#251 Voor het Blok

Gisteren aan de keukentafel hebben we het er heel even over gehad. Wat ik er nu van vond, dat onze nieuwe minister van buitenlandse zaken niet bepaald gelooft in een multiculturele samenleving. En ook even wist te melden dat de oorspronkelijke bewoners van Australië en de Verenigde Staten, respectievelijk de Aboriginals en de Indianen, compleet zijn uitgeroeid en dat die dus niet meetelden in de zoektocht naar een staat waar integratie wel gelukt is.

De ongeveer vijf miljoen oorspronkelijke Amerikanen en de ongeveer een miljoen Aboriginals zullen zich wel even achter hun oren gekrapt hebben toen ze hoorden dat ze volledig zijn uitgeroeid en niet meer bestaan. Stef, de beroeps interim-minister, heeft zichzelf voor mij hiermee in een positie naast Geert Wilders gewrongen. Na populistische machtsgrepen in onder meer Oostenrijk, Hongarije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Italië, hebben we dat hier in Nederland tijdens de vorige verkiezingen nog kunnen afwenden. Nu lijken we echter af te stevenen op alsnog een tweedeling, op alsnog een populistische partij aan de macht. En dan niet in de vorm van de PVV, of FvD, nee gewoon in de gedaante van de alom gewaardeerde eeuwige studentenvereniging VVD.

Na proefballonnetjes van part-time comedian Klaas Dijkhoff over de bijstandsuitkering, pleur-opmerkingen van Markie Mark zelf en nog meer geleuter in die richting, is het nu meneer Blok die een portie koloniaal gewouwel over een zaaltje gelijkgestemden uitstort. Zijn excuus hiervoor is voor zover ik begrijp dat het niet bedoeling was dat dit zo naar buiten zou komen, niet eens zozeer dat hij dit nooit zo bedoeld heeft.

Met een idioot in het witte huis die in CAPS LOCK twitterberichten wereldoorlogen uitlokt, en waar hij maar komt als stormram een tweedeling probeert te bewerkstelligen, lijkt het me een nare trend als de nette jongens van de VVD inderdaad collectief lijken te zijn blijven hangen in de VOC-tijd. En met uitspraken als die van Blok zich nu al direct lijken te richten op de rechtse, of vaak zelfs ultra-rechtse aanhang van Thierry en Geert. Wanneer dit populistische gedachtegoed straks vast onderdeel gaat worden van het partijprogramma van de liberalen, lijkt ook hier in ons eigen landje de tweedeling in de samenleving een kwestie van tijd.

Het gaat niet meer om wat goed is voor diezelfde samenleving, om wat goed is voor het land en de toekomst hier van, om wat goed is voor degene die je in Den Haag vertegenwoordigt. Het gaat er alleen maar om dát je ze mag vertegenwoordigen. Het gaat om macht en het vasthouden van die macht. Als angstzaaien en racisme daarin een goed middel lijkt te zijn, dan wordt dat blijkbaar graag benut. Daarmee is het in Nederland dus blijkbaar niet veel anders gesteld dan in Amerika.

De rest van de volksvertegenwoordigers in Den Haag pruimt dit allemaal zonder een echte slag of stoot. Zelfs mijn eigen stem wordt verloochend, Pechtold heeft er niet echt een mening over. Lekker makkelijk. Waarschijnlijk is het te warm. Van mij mag Stef met zijn maat Halbe gaan vissen, naar meervallen in Suriname, of misschien wel ijsvissen rondom de Datjsa van Vlad.

#245 From Russia with love

Met veel verbazing heb ik vandaag flarden gezien van de ontmoeting waar door velen al lang naar uit werd gekeken. Na een stop-over op het Britse eiland, waar het idiote heerschap de hoofdstad London oversloeg omdat hij zich ‘niet welkom voelde’, iets wat hij dan nog wel lijkt te snappen, stond Finland op het programma. Al eerder heeft hij tijdens een ontbijtje alle Europese collega-leiders geschoffeerd en later zelfs gedegradeerd tot vijand.

Vandaag, toen hij op een podiumpje stond naast één van zijn echte vijanden, de ex-spion die het uitermate goed zou doen als klassieke Bond-slechterik, te weten Vladimir Poetin, deed hij echter het omgekeerde. De tentoonstelling van achterlijkheid was tenenkrommend en niet om aan te zien. Zelfs Vladimir zelf, die gisteren nog een tijdlang van de enige paraplu in het hele stadion genoot, moest zijn best doen om af en toe niet te grinniken of zelfs in proesten uit te barsten. Ik heb werkelijkwaar nog nooit iemand met zoveel macht, zo onsamenhangend en gevaarlijk zien raaskallen als vandaag het geval was.

De baby-in-chief, iets wat ze in London snappen, liegt en bedriegt en public, plaatst het belang van een wit voetje van Poetin boven al het andere, en iedereen staat er maar een beetje bij en kijkt er naar. Het is niet meer lachwekkend, het is zorgwekkend. En geen enkele zichzelf respecterende wereldleider durft of wil er iets mee, want stel je voor dat er straks wat kiezers verloren gaan. Mijn kennis van politiek is beperkt, maar volgens mij heb ik de afgelopen week gekeken naar de laatste stuipen van wat men democratie noemt.

We zijn hard op weg naar een wereld waar overal populistische autocratiën in de maak zijn, met links en rechts een dicatortje. Witte mannen die zich verschuilen achter teksten als ‘ik heb de verkiezingen toch gewonnen’. Met een amateur in het witte huis die zich liever identificieert met Kim Jong Un, dan dat hij ooit iets soortgelijks als Barack Obama zou doen, heb je als NAVO-land geen vijanden meer nodig. Zet eerst je vrienden maar weer terug op het juiste spoor.

Mark jij eerst, één keertje ‘no’ heb je er al uit weten te persen.

#233 Independance Day

Vanochtend liep ik met het idee om vandaag in het kader van ‘Independance Day’ (niet die met Will Smith), ook wel ‘4th of July’, wat het dus vandaag is, weer eens wat aandacht te besteden aan de clown in het witte huis. Clown Donald en zijn clan. Mark was er eerder deze week op bezoek en werd wereldnieuws omdat hij het had aangedurft ‘Nee’ te zeggen, recht in het gezicht van het oranje heerschap met de dooie marmot op zijn hoofd.

Photo by Stephanie McCabe on Unsplash

Ik heb het fragment uiteraard vele malen gezien en ik was eigenlijk niet onder de indruk. Hij zegt een keertje ‘No’, mompelt wat binnensmonds en laat Trumpie daarna verder tetteren. Uiteraard sneed het geroep van de Amerikaanse president niet bepaald hout, maar dat is niks nieuws meer. We zijn aanbeland in een fase waarin hij niet eens meer probeert te verbloemen dat hij liegt, en daarover liegen zijn mensen dan weer. En iedereen staat erbij een kijkt ernaar. Als ze daar niet uit gaan kijken het komende half jaar, hebben ze over een jaar of vijf tot zes misschien wel een heel andere feestdag, waarop ze het einde van de nog te beginnen tweede burgeroorlog herdenken en vieren.

Laten we daar niet vanuit gaan, maar ik kijk er niet eens van op als de General Lee’s straks met een Confederate flag op het dak, naar goed voorbeeld van de hier welbekende Bo en Luke Duke, samen met de witte puntmutsenbrigade ten strijde trekken tegen een ander Amerika. Het echte moderne Amerika, met als fundering de vroegere immigranten, vrijwillige immigranten en onvrijwillige immigranten. Het woord wat nu zo’n wrange smaak krijgt door alle discussies wereldwijd. Ook hier in Europa. Het woord wat zo vaak misbruikt wordt door machtswelluste politici en andere angsthazen.

Ik wilde daar dus wat over zeggen. Ik had een ook al een idee, het moest een statement worden. Ik zou alle mensen uit het kamp Trump opsommen, voor- en achternaam, met iedere keer het woordje ‘Fuck’ voor die naam. Zo zou ik makkelijk aan 250 woorden komen. Het leek me uiteindelijk toch geen goed idee. Het zal niet helpen. Ik heb geleerd dat je mensen moet proberen te begrijpen en je in hun standpunt moet proberen te verplaatsen. Het lukt me steeds minder in dit geval. Ik word er soms misselijk van. Het gaat niet eens meer over dat er gezonde discussie is over elkaars politieke standpunten en of men het daarin wel of niet met elkaar eens is. Het gaat hier gewoon over hoe je met mensen om moet gaan, met elkaar, met de wereld, het gaat over fatsoen, onfatsoen ook vooral, over liegen en bedriegen. Over jezelf boven anderen plaatsen op basis van ongegronde redenen.

Het is misselijkmakend en Rutte vond dat ook, als een boer met kiespijn zat hij daar. Nu pas snap ik hem. Hij ziet ook een onberekenbare maniak, waarmee hij zich net als zovelen geen raad weet. Hij wist er toch een schampere ‘No’ uit te persen. Het zal niet baten. Donald luistert niet, naar niemand.

Happy Independance day.

#228 Joe Speedboot

Op het aanrecht staat het tosti-ijzer me van tussen andere tekenen van vrouwelijke afwezigheid, confronterend en tegelijkertijd vragend aan te kijken. De dag is wederom overgegaan in de volgende dag, zonder een mogelijkheid er over te schrijven. Geen probleem, dit lijkt de extra vrijheid te zijn die ik mezelf heb toegëigend. Zolang er dan maar ergens een compensatie verschijnt dit weekend. Dat moet te doen zijn.

Het tosti-ijzer, alsmede de aangekoekte resten gesmolten en weer gestolde kaas geven goed weer dat het een goede avond is geweest. Een avond op het terras, een echt terras tegenwoordig. Op het tafeltje voor ons is zelden een leeg glas te bekennen en verschijnen schaaltjes met nootjes en borden met hollands glorie; de bittergarnituur. Het koelt af maar dat is niet erg, er zijn terrasverwarmers. Luxe. ‘Ben je een keer op pad met de echte mannen?’ hoor ik iemand van naast zijn nieuwe liefde naar me roepen. Dat klopt, het is een mannenavond.

De avond gaat over in de nacht en ik heb honger. Tosti’s dus. Dat is lang geleden. Het tosti-ijzer van de sous-chef is inmiddels bijna antiek en kent waarschijnlijk meer verhalen dan menig schrijver ooit neer zal kunnen pennen. Ik verbrand mijn vingers en  mijn mond. Ik ga naar bed. Wakker word ik van de wekkerradio van de afwezige in mijn bed en het duurt even voor ik het juiste knopje gevonden heb. Het is een uur of acht en denk dat ik wakker ben en besluit ‘Joe Speedboot’ beneden op te halen en uit te lezen. Nu ben ik gisteren op de tuinbank ook al in slaap gevallen bij een zelfde poging, nu overkomt me hetzelfde.

Rond 11:00 uur schrik ik wakker, waarschijnlijk van een licht schuldgevoel en een latent aanwezige to-do-list. ‘Joe Speedboot’ moet eerst uit, besluit ik. Het boek heeft een soort vakantiegevoel over zich heen, omdat ik er daar in begonnen ben. Het boek heeft deze week ook iets aan kracht ingeboed, niet vanwege het verhaal, maar vanwege haar schepper. De schrijver; Tommy Wieringa. Tommy vond het deze week nodig een nieuwe carriëre te testen als cabaratier. Nu kan hij grappig schrijven, maar deze grap schoot bij mij in het verkeerde keelgat. En dat kan ik dan tijdens het lezen niet meer van elkaar loskoppelen.

Het ging over de ‘aanslagen’ op de Telegraaf en eerder de Panorama. Nu waren beide amateuristisch en met goede afloop, maar het waren wel degelijk aanvallen op journalisten, iets wat we eigenlijk alleen kennen uit het buitenland. Zijn reactie op een vraag van nota bene journalist Twan Huys; ‘Wat vind je daar van?’ was een tenenkrommend, maar gemeend; ‘Het werd tijd’. Een lachsalvo was het gevolg, alsmede een zwijgende Twan. Deze week worden in Amerika vijf journalisten doodgeschoten. Wanneer er in Amsterdam journalisten die niet bij de politieke kleur van Tommy passen worden doodgeschoten, reageert hij dan nog steeds zo? Durft Twan dan nog steeds niet te reageren?

De wereld lijkt uit het oog te verliezen dat er meer is dan een politieke strijd en dat het vooral gaat over hoe we met elkaar en met de wereld om dienen te gaan. Tommy en Twan zouden dit moeten snappen, maar kiezen duidelijk voor kortstondig succes en verschuilen zich achter lachsalvo’s.

In ‘Joe Speedboot’ komt een gemankeerde, narcistische, geweld verheerlijkende schrijver voor, die zelf ook niet vies is van het uitdelen van klappen. Ik heb sterk het idee dat Tommy hier zichzelf het verhaal in geschreven heeft.

Mijn tosti is klaar.

#221 Kleding

Het is vrijdag, het weekend is begonnen. Ik ben moe en ik wil eigenlijk al naar bed. Ik zit op de bank te bedenken waar ik over moet schrijven, ik weet echt niks, of misschien beter gezegd, ik vind niks de moeite waard. Het idee kruipt omhoog om vandaag dan maar gewoon te laten voor wat het is, en morgen een goede smoes te verzinnen en er twee te schrijven.

Uitstelgedrag. Iets wat me mijn hele leven al achtervolgt en waarschijnlijk dus altijd op de loer blijft liggen. Ik zet me over deze drempel heen en sleep mezelf naar de keukentafel. Het biertje wat ik bij thuiskomst vanmiddag open heb getrokken staat daar nog een beetje te staan, alsmede het glas waar ik het uit gedronken heb. Borden met zichtbare restanten pasta en de vorken waarmee die pasta naar binnen is geschoven staan er ook nog. Ik heb geen zin dat op te ruimen, dat doe ik morgen wel.

Dat is nummertje twee al in vijf minuten, voor ik het weet zit morgen alweer vol voor hij begonnen is. Er moet echt geschreven worden, anders voel ik me straks schuldig voor mijn hoofd het kussen raakt. Terwijl ik de laptop openklap, komt er opeens iets bovendrijven. Na een bezoekje aan de H&M in Veenendaal vanavond herinner ik me dat vandaag in het teken stond van kleding. Kleding met een statement, of juist geen statement. De kleding van Melania welteverstaan. Ik verbaas me nergens meer over, dus zelfs dit stukje ridiculiteit past bij het circus Trump. Kan allemaal, het is allemaal normaal tegenwoordig.

Zeg het maar, wie heeft er gelijk? Niemand zal het weten. Vier jaar geleden was er ook een schandaal omtrent presidentiële kleding. Obama had het gedurfd een zogeheten ’tan-suit’ te dragen. Een heel lelijk pak. Dat moet gezegd. Maar Fox-news en alle andere riooljournalisten probeerden er een nationaal schandaal van te maken. Wat knap is voor zo’n stukje non-nieuws. Nu loopt de First Lady dus met de opdruk ‘I really don’t care, do you?’ achterop haar jas de vliegtuigtrap op, die haar richting een kinderopvang aan de grens van Mexico brengt waar haar man kindertjes in kooien laat opsluiten.

Waar een simpelweg lelijk grijs pak ooit werd gepresenteerd als bijna een goede reden om Obama af te zetten, wordt dit schreeuwende statement door dezelfde mensen officieel betiteld als ‘just a jacket’. Iets met twee maten. Ik zou willen dat ik inmiddels kon zeggen ‘I really don’t care!’, wanneer het weer eens over Donald en zijn capriolen gaat. Misschien wilde ik daarom wel niet schrijven, omdat ik al wist dat het hier zou eindigen. Uitstelgedrag heeft altijd een reden. Vandaag waren Donald en zijn vrienden dat waarschijnlijk.

#211 Crowdfunding

Onze chauffeur is tien minuten te laat. Mijn medereiziger ligt in de luie stoel tegenover mij een uiltje te knappen. Op het jutteren van wat waarschijnlijk een raampje op één van de badkamers is na, is het stil in Bed & Breakfast Villa Maris. Zo stil dat de buurvrouw ons zojuist via de achteringang naar binnen heeft gelaten. Onze sleutels hadden we vanochtend immers al ingeleverd.

De chauffeur is dus opgetrommeld om ons naar het vliegveld in Catania te brengen. De terugreis staat gepland voor vandaag, onze vlucht richting Düsseldorf zal daar te vinden zijn op het grote bord met ‘Departures’. De bestuurder van een oud type Volkswagen Golf, waarvan de versnellingsbak zijn beste tijd heeft gehad, blijkt een vriend van de familie en is in het dagelijks leven bakker, zijn shift zit er net op. Hij verontschuldigt zich en weet ons te vertellen dat we toch voldoende tijd hebben om op het vliegveld te komen. Daar heeft hij gelijk in, dat wisten we immers zelf ook al.

De amateurtaxichauffeur had echter niet gerekend op een fikse bosbrand die ervoor zorgt dat zijn bolide, net als alle andere auto’s, door de politie de snelweg afgedirigeerd wordt. De eerstvolgende oprit die hij probeert blijkt ook afgesloten en we moeten een stukje over voor hem onbekende wegen. Druk in- en uitzoomend op zijn google-maps appje, maakt hij steeds meer onzekere ondefinieerbare geluidjes. En passant vermoord hij ook definitief zijn vijfde versnelling. Na zeker twee minuten onzekerheid achter het stuur, die weliswaar alleen bij de bestuurder aanwezig is, komen we weer terug in een gebied wat hij herkent. De twijfel of dit wel een goede schnabbelcarriere voor hem is zakt weer wat weg en we zien de rokende Etna voor ons opdoemen. ‘Kunnen we die ook nog even afvinken’, hoor ik iemand achterin ontwaken.

Aangekomen op het vliegveld blijkt onze vlucht zeven uur vertraagd te zijn. Helaas, het zij zo, het doet ons verder weinig. We krijgen een dinercoupen en morgen zoeken we allemaal wel uit welke compensatieregelingen er bestaan. Wachten geblazen dus. Tijdens dit wachten scroll ik zoals zovaak doelloos door de tijdlijnen van Facebook, Instagram en LinkedIn. Mijn oog valt op een bericht over crowdfunding. Een geniale uitvinding voor de financiering van businessplannen en andere fantastische ideeën, ik denk er over om de uitgave van mijn eerste verhalenbundel te crowdfunden, maar dat is voor latere zaak.

Dit gaat over ene Jan uit Geldermalsen. Ik ken Jan niet, maar ik denk niet dat we ooit beste vrienden worden. Jan is blijkbaar aansprakelijk gesteld voor de vernielingen die zijn gedaan tijdens de beruchte ‘AZC-rellen’ in Geldermalsen. Jan was daar, waarschijnlijk met een blikje bier in zijn handen, zoals de anderen op de begeleidende foto ook hebben, om goed gevonden leuzen tegen mensen die zij niet kennen te scanderen en later lukraak wat in de rondte te gooien met dranghekken en soortgelijke voorwerpen. Daarbij ging nogal het één en ander kapot en daar moet Jan nu voor dokken. In eerste instantie in zijn eentje, want anderen die aansprakelijk zijn gesteld zitten blijkbaar al in zeven schuldsaneringen tegelijk en van een kale kip kun je niet plukken.

Jan is echter slim. Jan heeft een idee. Jan start een crowdfunding-actie voor de 24.000 euro die hij moet lappen. Volgens het bericht wat ik lees is er zelfs al 2.000 euro opgehaald. Ik lees het nog een keer. En nog een keer. Ik word boos. Boos op de wereld. Boos op Jan ook, en op zijn geldschieters. Recht voor me, bij gate 14 op vliegveld Catania, staan twee vrijwilligers van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Ze doen een crowdfundings-actie oude stijl. Oftewel, ze werven donateurs. Nijdig door het bericht van Jan en zijn nieuwe vrienden loop ik naar ze toe. Of ik wat voor ze kan doen. Dat kan, ik kan donateur worden. Hij legt me het Italiaanse formulier uit en ik zet een krabbel. Vanaf nu draag een miniscuul beetje bij aan een betere opvang van mensen die alles wat ze ooit hebben gekend en gehad achterlaten, op zoek naar iets beters. Wat ze lijken te vinden is vooral nieuwe vijandigheid, in mensen zoals Jan.

Nu zit ik hier dus, nijdig, op een vliegveld in Catania. Niet nijdig door de zeven uur vertraging, maar door Jan. Don’t be like Jan.

#209 Zwaardvis

The Donald en Kimmie zijn aangekomen in Singapore voor hun circus. Eerder deze week stond de grote vriend met het slechtste kapsel ter wereld (al doet Kim ook een gooi naar deze titel) al op de bühne tijdens de G7 show, alwaar hij schijnbaar uiteindelijk niet mee wilde spelen met de andere wereldleiders. Ze deden maar gemeen tegen hem. Maar daar ga ik het nu allemaal niet over hebben. Ik ben op vakantie en al die ongein kan me eerlijk gezegd gestolen worden.

Ik vraag me überhaupt af of ze hier weten wie Donald Trump en Kim Jong-Un zijn, laat staan dat het ze interesseert dat deze twee leeghoofden ergens in Singapore met elkaar op de foto gaan deze week. Ik vraag me op dit moment af hoe ik deze zijstraat nu ga koppelen aan de titel van dit stukje. De titel is namelijk altijd hetgene waarmee ik begin en het komt maar zelden voor dat het stuk een dusdanige wending neemt, dat ik achteraf de titel moet wijzigen. Ok, het komt weleens voor, maar niet vaak. En nu ben ik dat zeker niet van plan, dat is teveel eer voor de randdebiel-in-chief.

Het zou dus gaan over zwaardvis. ‘Zwaardvis?!’ hoor ik jullie nu denken. Ja, dat dachten wij ook een maandje of twee geleden, toen het opeens wat vaker ging over wat er wel en niet gegeten mag worden tijdens een zwangerschap. We deden er toen lacherig over, op het lijstje met vissen die een tijdje off limits zouden zijn, stond tussen de wat bekendere varianten namelijk ook; zwaardvis.

‘Wanneer eet je dat nu?’, vroegen wij onszelf af. Daar hoefden we ons in ieder geval niet druk over te maken. Dachten we. Inmiddels is dit van de zes dagen dat we hier nu zijn, volgens mij de vijfde dag dat ik iets met zwaardvis op mijn bord heb zien verschijnen. De karakteristieke vis is hier namelijk de plaatselijke specialiteit en iedere taverne, trattoria of osteria serveert hier minstens een gerecht of vijf met deze zeebewoner.

Ik ben benieuwd wat er in Singapore op het menu staat deze week. Zwaardvis zal wel te licht bevonden zijn, maar ik betwijfel of er zoiets bestaat als raketvis.

#176 Leenfietsen en kernwapens

Terwijl ik de laatste hand heb gelegd aan mijn tweede artikel voor Tokyo.nl, dit keer over het wonderschone Shirakawa-go, gebeurt er elders in de wereld ook weer het één en ander. Vriendje Donald doet wat eigenlijk al lang en breed verwacht werd, na een dagje golfen begaat hij waarschijnlijk één van de, zo niet de grootste blunder uit zijn politieke carriëre. Alhoewel hij nog wel even tijd heeft om deze te toppen.

Photo by Andrew Gook on Unsplash

Meneer heeft besloten dat het goed is voor zijn land om zich terug te trekken uit het nucleaire akkoord met Iran. Nu ben ik geen Iran kenner, volgens mij lopen er daar ook een aantal redelijk enge figuren rond, maar toch, er waren enige vormen van herstel te bespeuren. Waar het land van Trump de komende jaren economisch keihard voorbijgestreefd en bijgehaald gaat worden door huidige en nieuwe Aziatische tijgers, stuurt hij volledig aan op isolatie. Way to go! Het duurt niet lang meer of andere landen zullen de VS economische sancties op gaan leggen, omdat men vindt dat ze teveel kernwapens hebben. Ok, dat is een eigen verzinsel, maar nu ik het zo hardop zeg, klinkt het niet eens meer zo vreemd.

De wereld zal er over een jaar of twintig in ieder geval heel anders uitzien dan de wereld van vandaag. Maar het mooie aan de toekomst, is dat hij gelukkig dag voor dag komt. En morgen zal niet veel verschillen van vandaag, zoals vandaag niet heel veel verschilde van gisteren. Gisteren was ik nog met de auto naar mijn werk, vandaag alweer op de fiets, weliswaar een leenfiets. En dat was ook meteen het grootste verschil tussen de twee dagen.

En dat er vandaag een klein wezentje via een scherm druk naar ons lag te zwaaien en gisteren niet. Waar ging het eerste deel van dit stukje ook alweer over?

#172 Om wie zij waren

Vandaag is mijn eerste redactionele stukje op Tokyo.nl verschenen. Ik ben hier trots op, dus ik meld het hier gewoon nog een keer. Het is een stukje over één van de steden die ik en het leukste reisgezelschap ter wereld, vorig jaar tijdens onze rondreis door Japan hebben bezocht. De stad is Takayama, waarschijnlijk niet heel erg bekend. Wil je er meer over weten, lees dan het stukje zou ik zeggen. Schaamteloze zelfpromotie, jazeker, dat zal nog wel vaker voorkomen, aangezien er nog meer stukjes zullen volgen.

Photo by Annie Spratt on Unsplash

Gelukkig hebben we tijdens die reis een aardig dagboekje bijgehouden wat een goede basis biedt. Het teruglezen van zo’n boekje brengt ook meteen weer de fantastische herinnering aan die tijd terug. Soms lijkt het net alsof je weer even terug bent. Nooit geweten dat herinneringen zo levendig konden voelen en dat doet me huiveren wanneer ik dat aan vandaag koppel. Vandaag is tevens een dag van andere herinneringen, een dag van herdenken. Vandaag is Nederland stil, twee minuten, zo ook wij.

Dit om degene te herinneren die, zoals de stem op tv klinkt; ‘zijn vermoord om wie zij waren’. Vermoord worden om wie je bent. Ik kan me er niets bij voorstellen. Het doet zeer wanneer ik me dit probeer voor te stellen. Het doet ook zeer om te weten dat dit op plekken elders in de wereld nog steeds gebeurd. Vermoord worden om wie je bent. Er wordt in de verte geschreeuwd, een minuut of wat voor de stilte. Iemand met een mening ergens over zo heb ik begrepen. Vandaag gaat het alleen niet over meningen, zoals het al teveel over meningen gaat tegenwoordig.

Dit gaat over feiten, over verschrikkelijke feiten, die nooit vergeten mogen worden. Die we één keer per jaar moeten proberen onszelf voor te blijven stellen.

#169 Pannenkoeken en nobelprijzen

Het was een historisch moment. En dan bedoel ik echt een historisch moment. Zo’n moment wat mijn kind misschien ooit wel terugvindt in een geschiedenisboek. Zo’n moment dat je over tien jaar in een tv-programma terugziet (als tv-programma’s dan nog bestaan) en denkt ‘ja dat weet ik nog wel ja’. Het was een bijzondere handreiking die twee mannen naar elkaar deden. Een blijk van wat misschien wel een goede vriendschap kan worden, na een periode van lange stilte en vijandigheden. Een grens die werd overgestoken.

Ik heb het hier natuurlijk over Donald Trump en Kanye West. Nieuwe matties for life. Geintje natuurlijk, dit gaat over de leiders van de beide Korea’s. Noord-Korea en Zuid-Korea, zoals het hier heet. Kim en Moon die elkaar de hand schudden, een romantische wandeling over een blauwe brug maken, gezellig met elkaar keuvelen, boompjes planten (waar heb ik dat eerder gezien afgelopen week?), van een dinertje genieten en een handtekening zetten onder een gezamenlijke verklaring. Geen enkele moeite leek het te kosten.

Eerlijk is eerlijk, ik vond het mooi om te zien. De man met de slechtse kapper van heel Azië, die de raketten inruilt voor de pen. Het is hoopvol. Maar voorlopig ook niet meer dat. Opeens lijken we collectief vergeten dat little rocket man uit het Noorden nog niet zo lang geleden zijn eigen oom met luchtafweergeschut aan flarden heeft geknald en zo nu en dan wat van zijn raketjes over Japan heen liet suizen.

Nu ben ik zelf altijd een openlijk voorstander van positivisme en het feit dat liefde de voorkeur behoeft boven haat, dus ik ben ook hoopvol. Meneer Moon neemt vast een voorschot op het onmogelijke, door mijn grote vriend The Donald voor de Nobelprijs te nomineren, wat ik een geniale politieke zet vind. Kameraad Kim zet ondertussen de propaganda-pompende speakers aan de grens vast uit.

Wereldvrede, het lijkt een stapje dichterbij, maar dat zal misschien wel ijdele hoop zijn. Trumpster zoekt nog een locatie voor zijn ontmoeting met de laatste echte dictator en ik raad ze de pannekoekenbakker aan. Niet te ingewikkeld, je weet wat je krijgt, kunt je niet drukmaken over de prijs en er is de mogelijkheid om eventuele ontstane irritaties te botvieren op iets te traag personeel in plaats van op elkaar.

De lijst met internationale pannenkoeken op het menu is al aardig, maar ik mis nog de Texas-bbq en de Korean-kimchi. Misschien volgend jaar? Doe mij nu nog maar gewoon de boerenpannekoek met rundvleesragout.

Hoe zouden ze in Iran pannekoeken bakken?