#187 Hard, harder, hardst

De dag begon gisteren met een stevig ontbijt. Dit zou ook meteen zo ongeveer als lunch dienen, aangezien de bus om 12:15 zou vertrekken. Dat betekende 12:00 uur op de fiets, de stationsfiets, die eerst nog naar beneden moest worden gehaald in de schuur. Door dit strakke tijdsschema is een klein verhaal er gisteren een tikkeltje bij in geschoten. Aangezien ik vandaag verder helemaal niets op de planning heb, net zoveel noodzaak als luxe, zal er vanavond dus naar alle waarschijnlijkheid nog een tweede verschijnen.

Maar goed, de bus. Waar gaat die bus heen? Die bus brengt ons naar Erp, naar een ietwat uit de kluiten gewassen dorpsfeest. Op deze zaterdag voor pinksteren staat het eerste feestje van een tweeluik op het programma, vandaag, op eerste pinksterdag, is er nog eentje aan de gang. Zodra de bus is aangekomen wordt eerst een klein half uurtje gewandeld, via verlaten industrieterreinen en als parkeerplaats dienst doende weilanden, richting de ingang. We zijn vroeg, rond half drie zijn we al goed en wel binnen en wetende dat het vuurwerk als teken van het einde pas om +/- 01:00 uur de lucht in geschoten wordt, bereiden we ons voor op een lange dag. Een dag waarin alle mogelijke vormen van energie aangesproken moeten worden, want stilstaan en rust is er niet bij op dit feestje.

Ik heb het hier namelijk over ‘Harmony of Hardcore’, een naam die weinig aan de verbeelding over laat. Een festival compleet gewijd aan de muziek van voor zover ik weet de enige echte internationaal bekende Nederlandse subcultuur; hardcore. Eén van mijn medefeestgangers komt in de bus pas tot het besef dat het aantal beats per minuut vandaag nergens tot onder de 160 per minuut zal komen, met uitschieters tot waarschijnlijk ergens richting de 300 per minuut. Niet voor tere zieltjes dus, enkel voor de liefhebbers. Één of twee keer per jaar ben ik zo’n liefhebber. Vandaag samen met 29.999 anderen. Gehoorbeschadeging ligt op de loer en naast je oren, ook de rest van je organen die letterlijk het dreunen van de zware en snelle bassen voelen en het soms zelfs lijkt alsof je even een centimeter of vijf van je plaats wordt geblazen.

Het vuurwerk gaat de lucht in, ik zie dit samen met nog een paar afgehaakte strijders van achteraan op een heuvel. Degene naast me vraagt of ze nu in mijn verhaaltje komt morgen. ‘Dat weet ik nog niet’, antwoord ik. Drie kwartier voor het einde is alle energie vergeven. Het was het waard, een dagje bijkomen was vooraf al ingepland.

Woordenchef-hardcore-2.jpg

…..

Fotocredits headerfoto: Denise Verkerk

Familiebier

Vrijdag is, zoals al eerder beschreven dus de borreldag. Afgelopen vrijdag was het dat heel letterlijk. Een biertje in de stad. Vaders, zonen, zwagers, een avondje pilsjes drinken. Een tijd geleden al afgesproken middels de groepsapp ‘ff naar van Geffen’. Plaats van handeling dus; Stadskroeg van Geffen.

Plaats aan de bar

Ik arriveer zelf als eerste, de beste plaatsen direct aan de bar zijn blijkbaar nog vrij en bieden zelfs nog plaats aan de overige drie die nog moeten komen. De grote mannen worden gechauffeurd door zuslief deze avond, die daarna richting mijn bank gaat. De zwager achter de bar geeft aan dat er vanavond een klein verjaardagsfeestje is ook, dus het kon nog weleens druk worden.

 

Woordenchef-familiebier.jpg

 

Essentiële levenszaken

Wanneer zwager twee, vader van zwager en m’n eigen pa ook arriveren kan de vrijdagavond beginnen. Over biervoorkeuren, concerten, reisjes naar Ierland en Schotland, een klein beetje werk en nog allerlei essentiële zaken van het leven passeren de revue. Pilsjes worden na de laatste slok vakkundig vrijwel direct vervangen door een versgetapte nieuwe. Er worden uitstapjes gemaakt naar bokbier, een speciaalbiertje en zelfs wat whiskey.

De kroeg loopt vol, het volume gaat omhoog, de muziekkeuze wordt wat bedenkelijker, maar ach het is iemands verjaardag en hun lol werkt aanstekelijk. De gesprekken vinden inmiddels plaats op standje oorschreeuwen en er gaan schalen met bittergarnituur langs. Een mooie bijkomstigheid van zo’n verjaardagsfeestje. De kastelein-zwager vraagt of ik even het luik naar de bierkelder wil bewaken, zodat niemand per ongeluk zijn nek breekt.

De avond vliegt voorbij, afrekenen, afscheid nemen en op de fiets naar huis. Thuis een eierkoek met Hazelnootpasta naar binnen werken (bij gebrek aan wat beters), in slaap vallen en de dag er na een kater. Het was een goeie avond.

De dagelijkse 250 #4

Ja nummer 4 dus, gisteren was nummer 3, alhoewel dat niet in de titel terug te vinden was. Vandaag is het zondag, een dag waarop normaliter to-do lijstjes worden afgewerkt, of het woord ‘lui’ keer op keer opnieuw uitgevonden wordt. Bij aanvang van de dag is het lot van deze zondag nog onbestemd, het kan alle kanten op. Vast staat dat de vriezer ontdooit moet worden omdat hij zo’n beetje weigert nog fatsoenlijk dicht te gaan. Ook lijkt het erop dat de verwarming een rondje ontluchting kan gebruiken (dit blijkt niet het geval). Tot zover de genoemde to-do list.

Klassiek op zondag

Aangezien het nog redelijk vroeg is om aan de dag te beginnen, zo’n 08:07 uur, verras ik mezelf blijkbaar en heb geen idee in welke volgorde ik dingen zal aanpakken, of überhaupt wát ik allemaal ga doen (of vooral ook, niet ga doen). Deze lichte vlaag van verstandverbijstering zorgt er tevens voor dat ik voor de vierde keer deze week vergeten lijk te zijn dat er vandaag een klassiek concert van het ‘Van Amsterdam’ duo in de Caecilia kapel op het programma staat. Iets met een strijker, een trekzak en Stravinsky. Wederom vergeten dus, maar gelukkig ben ik vroeg wakker, dus het besef dat deze dag wel degelijk een fixed-agenda item kent is er alsnog snel en veroorzaakt dan ook weinig paniek. Aangezien er iemand ziek blijkt te zijn en ik dus alleen naar dit concert mag, komt het nog heel even in me op om het feest dan maar helemaal af te blazen. Maar, dat zou toch een tikkeltje zonde zijn, dus ik besluit solo op pad te gaan het einde van de ochtend.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-klassiek-vanamsterdam.jpg

Soep du jour

09:23 zegt de klok op het fornuis, dus ik heb nog even de tijd voor ik me richting dit muzikale intermezzo sleep. Er ligt nog een schaal paprika’s redelijk onaangeroerd en één of twee dagen verwijderd van schimmel naar me te kijken. Soep! Ik maak er soep van. Soep kun je overal van maken namelijk. Tenminste, van veel wel. Twee pannen op het vuur, één grote, en eentje voor de bouillon. Gewoon van blokjes uiteraard, het is wat teveel gevraagd om op dit tijdstip ergens een kip te vangen en er na het uitbenen een bouillonnetje van te trekken. Dus, een liter of twee water, ietsjes meer. Vier of vijf van die blokjes erin en vuur eronder.

Yuzu

Een bodem olie in de andere pan, uitje fijn snijden, zooitje knoflookteentjes uitpersen en fruiten maar. Normaal zou ik er een flinke draai zout overheen gooien, maar ik besluit voor sojasaus te gaan deze keer. Eén zo’n miniflesje sojasaus van ‘I Love Sushi’, left over van het thuisbezord-diner van de vorige zondag. Prima sojasausje en zonde om weg te gooien. Een vleug kurkuma er overheen, mooie kleur, en doe eens gek, ook een theelepel of wat gedroogde yuzu, ik hoop dat het soepje daar een lekkere frisse smaak van krijgt en uiteraard een klein Oosters tintje. Na een minuut of vijf fruiten kunnen ook de paprika’s erbij, volgens mij een stuk of acht kleintjes, mooi fijn gesneden. Er liggen ook nog wat tomaten zacht te worden op een andere schaal, dus die mogen er ook bij. Beetje zoetigheid in de soep is wel lekker en ze kunnen het prima vinden met de paprika’s.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-pannen.jpg

Staafmixer

Als alles lekker begint te ruiken en het op een zacht smeuïg geheel begint te lijken, garend in hun eigen vocht, mag de bouillon erbij. Met een soeplepel in scheppen, om tussendoor de verhouding vocht en groente een beetje in de gaten te houden, of gewoon de hele pan in één keer als je zeker van je zaak bent. Minuut of twintig op hoog vuur koken, af en toe roeren. Van het vuur af, staafmixer erin en mixen tot het een mooie gladde soep is. Mooi oranje kleurtje, lekker geurtje, komt goed! Nog een minuutje of tien terug het vuur op, paar draaien peper erin en eventueel wat zout naar smaak.

Een fris paprikasoepje met een kleine Oosterse knipoog, ook lekker als je ziek bent.

Woordenchef-paprika-soep-zondag-oranje.jpg

De dagelijkse 250 #1

Het doel is om 250 dagen achter elkaar een stukje te schrijven van minimaal 250 woorden. Soms langer, maar nooit korter. Over dagelijkse kost, dingen uit de koelkast of dingen uit de pan. Er zijn geen regels, maar die kunnen nog ontstaan. Soms interessant, soms minder. Een creatieve langere uitspatting over een bepaald gerecht, een reis, of een andere wonderlijke ervaring komt ook zeker nog regelmatig voorbij, wees niet bang. De dagelijkse 250 zijn een persoonlijke uitdaging, met een publieke stok achter de deur, namelijk jullie allemaal. Weinig herschrijven, weinig redigeren (spelfouten tellen geblazen dus…), alleen snel richting een samenhangend, of iets minder samenhangend verhaal.

De 250 van vandaag gaan (of gaat?) over vissticks. Vissticks ja, die rechthoekige stukjes vis, meestal kabeljauw of koolvis met een krokant laagje aan de buitenkant. Je kent ze van de man met baard, Kapitein Iglo, die kerel die sinds mijn jeugd al een keer of drie vervangen is en ik dus niet echt een band mee op heb kunnen bouwen. De naam heeft echter toch wel aantrekkingskracht, dus koos ik tot voor kort in de supermarkt altijd automatisch voor deze zeeman. Aan deze gewoonte is echter abrupt een einde gekomen nadat ik werd gewezen op het feit dat de jarenlange, vaak inspiratieloze, maar blijkbaar toch invloedrijke televisiereclames het pakje met visstaven ruim twee keer zo duur maakt als een pakje met 10 huismerk sticks. En echt smaakverschil is er niet te bespeuren, hoogstens soms een afwijking in de mate van oranje kleurstof in het paneermeel. Sinds die tijd dus geen Iglo meer, maar een doosje van de supermarkt die op dat moment dienst doet. Vandaag was dat de Em-te, Emte of Em-Té, of weet ik veel hoe je dat schrijft. Niet mijn favoriet onder de kruideniers, maar daar gaat het nu niet over.

Vissticks dus, uit de pan, krokant gebakken, op een wit bolletje, verder niks. Het is nog geen fish & chips in Edinburgh, maar blij word je er wel van. Althans, zeker een half uur, daarna mixt het plezier zich altijd met een raar soort schuldgevoel. Guilty pleasure, net als deze:

 

 

 

Meer vissticks? Blijf me hier volgen, meld je aan voor de automatische updates, als je daar zin in hebt dan.