Met veel verbazing heb ik vandaag flarden gezien van de ontmoeting waar door velen al lang naar uit werd gekeken. Na een stop-over op het Britse eiland, waar het idiote heerschap de hoofdstad London oversloeg omdat hij zich ‘niet welkom voelde’, iets wat hij dan nog wel lijkt te snappen, stond Finland op het programma. Al eerder heeft hij tijdens een ontbijtje alle Europese collega-leiders geschoffeerd en later zelfs gedegradeerd tot vijand.
Vandaag, toen hij op een podiumpje stond naast één van zijn echte vijanden, de ex-spion die het uitermate goed zou doen als klassieke Bond-slechterik, te weten Vladimir Poetin, deed hij echter het omgekeerde. De tentoonstelling van achterlijkheid was tenenkrommend en niet om aan te zien. Zelfs Vladimir zelf, die gisteren nog een tijdlang van de enige paraplu in het hele stadion genoot, moest zijn best doen om af en toe niet te grinniken of zelfs in proesten uit te barsten. Ik heb werkelijkwaar nog nooit iemand met zoveel macht, zo onsamenhangend en gevaarlijk zien raaskallen als vandaag het geval was.
De baby-in-chief, iets wat ze in London snappen, liegt en bedriegt en public, plaatst het belang van een wit voetje van Poetin boven al het andere, en iedereen staat er maar een beetje bij en kijkt er naar. Het is niet meer lachwekkend, het is zorgwekkend. En geen enkele zichzelf respecterende wereldleider durft of wil er iets mee, want stel je voor dat er straks wat kiezers verloren gaan. Mijn kennis van politiek is beperkt, maar volgens mij heb ik de afgelopen week gekeken naar de laatste stuipen van wat men democratie noemt.
We zijn hard op weg naar een wereld waar overal populistische autocratiën in de maak zijn, met links en rechts een dicatortje. Witte mannen die zich verschuilen achter teksten als ‘ik heb de verkiezingen toch gewonnen’. Met een amateur in het witte huis die zich liever identificieert met Kim Jong Un, dan dat hij ooit iets soortgelijks als Barack Obama zou doen, heb je als NAVO-land geen vijanden meer nodig. Zet eerst je vrienden maar weer terug op het juiste spoor.
Mark jij eerst, één keertje ‘no’ heb je er al uit weten te persen.