Harde bonen

Herman den Blijker maakt met zijn glanzende bonenhoofd al een tijdje een catchy reclame voor Hak. Ik moet eerlijk bekennen dat ik de spotjes over het algemeen best aardig geslaagd vind en er zelfs zo nu en dan om heb moeten grinniken, een klein beetje dan.

Bonen erbij?

Bonen zijn er in alle soorten en maten. En ook aan kleuren geen gebrek. Met bonen bedoelen we eigenlijk peulvruchten. Die bonen van Hak, die in een potje, vast voorgekookt enzo, daar zitten nogal wat scheppen suiker in. Lekker natuurlijk, makkelijk ook zo’n potje, maar het kan ook anders. Tenminste, dat was de bedoeling.

Planning vereist

Via een webshop gespecialiseerd in ‘Oriental’ etenswaren heb ik laatst een aantal verschillende soorten gedroogde bonen besteld. Dit waren de wat meer exotische varianten zoals Limabonen, dahl, black eyed peas (ja echt) en mungbonen. Gedroogd betekent dat je die dingen ongeveer een uurtje of 24 moet laten wellen alvorens je er iets mee kunt. Dat vereist nogal wat planning, en laat dit nu niet altijd mijn sterkste punt zijn. Hoewel er wel wat vooruitgang te bespeuren is zo links en rechts, al ik het zelf zeg dan. De planning liet me vandaag echter wat in de steek, of beter, gisteren al, want toen hadden de bonen in kwestie eigenlijk al in het water moeten liggen. Je raadt het al, dit werd uiteindelijk pas deze ochtend. ‘Mwah, een paar uur zal vast voldoende zijn’, dacht ik vanochtend om een uur zeven.

Een handje Limabonen te wellen gelegd om er ’s avonds een Curry van te maken. Tot mijn verbazing waren de witte Limabonen zo ongeveer twee keer zo groot geworden toen ik thuis kwam. ‘Moet wel goed zijn zo!’ zei ik tegen mezelf en zette ze op hoog vuur. Twintig minuten, half uurtje ongeveer was de inschatting uit de losse pols (nergens op gebaseerd, wederom gebrekkige planning). Toen er eentje in mijn mond verdween om te proeven na die tijd waren ze eigenlijk nog keihard. Google is dan je beste vriend, en de resultaten waren unaniem, minimaal één tot anderhalf uur koken die dingen. Balen.

Woordenchef-sander-voerman-bonen-lima-curry.jpg

Middelmatige curry

De rest van de curry stond op dat moment echter al een tijdje te pruttelen, de rijst was al een tijdje gaar en de eerste batch geroosterde cashewnoten was al soldaat gemaakt als fingerfood. Een kwartiertje toegevoegd aan de kooktijd samen met de rest van de Curry maakte niets meer uit. Het geduld was op, dus er werd opgeschept. Bonen, nog steeds keihard. Smaak Curry algemeen; medium, er mist wat. Cashewnoten; nog zacht en te kort geroosterd. Rijst; gaar, maar plakkerig. Al met al een middelmatige prestatie.

Gedroogde bonen schijnen, mits wel goed klaargemaakt, ook best goed te zijn voor je gezondheid. Als ik een paar van deze missers maak met deze dingen zijn we alleen snel weer terug bij de boontjes van Herman denk ik.

Blijven oefenen.

De dagelijkse 250 #4

Ja nummer 4 dus, gisteren was nummer 3, alhoewel dat niet in de titel terug te vinden was. Vandaag is het zondag, een dag waarop normaliter to-do lijstjes worden afgewerkt, of het woord ‘lui’ keer op keer opnieuw uitgevonden wordt. Bij aanvang van de dag is het lot van deze zondag nog onbestemd, het kan alle kanten op. Vast staat dat de vriezer ontdooit moet worden omdat hij zo’n beetje weigert nog fatsoenlijk dicht te gaan. Ook lijkt het erop dat de verwarming een rondje ontluchting kan gebruiken (dit blijkt niet het geval). Tot zover de genoemde to-do list.

Klassiek op zondag

Aangezien het nog redelijk vroeg is om aan de dag te beginnen, zo’n 08:07 uur, verras ik mezelf blijkbaar en heb geen idee in welke volgorde ik dingen zal aanpakken, of überhaupt wát ik allemaal ga doen (of vooral ook, niet ga doen). Deze lichte vlaag van verstandverbijstering zorgt er tevens voor dat ik voor de vierde keer deze week vergeten lijk te zijn dat er vandaag een klassiek concert van het ‘Van Amsterdam’ duo in de Caecilia kapel op het programma staat. Iets met een strijker, een trekzak en Stravinsky. Wederom vergeten dus, maar gelukkig ben ik vroeg wakker, dus het besef dat deze dag wel degelijk een fixed-agenda item kent is er alsnog snel en veroorzaakt dan ook weinig paniek. Aangezien er iemand ziek blijkt te zijn en ik dus alleen naar dit concert mag, komt het nog heel even in me op om het feest dan maar helemaal af te blazen. Maar, dat zou toch een tikkeltje zonde zijn, dus ik besluit solo op pad te gaan het einde van de ochtend.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-klassiek-vanamsterdam.jpg

Soep du jour

09:23 zegt de klok op het fornuis, dus ik heb nog even de tijd voor ik me richting dit muzikale intermezzo sleep. Er ligt nog een schaal paprika’s redelijk onaangeroerd en één of twee dagen verwijderd van schimmel naar me te kijken. Soep! Ik maak er soep van. Soep kun je overal van maken namelijk. Tenminste, van veel wel. Twee pannen op het vuur, één grote, en eentje voor de bouillon. Gewoon van blokjes uiteraard, het is wat teveel gevraagd om op dit tijdstip ergens een kip te vangen en er na het uitbenen een bouillonnetje van te trekken. Dus, een liter of twee water, ietsjes meer. Vier of vijf van die blokjes erin en vuur eronder.

Yuzu

Een bodem olie in de andere pan, uitje fijn snijden, zooitje knoflookteentjes uitpersen en fruiten maar. Normaal zou ik er een flinke draai zout overheen gooien, maar ik besluit voor sojasaus te gaan deze keer. Eén zo’n miniflesje sojasaus van ‘I Love Sushi’, left over van het thuisbezord-diner van de vorige zondag. Prima sojasausje en zonde om weg te gooien. Een vleug kurkuma er overheen, mooie kleur, en doe eens gek, ook een theelepel of wat gedroogde yuzu, ik hoop dat het soepje daar een lekkere frisse smaak van krijgt en uiteraard een klein Oosters tintje. Na een minuut of vijf fruiten kunnen ook de paprika’s erbij, volgens mij een stuk of acht kleintjes, mooi fijn gesneden. Er liggen ook nog wat tomaten zacht te worden op een andere schaal, dus die mogen er ook bij. Beetje zoetigheid in de soep is wel lekker en ze kunnen het prima vinden met de paprika’s.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-pannen.jpg

Staafmixer

Als alles lekker begint te ruiken en het op een zacht smeuïg geheel begint te lijken, garend in hun eigen vocht, mag de bouillon erbij. Met een soeplepel in scheppen, om tussendoor de verhouding vocht en groente een beetje in de gaten te houden, of gewoon de hele pan in één keer als je zeker van je zaak bent. Minuut of twintig op hoog vuur koken, af en toe roeren. Van het vuur af, staafmixer erin en mixen tot het een mooie gladde soep is. Mooi oranje kleurtje, lekker geurtje, komt goed! Nog een minuutje of tien terug het vuur op, paar draaien peper erin en eventueel wat zout naar smaak.

Een fris paprikasoepje met een kleine Oosterse knipoog, ook lekker als je ziek bent.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-oranje.jpg

Hollandse kost, of toch niet?

Als Nederlander groei je op met stamppotten. Pannen vol fijngestampte aardappelen met lekkere verse adijvie, boerenkool, spruitjes, snijbonen maar ook als hutspot of hete bliksem. Gekookte groente, rauwe groente, maar ook gegrild of gestoomd tegenwoordig. Als de temperaturen dalen en de dagen korter worden staat dit gerecht in veel huizen weer vaker op tafel. Dat dit potje met lekkers eigenlijk helemaal niet zo oud en zo Nederlands is als gedacht wordt, weten alleen niet veel mensen. Jacques Meerman heeft dit recent nog eens goed onderzocht en komt eigenlijk tot de conclusie dat de stamppot zoals we hem vandaag kennen pas in 1880 voor het eerst wordt omschreven. Een recept voor één van de bekendste potjes, de variant met rauwe andijvie, stam(p)t zelfs pas uit 1929. Er zijn dus genoeg springlevende mensen die ouder zijn dan de stamppot rauwe andijve.

 

Woordenchef-stamppot-scheutje-melk-2017

 

Het heeft er dus alle schijn van dat ons nationale gerecht pas ergens begin vorige eeuw echt over is gewaaid vanuit andere werelddelen en daarna is ingeburgerd. Met de nodige hulp van de meisjes van de huishoudschool, die een aardige invloed op de Nederlandse keuken hebben gehad en flink losgingen met hun stamppotvarianten. Dat biedt dus hoop voor alle verschillende culturen die hier nu op de plaatselijke ROC’s hun best doen om een beetje Nederlands te leren en hun inburgeringscursus met een goed resultaat af te ronden. Al deze culturen kunnen over een kleine eeuw dus best weleens bestempeld worden als iets typsich Hollands. Laten we het hopen. Met de bekende Chinese gerechten is dit eigenlijk al gebeurd, hier is weinig ‘Chinees’ meer aan en horen meer thuis in de boeken met Nederlandse gerechten. Sushi is inmiddels ook prima op weg, met  gefrituurde kip en straks ook gewoon een in reepjes gesneden frikandel in het bekende rijstrolletje.

Maar terug naar dat ene bekende gerecht dus, de stamppot. Ik kan hier ontzettend van genieten, zeker wanneer het buiten guur en grijs is. Een klein lichtpuntje in maanden die van mij best ingewisseld mogen worden voor een extra juni, of een dubbele augustus. Oktober is volgens mij een topmaand voor de psychologen in ons land. Alhoewel november ook een verhoogde kans biedt op depressies. De stamppot is dus bij uitstek een comfortfood. Met zijn spekjes, romige aardappels, een stuk worst of een stevig ander stuk vlees erbij, voel je je vaak instant genezen van alle dagelijkse beslommeringen.

 

Woordenchef-stamppot-rollade-2017

 

Het wordt allemaal nog meer een feestje als de groenten van de plaatselijke groenteboer komen en de modder dus nog op de aardappels zit. Vieze handen van het schillen en vegen op je broek en voorhoofd. De traditionele worst van Unox, een variant uit de diepvries, of een echt luxe van de slager zijn natuurlijk gebruikelijke kandidaten voor een lekkere vettige portie dierlijke eiwitten. Een rollade, een hele dag op lage temperatuur in de oven langzaam gegaard in een badje van ui, knoflook, klein beetje bouillon en een bosje kruiden uit de kruidentuin is ook een goede partner voor je stamppot. Dit levert meteen een lekkere jus op waarvan de aderen in je lichaam de rillingen krijgen. Scheutje melk, klontje boter (zoveel hadden we toch nog niet gebruikt), beetje peper uit de molen, en stampen maar. Ben je echt een smaakfanaat, fruit dan een knoflookje en een uitje een minuutje of tien en stamp deze lekker mee.

Stamppot, Nederlands culinair erfgoed dus, net als Babi Pangang en de Crispy chicken roll.

 

 

Meer recepten en verhalen? Blijf me hier volgen!

Bloody Beetroots

Recept of recensie?

Bietjes. Dat rijmt op mietjes. Maar dit wordt geen rijmelarij. Wat dit dan wel wordt? Geen idee. Een recept? Denk het niet, ik ben niet zo receptvast. Een recensie? Ook niet, daarvoor is het al te lang geleden. Dit zijn eigenlijk twee zaken door elkaar heen. Aan de ene kant, de laatste zomerbieten van dit jaar uit de oven, aan de andere kant een herinnering aan a Campingflight tot Lowlands Paradise eerder dit jaar. En dan specifiek naar een dampend optreden van The Bloody Beetroots, op een verder wat timide editie van het festijn.

Dus, zomerbietjes uit de oven werd het. Ergens vorige week, een rode week. Zes van die knollen, gesneden in blokjes, uitjes erbij, in grove parten, geen fijnzinnig werk. Rozemarijn en tijm plukken of knippen in de tuin, een beetje hakken en uitstrooien over de rode en witte stukjes in de ovenschaal met een hap uit de rand. Balsamicoazijn uit een Albert Heijn flesje op dit alles spetteren en daarna een paar tenen knoflook platrammen en met schil toevoegen aan de mix.

Hete oven

Hussel alles, hussel het door elkaar, mix het, soms snel, soms langzaam, met een lepel of met een vork. Het maakt niet uit. Als het maar een zooitje wordt, toch een soort geheel. Peper, zout, dat bindt alles, en olie, liefst goeie, anders krijg je soms zo’n wrange smaak. De oven is inmiddels goed warm en broeierig, een graad of 200, gaandeweg het einde nadert mag het allemaal nog wat heter zelfs. Schuif de schaal erin en wacht tot het het klaar is, wanneer dat is?

“Is het klaar?”

Dat merk je van zelf, duik af en toe in de oven, laat je bril beslaan, je voorhoofd warm worden, of je vingertoppen heet en schud alles nog een wakker met een goede stir. Trek de schaal eruit, proef wat, brand je mond en keur het goed. Zorg dat de herinnering mooi blijft en serveer alles in een mooie schaal. Het liefst een met een eigen verhaal. Rode bieten tussen het blond servies en de mayo voor luxepoezen, het kan allemaal. Ook op Lowlands.

SanderVoerman-Bietjes02-2017

Ingrediënten voor een feestje op je bord, aan te vullen met andere genotsmiddelen, maar als je licht wil tafelen, of nog niet voluit wil gaan is dit ruim voldoende:

  • 6 goeie bieten
  • 4 of 5 lekkere uien
  • een paar tenen knoflook
  • balsamicoazijn, een mooie splash
  • niet te zuinig met die dure olijfolie
  • een greep uit de kruidentuin
  • peper, een paar draaien
  • zout, grove korrels