henny Vrienten wel leuk geloof ik, maar dat is ook al zeker weer ruim 32 jaar geleden.

Jezus, 32 jaar, dat klinkt als een eeuwigheid. Toch ben ik vandaag officieel al echt zo lang op deze aardbol te vinden. Toen ik 30 werd, vond ik dat niet bepaald bijzonder, het klonk nog steeds hetzelfde als de verjaardagen de jaren er voor. Vorig jaar werd ik 31 jaar en zelfs die dag is eigenlijk vrij betekenisloos aan mij voorbij gegaan. Nu is het anders.

Nu ben ik 32 en klinkt het opeens serieus. Heel serieus. Gister schreef ik een heel serieus stuk over de dood en vandaag ben ik me er opeens van bewust dat ook ik ouder word. En dat is maar goed ook. Ik word ouder en de jeugd heeft de toekomst. Die jeugd begint nu al voelbaar doelbewust in mijn richting te schoppen en ik ben er nu al van overtuigd dat dit de komende twintig jaar niet meer zal veranderen. Het is een bijzondere gewaardwording wanneer je je toekomstige dochter, weliswaar onzichtbaar, maar toch ook weer niet, zichzelf ten gelde voelt maken.

Het was vandaag dan wel mijn verjaardag, jij bent er al duidelijk bij. En die hebben we gevierd op een plek waar we waarschijnlijk nooit meer zullen komen. Met cocktails die ik waarschijnlijk nooit meer zal drinken. In een sfeer die ik waarschijnlijk nooit meer zal ervaren. En dat is fantastisch. Ik vind je nu al fantastisch, en ik heb nog geen idee wie je bent.

Ik houd nu al van je.

#206 Capitano Francesco

Terwijl we wakker worden en het gordijn van de deur naar ons dakterras openschuiven, lijkt het bewolkt te zijn. Het is nog redelijk vroeg, maar ook weer niet dusdanig vroeg om nog een laatste restant van het aanbreken van de dag te kunnen zijn. Het voornemen was om vandaag een ander strand op te zoeken dan gisteren, maar door de wolken aan de hemel en de stevige bries die deze wolken vergezeld besluiten we en passant het plan voor morgen vast uit de kast te trekken.

Het plan voor morgen was namelijk dat we de naastgelegen stad Siracusa aan zouden doen. Volgens het reisboekje van de ANWB, wat we speciaal aangeschaft hebben, is deze eeuwenoude plaats namelijk best een bezoekje waard. Nu zijn we verder niet van plan heel veel actieve zaken te ondernemen, dus deze stad, ongeveer een half uurtje rijden van ons stadje vandaan, werd uitverkoren als ‘activiteit’. Eigenlijk voor morgen dus, maar plannen kunnen nu eenmaal wijzigen. Het is fijn als plannen kunnen wijzigen, want vandaag was bijvoorbeeld uitermate ongeschikt geweest als stranddag. Morgen staat er een weercijfer ’10’ te gebeuren, dus is waarschijnlijk wat geschikter als dag niksen op een strandbedje.

Siracusa dus, dat was het plan. Er zou een station moeten zijn in Avola en vanaf daar zouden we met de trein richting de oude Barok-stad kunnen. Dat kon ook, maar niet op het tijdstip wat wij op het oog hadden. Forenzen gaan nu eenmaal niet rond 11:00 uur richting hun werk, zelfs niet in Italië, en het loont hier blijkbaar niet om de gehele dag een dienstregeling op orde te hebben, geen trein te bekennen. De bus dan maar, die pas gaat na een wandeling de andere kant op, twee espressootjes, een zoet broodje en een arancini-vulkaantje op een pleintje in de buurt van de bushalte. Half uurtje later staan we in Siracusa.

‘Wat gaan we hier eigenlijk doen?’ is de vraag die we aan elkaar stellen. Eerst maar wat eten, het is immers al lunchtijd. Twee borden pasta en een wijntje later lopen we terug richting de man die ons zojuist een boottochtje probeerde aan te smeren. Hij heeft succes, twee kaartjes graag. Eénmaal aan boord stuurt Capitano Francesco, een stereotype Italiaans alpha-mannetje zijn bootje de golven door rond het schiereiland. Wat fotomomentjes met de mensen aan boord, een muziekje op standje ‘zo horen de mensen mij aan wal ook’ en wat summiere uitleg over wat we zien verder, zijn we alweer bijna rond.

Een foto achter het ‘roer’, voorzien van een zonnebril met daaraan vast een plastic kapiteinspetje sla ik beleefd af. Twee mannen in het begin van hun midlife-crisis lachen in die pose enthousiast naar de camera’s van hun vrouwen, die waarschijnlijk vol staat met stiekeme kiekjes van Francesco. Het was leuk, maar gelukkig lonkt morgen het strand weer.

#197 Onweer en sneeuwapen

Terwijl het hele land volgens de berichten zich zo ongeveer in standje zondvloed bevindt en de rubberboten hier en daar door de straten drijven, rolt er hier maar mondjesmaat een klein dondertje uit de hemel en valt er dusdanig weinig regen dat ik morgen alsnog met de tuinslang naar buiten kan. Maar ach, je hoort mij niet klagen. Liever zo dan mijn kas belaagd zien worden door hagelstenen zo groot als stuiterballen. Daar moet allemaal rekening mee gehouden worden tegenwoordig.

Eerder deze avond was er een snelle maatlijd in de vorm van soep uit zak. Een soort pindasoep, die eigenlijk net iets te warm was voor de subtropische temperatuur hier in huis, een af te bakken Turks brood wat al een tijdje in de voorraadkast lag te slingeren, wat smeersels daarbij en twee Italiaanse worsten uit de koopeenvarken.nl lade uit de garagediepvries. Een raar allegaartje, maar vanwege een iets te strak gepland avondschema is het oorspronkelijke plan van aardappels en sperziebonen (vandaar de worst, die daar beter bij had gepast) komen te vervallen tegen het einde van de middag.

Na de maaltijd stond er namelijk een bliksembezoek gepland aan de bedienster van een handig apparaatje. Met dit apparaatje konden we even heel duidelijk, hard en snel de stevige beat van het hartje van onze dochter in spé horen. Fantastisch en nog steeds onwerkelijk tegelijk; dat minimensje wat daar ergens in aanbouw is. De rest van de avond gaat op aan schrijfwerk. Mijn laatste van een eerste drieluik voor Tokyo.nl, een stuk over de sneeuwapen deze keer.

Iets meer dan een jaar geleden liepen we daar nog met zijn tweeën tussen die apen, ergens op een berg in Japan. Het lijk alweer veel langer geleden. Over iets minder dan een half jaar zijn we met zijn drieën. Het lijkt nog zo lang te duren.

 

#190 Ongemakkelijke liefde

Vroeger hield ik van een meisje, dat meisje is al een tijd een vrouw. Deze vrouw is inmiddels getrouwd, met een andere vrouw. Zij houden van elkaar zoals ik onvoorwaardelijk houd van mijn liefde. Voor mij is dat de normaalste zaak van de wereld. Een mens houdt van een ander mens. Dat zijn mooie dingen. Dat gun je iedereen. Dit is de kern van het onderwerp wat vanochtend vroeg in mij omhoog borrelde en waarvan ik de eerste zin vast ergens opschreef. Het kwam omhoog na het lezen van wederom een bericht over verre uithoeken in de wereld, waarin men haat verkiest boven liefde. Waarin men anderen wil voorschrijven hoe liefde hoort te werken, of hoe het niet zou mogen werken.

Photo by Ankit G on Unsplash

Ditmaal in Georgië, een land waarin ze blijkbaar niet goed begrijpen wat liefhebben is. En waar ze niet snappen dat onderscheid maken in wie wie lief mag hebben, niet toebehoren is aan ouderwetse regels, ooit opgesomd in inmiddels achterhaalde sprookjesboeken. Ik twijfelde of ik dit onderwerp wel moest aansnijden. Nu ik verder schrijf weer overigens. Het gaat immers over iets waarbij ook hier, in dit uiterst tolerante land (toch?), waarin alles kan en alles mag, zich toch nog steeds mensen ongemakkelijk lijken te voelen bij dit soort onderwerpen.

Ongemak over vrouwen die van vrouwen houden, over mannen die van mannen houden, of van allebei een beetje. Het heeft mij een paar jaar geleden veel geleerd over liefde, hoe moeilijk dat ook was. Liefde kun je niet onderdrukken en dat moet je ook niet willen. In landen als Georgië wordt liefde met de vuist onderdrukt. Dat maakt me kwaad als ik het lees en daarom kies ik er toch voor dit te schrijven.

Liefde zou voor iedereen een recht moeten zijn, geen voorrecht.