Op het aanrecht staat het tosti-ijzer me van tussen andere tekenen van vrouwelijke afwezigheid, confronterend en tegelijkertijd vragend aan te kijken. De dag is wederom overgegaan in de volgende dag, zonder een mogelijkheid er over te schrijven. Geen probleem, dit lijkt de extra vrijheid te zijn die ik mezelf heb toegëigend. Zolang er dan maar ergens een compensatie verschijnt dit weekend. Dat moet te doen zijn.
Het tosti-ijzer, alsmede de aangekoekte resten gesmolten en weer gestolde kaas geven goed weer dat het een goede avond is geweest. Een avond op het terras, een echt terras tegenwoordig. Op het tafeltje voor ons is zelden een leeg glas te bekennen en verschijnen schaaltjes met nootjes en borden met hollands glorie; de bittergarnituur. Het koelt af maar dat is niet erg, er zijn terrasverwarmers. Luxe. ‘Ben je een keer op pad met de echte mannen?’ hoor ik iemand van naast zijn nieuwe liefde naar me roepen. Dat klopt, het is een mannenavond.
De avond gaat over in de nacht en ik heb honger. Tosti’s dus. Dat is lang geleden. Het tosti-ijzer van de sous-chef is inmiddels bijna antiek en kent waarschijnlijk meer verhalen dan menig schrijver ooit neer zal kunnen pennen. Ik verbrand mijn vingers en mijn mond. Ik ga naar bed. Wakker word ik van de wekkerradio van de afwezige in mijn bed en het duurt even voor ik het juiste knopje gevonden heb. Het is een uur of acht en denk dat ik wakker ben en besluit ‘Joe Speedboot’ beneden op te halen en uit te lezen. Nu ben ik gisteren op de tuinbank ook al in slaap gevallen bij een zelfde poging, nu overkomt me hetzelfde.
Rond 11:00 uur schrik ik wakker, waarschijnlijk van een licht schuldgevoel en een latent aanwezige to-do-list. ‘Joe Speedboot’ moet eerst uit, besluit ik. Het boek heeft een soort vakantiegevoel over zich heen, omdat ik er daar in begonnen ben. Het boek heeft deze week ook iets aan kracht ingeboed, niet vanwege het verhaal, maar vanwege haar schepper. De schrijver; Tommy Wieringa. Tommy vond het deze week nodig een nieuwe carriëre te testen als cabaratier. Nu kan hij grappig schrijven, maar deze grap schoot bij mij in het verkeerde keelgat. En dat kan ik dan tijdens het lezen niet meer van elkaar loskoppelen.
Het ging over de ‘aanslagen’ op de Telegraaf en eerder de Panorama. Nu waren beide amateuristisch en met goede afloop, maar het waren wel degelijk aanvallen op journalisten, iets wat we eigenlijk alleen kennen uit het buitenland. Zijn reactie op een vraag van nota bene journalist Twan Huys; ‘Wat vind je daar van?’ was een tenenkrommend, maar gemeend; ‘Het werd tijd’. Een lachsalvo was het gevolg, alsmede een zwijgende Twan. Deze week worden in Amerika vijf journalisten doodgeschoten. Wanneer er in Amsterdam journalisten die niet bij de politieke kleur van Tommy passen worden doodgeschoten, reageert hij dan nog steeds zo? Durft Twan dan nog steeds niet te reageren?
De wereld lijkt uit het oog te verliezen dat er meer is dan een politieke strijd en dat het vooral gaat over hoe we met elkaar en met de wereld om dienen te gaan. Tommy en Twan zouden dit moeten snappen, maar kiezen duidelijk voor kortstondig succes en verschuilen zich achter lachsalvo’s.
In ‘Joe Speedboot’ komt een gemankeerde, narcistische, geweld verheerlijkende schrijver voor, die zelf ook niet vies is van het uitdelen van klappen. Ik heb sterk het idee dat Tommy hier zichzelf het verhaal in geschreven heeft.
Mijn tosti is klaar.