#739 Geïmporteerde oorlog

Vanuit de keuken kijk ik onze woonkamer in. Zo heb ik mooi zicht op mijn dochter van 6 en mijn zoon van 4. Ze voeren een balletvoorstelling op waarvan ze zojuist zelf de choreografie hebben bedacht. Hoe anders is dat met 4 en 6 jarigen op andere plekken in de wereld. In een bijna volledig genegeerd rapport van de VN eerder deze week leer ik dat deze kleine balletdansers in de leeftijdsgroep vallen waar in Gaza de meeste doden zijn te betreuren. ‘Een overgrote meerderheid, bijna 70 procent, van de dodelijke slachtoffers in de Gazastrook, zijn vrouwen en kinderen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Verenigde Naties. Volgens die cijfers komen kinderen tussen de 5 en 9 jaar oud er het vaakst om het leven.’ lees ik een bericht van Belgische media. Onze media zijn hier stil over. Op Nu.nl vind ik het enigszins terug, maar zonder deze details.

Deze slachtoffers zijn voor veel van ons al heel lang niet meer dan een statistiek. Toch wil ik iedereen vragen deze kille cijfers op zich in te laten werken. 70% van de dodelijke slachtoffers zijn vrouwen en kinderen. Kinderen tussen de 5 en 9 jaar oud worden het vaakst vermoord. Want dat is wat er gebeurt. Kinderen, die net zoveel recht hebben om in alle veiligheid een balletchoreografie te maken als mijn kinderen, worden dagelijks vermoord. Vermoord door een vernietigingsleger met bulldozers in hun kielzog, aangestuurd door een man, een extreem-rechtse oorlogsmisdadiger, waar de geschiedenisboeken geen mild oordeel over zullen vellen. We zijn blijkbaar niet collectief in staat dit nu al te doen, integendeel. Deze soldaten, deze kindermoordenaars, waren deze week op een bedrijfsuitje naar Amsterdam. Openlijk geven ze in interviews aan ‘even op vakantie te zijn van hun werk als IDF soldaat’ en ’toe te zijn aan wat afleiding’. Wat ik begrijp wanneer je al een jaar lang vooral vrouwen en kinderen uitmoord.

‘Er zijn geen scholen meer in Gaza, want er zijn geen kinderen meer over’ en ‘Dood aan alle Arabieren’ zingen deze hooligans deze week vrolijk in onze hoofdstad, en ze zingen nog veel meer, het is misselijkmakend. Een voetbalwedstrijd is een fijne vermomming om de propagandatrein van de huidige Israëlische regering nog in een volgende versnelling te krijgen. De toch al om hun openlijke racisme beruchte harde kern van Maccabi Tel Aviv, wordt dus vergezeld door soldaten in burger én agenten van de Israëlische geheime dienst Mossad. Wat mij betreft lijkt dat meer op een strategische oorlogsoperatie, dan op een avondje voetbal kijken. Wat ook wel blijkt uit het spoor van doelbewuste vernielingen, bedreigingen en geweld in de dagen voor de wedstrijd door deze ‘supporters’. Tijdens de wedstrijd wordt totaal respectloos de minuut stilte voor Valencia verstoord door deze uiteindelijke ‘slachtoffers’.

Dit bataljon gaat na de wedstrijd doelbewust op zoek naar vijanden. En hun vijandsbeeld is simpel. ‘Ole, ole, let the IDF win, we will fuck the Arabs’ zongen ze al eerder. En vijanden vinden ze. In groepen protestanten die de keer op keer weggemoffelde gruwelijkheden in Gaza, de dagelijkse kindermoord én de stinkende dubbele moraal in ons land aan de kaak willen stellen. Iets wat meer dan nodig is. Onze politici, onze bestuurders én onze media laten dit voor het overgrote deel namelijk al heel lang na. Vijanden vinden ze dan ook op de straten in Amsterdam, in groepen die simpelweg voldoen aan dat vijandsbeeld. Groepen die al decennialang horen dat ze ‘de vijand’ zijn en simpelweg niet meetellen in onze samenleving, of ze nu wel of niet hun best doen. Het bataljon en hun leider thuis krijgt waar ze naar op zoek waren. Een veldslag. Een veldslag binnen een oorlog die nu ook in ons land wordt uitgevochten.

Onze eigen ‘leiders’ buitelen over elkaar heen om de veronderstelde ‘antisemitische’ aanvallen door de gezamenlijke ‘vijand’ te veroordelen. ‘Pogroms’ is het woord dat valt. Op de vooravond van de herdenking van de Kristallnacht. Het land is te klein. Geert voorop, maar zelfs de ‘verbindende’ koning volgt met een eenzijdige veroordeling. In Israël berichten de media over een ‘reddingsoperatie’ voor hun gewonde strijders in Amsterdam. Vliegtuigen zouden naar Schiphol gestuurd worden. Netanyahu rook zijn kans en wilde zelfs een divisie van dezelfde IDF naar Nederland sturen, nu wel gewoon in uniform. Ik lees zelfs de bizarre headline ‘Isreali soldiers demolish homes in Gaza in solidarity with football hooligans in Amsterdam’.

Dilan, die zowel Geert in het zadel hielp als al veel langer antisemitisme vrij opzichtig inzet als politiek wapen voor het eigen gewin, én daarbij vaak glashard en openlijk liegt en zo zelf de échte variant van antisemitisme én moslimhaat schaamteloos aanwakkert, ontvangt zonder ook maar een kritische noot te kraken over het ongeremde geweld in Gaza en inmiddels ook Libanon, samen met andere Nederlandse politici, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken om heel hard te roepen hoe erg het allemaal niet is. Het is de wereld op zijn kop. Het stinkt. Het laat nul ruimte voor de broodnodige blik op het feit dat anti-genocide, anti-zionisme en anti-fascisme iets anders is dan antisemitisme.

Alle Nederlandse media en de internationale media staan direct klaar om de eenzijdige propaganda te gebruiken als basis voor hun berichtgeving of gewoon lui te kopiëren. Het is letterlijk zó ernstig de wereld op zijn kop dat verschillende internationale media berichten over ‘antisemitische aanvallen in Amsterdam’ met daarbij een foto van Maccabi ‘supporters’ die een charge uitvoeren op mogelijke vijanden in hun zoektocht naar een veldslag. Het is onbegrijpelijk.

Alleen een tiener met een YouTube account (benderbij) lijkt in staat vooraf te kunnen inschatten dat dit allemaal niet anders dan op deze manier had kunnen aflopen en is met een camera aanwezig om verslag te doen van wat er daadwerkelijk gebeurt. Waar was al onze ‘kwaliteitsmedia’? Waarom verzaken die keer op keer hun taak? Pas twee dagen na volledig meegaan in het schaamteloos eenzijdige frame lijkt AD de eerste te zijn die ziet dat er meer aan de hand is.

Al meer dan 20 jaar of langer hoor ik politici roepen over allochtonen, kutmarokkanen, mislukte integratie, arabieren, terroristen, asieltsunami, of erger. Het ‘wij’ versus ‘zij’ is decennialang gecultiveerd, gevoed en versterkt door zogenaamde ‘Linkse’ media. GeenStijl, Telegraaf en nu al een tijdje het openlijk racistische Ongehoord Nederland, maar ook iedere willekeurige talkshowtafel. Ook in mijn eigen omgeving klinkt dit geluid al zo lang ik het me herinner, het moet immers toch wel ergens waar zijn als iedereen dit roept? Toch?

Afgelopen week was er naast het bericht over de vermoorde leeftijdsgenoten van mijn kinderen een nogal schokkend rapport over moslimhaat in Nederland. Meer dan 50% ervaart structureel racisme en haat. Geen enkele ophef door degenen die nu roepen dat er voor ‘je onveilig voelen om wie je bent’ geen plaats is in ons land. Daar is juist heel veel plaats voor, al heel lang ook. Het wordt zelfs beleid nu. Geert als volksmenner aan de knoppen, betaalt door écht anti-semitische, xenofobe, misogyne geldschieters als Gert Jan Mulder (zoek deze meneer en zijn uitspraken maar eens op, ik durf hem hier niet eens te quoten). Geert, die de écht antisemitische complottheorieën van boezemvriend Orban nooit met hetzelfde vuur bestrijdt zoals hij haat spuwt in ons eigen land. Of überhaupt bestrijd. Geert die naast de moslim-vijand ook de fictieve woke-vijand op eenzelfde wijze cultiveert en tegen elkaar uitspeelt. We staan erbij en laten het gebeuren. Onze leiders importeren op dit moment een oorlog. Ik vind het niet eens meer ondenkbaar dat we met deze mensen aan de top ooit wél een buitenlands leger binnen onze grenzen dulden om te helpen optreden tegen die gecultiveerde ‘vijand’. ‘Nie wieder…’ toch?

Op dit moment (zondagmiddag 10 november) worden er verboden demonstraties voor alles wat ik hier schrijf, hard uit elkaar geslagen door de ME, op orders van burgemeester Halsema die onder dit internationale vergrootglas niet veel anders meer kan, omdat ook zij inmiddels een duidelijke vijand van Geert is. Iedereen die het niet met hem eens is komt in zijn vizier. Met alle gevolgen van dien. Schaduwpremier Schoof zegt zijn klimaattop er zelfs voor af. Al komt hem dat niet slecht uit denk ik. Dat klimaat, wat doet dat er immers toe? Het enige doel lijkt immers het bewust verzieken van het klimaat, van de sfeer in ons land. En voorlopig lukt dat aardig.

#738 Maak je niet dik

Ik ben op vakantie. Niet alleen. We zijn met zijn  vieren. Op een camping in Twente. De sous-chef, de dochter, de zoon en ik.

Op deze camping zijn ook andere mensen. Ik zou willen zeggen: in alle soorten en maten. Maar dat is niet waar. De mensen zijn wit. Net als wij. Of wat aangebrand. Net als ik.

En de meeste mensen hier zijn dik. Dat is wat het is. Dat is wat ik zie. Ik ben zelf ook een beetje dik dus ik weet waar ik het over heb. Ik heb een buik. Die buik is goed zichtbaar ‘s ochtends als ik in de spiegel kijk. En ook vaak wanneer ik nieuwe kleren probeer. Vooral in mijn hoofd zit hij dan in de weg, die buik.

‘Doe er dan wat aan!’ hoor ik mezelf op die momenten vaak denken. Zeggen zelfs zo nu en dan. En toch lukt dat nooit helemaal. Die buik blijft. Die buik is inmiddels al langer wel in mijn leven dan niet. In verschillende formaten. 

Hier zijn dus veel andere buiken. Ik oordeel daar niet over. Ik zie het wel. Praten deze mensen ook tegen hun buik denk ik dan? Sommigen vast wel. Dat zie je. Andere helemaal niet, dat zie je nog beter. Die dragen hun buik als een troffee. Ik gedoog mijn buik. Als mijn dochter achterop de fiets zit en ze trekt mijn T-shirt iets omhoog omdat ze me op mijn rug wil kriebelen bijvoorbeeld, dan reageer ik nors. ‘Doe dat eens niet!’, zeg ik dan in lelijk Nederlands.

De wereld hoeft mijn buik niet altijd te zien. Ik schaam me er niet voor. Ik ben er ook niet trots op. Ik heb wel conditie. Ik loop hard. Niet altijd even constant, of even ver. Maar toch altijd wel een beetje. Een fijne constante. Vandaag ook. Ik heb gelezen dat sporten geen zoden aan de dijk zet voor wat betreft buiken. Voeding doet dat veel meer lees ik. Ik geloof dat. Sporten zal geen kwaad doen verder. Ik blijf graag barbecueën en een extra speklap eten. Terwijl ik ook steeds meer biologisch en vegetarisch kook. Voor het gezin zeg ik dan, maar ook voor mij.

Zo’n camping is een minisamenleving. Zijn veel mensen dan zo dik tegenwoordig? Op de camping waar we de vorige drie jaar waren leken de mensen juist allemaal heel dun. Ik was toen ook al dik. Geen conclusies te trekken hier denk ik. De sous-chef zegt ook vaak dat ze dik wordt. Ik vind dat gek. Zij is dun. Groter dan maat S heeft ze vaak niet nodig. Ik denk dat ze de betekenis van het woord dik niet zo goed weet. Hoewel ze ook mijn buik iedere dag ziet. 

#737 Joost is aan zet

Zwitserland won het songfestival dit jaar. Grappig wel eigenlijk. Het landje zonder mening in het midden van Europa dat prat gaat op hun neutraliteit. Alsof ook dat onderdeel was van het hele circus. ‘Die gaan sowieso geen statement maken in hun overwinningsspeech’, moet door veel hoofden zijn gegaan binnen de organisatie annex propagandamachine die EBU heet.

Het Eurovisie Songfestival besloot al in een vroeg stadium Israel niet uit te sluiten van deelname, want ‘Wij zijn a-politiek’ was de verklaring. Een politiek statement in zichzelf. Zeker wanneer Rusland vorig jaar, ook een agressor die met veel geweld een buurland binnenviel wél werd uitgesloten. Ook dit jaar deden ze om die reden niet mee. Hypocriet in plain sight? ‘Ja’, vond ik toen al. ‘Mwah, misschien wel, maar wat kunnen wij daaraan doen?’ was de reactie van veel landen die toch gewoon zouden afreizen naar Malmö, plaats van handeling dit jaar. Als er al gereageerd werd.

Ergens wel te begrijpen. Maar toch begon het daar natuurlijk allemaal al erg te schuren. Joost, die namens ons land zou meedoen, werd vlak voor de week van het evenement door een groot aantal artistieke collega’s nog openlijk opgeroepen het feestje alsnog te boycotten. Hij verklaarde hierop onderdeel te zijn van ‘de machine’ en wel af te reizen.

Dat diezelfde machine zich zo open en bloot tegen hem zou keren had hij toen nog niet voorzien (of wel, maar daar later meer over). De deelname van Joost met een in mijn ogen geniaal kunstwerkje, met volledige artistieke vrijheid van de AVROTROS, was voor mij eigenlijk een garantie op vuurwerk. In welke vorm zou tijdens het event wel duidelijk worden. Dat event duurde voor Joost uiteindelijk slechts tot en met de halve finale. Al de gehele week waren er berichten over de entourages van Nederland en Israel die een aanzuigende werking op elkaar hadden.

Joost en zijn team hebben herhaaldelijk aangegeven dat hij direct na een optreden, of dit nu repetities betrof, of voor het eggie, niet gefilmd wilde worden. Hij sluit zijn song af met een ontzettend intiem persoonlijk moment over zijn ouders en ik kan me ergens voorstellen dat je dit als artiest ontzettend veel energie kost en dat je hier even van wil bijkomen zonder camera’s en telefoons direct in je smoel. Mensen uit het team van Israel, in het bijzonder ene Keren Peles, songwriter van dienst, bleken zich echter, tot vervelens toe weinig aan te trekken van die vraag. Zo weinig dat er zich een patroon van provocatie leek af te tekenen als je de door het team van Israel zelf geplaatste stories en berichten op verschillende socials erbij zoekt. Pesten en intimideren, naar voorbeeld van Netanyahu.

Joost vond zich na de halve finale terug in een persconferentie met jawel, vast niet toevallig (iets met volgorde van deelname vond ik ergens terug), de deelneemster van Israel, die zoals het goede journalistiek betaamt, een kritische vraag kreeg te verstouwen. “Ben je je ervan bewust dat je met je aanwezigheid op het Eurovisie Songfestival het publiek en andere deelnemers in gevaar brengt?” Het antwoord kwam niet. Joost vond daar wat van en vroeg zich hardop af waarom ze daar niet op zou hoeven antwoorden. De pesterijen namen na dat incident niet bepaald af en de propagandamachine van team Israel kwam daarna nog wat meer op gang.

Er wordt na de halve finale een klacht ingediend tegen Joost door een ‘cameravrouw’, die na herhaaldelijke verzoeken niet te filmen, dat toch doet. Een duidelijke grens wordt overschreden. Joost zou daarna een dreigend gebaar hebben gemaakt. Dat is de officiële verklaring waar we het voorlopig mee mogen doen. Dat de cameravrouw in kwestie ook songwriter blijkt te zijn is inmiddels een steeds luider klinkend gerucht. Joost wordt geschorst voor de jury-repetitie en mag, zoals we allemaal weten, uiteindelijk helemaal niet meer meedoen. De AVROTROS spreekt van een ‘disproportionele beslissing’ en laat het voorlopig daarbij. Cornald Maas haast zich om te laten weten dat het ‘niks met Israel te maken heeft’, wat me direct doet denken aan de minister van informatie van wijlen Saddam Hussein, ‘Nothing to see here, carry on’.

Het liedjesfeest wordt inmiddels vier jaar gesponsord door ‘Moroccanoil’ een wat misleidende naam voor een Israelisch bedrijf wat doet in beautytroep. ‘Follow the money’, zoals altijd, wordt naast de stinkende geopolitieke stellingname (er mag niet over Gaza gesproken worden tijdens het event en activistische uitingen door deelnemers worden verboden of afgezwakt, keffiyeh’s zijn al helemaal uit den boze) ook vrij duidelijk zo.

Na de uitsluiting van Joost gaat heel de rechterflank direct aan de haal met geblér over ‘doorgeslagen Woke!’ in alle varianten. Hiermee wordt de regenboogparade die het festival zelf is (of beter: was), voor het extreemrechtse karretje van hedendaags Israel gespannen en wordt ‘woke links’ wederom geframed als de boosdoener. Een dubbelslag in de media en een smerige omdraaiing uit het populistische playbook waar Mark Rutte jaloers op zou zijn, al deed hij deze week ook een duit in het zakje met zijn commentaar op de studentenprotesten en hun in een tweet antisemitisme in de schoenen schoof. Maar het werkt. Het volk pruimt het. Verdeel en heers. Nederland geeft Israel 12 punten tijdens de finale. Voor mij onbegrijpelijk. Maar wel het zoveelste inzicht in hoe massamedia en propaganda werkt. Want kritiek op Israel (én hun extreem rechtse regering die een vernietigingsoorlog voert) wordt zonder nuance gelijkgesteld aan antisemitisme. Zie Dilan, zie Mark, zie zelfs Femke. Steeds vaker openlijk, zonder gene. Of misschien wel helemaal niet steeds vaker, maar valt het mij gewoon steeds meer op. Het is niet meer niet te zien. Maar daar moet je wel wat verder voor kijken dan de pushberichten van Nu.nl of de pulp van de Geenstijls van de wereld.

De vraag die nu in mijn hoofd blijft rondspoken is ‘Wanneer doet Joost weer een zet?’. Want het schaakspel is nog allesbehalve klaar. Zien we dit over een paar jaar, met alles wat nog gaat komen (een documentaire? een ultiem kunstproject? iets waar ik me geen voorstelling van kan maken?) als het meest geniale activistische project sinds lange tijd waarin Joost en zijn team onder de radar veel meer touwtjes in handen hadden dan wij nu zien. Of blijft het bij de dramatische schimmige aftocht waarin Israel een duidelijke dubieuze rol heeft die nooit officieel blootgelegd wordt?

Hiermee is het naar eigen zeggen ‘a-politieke’ feestje een gore drek van geopolitiek, pesterijen, populistische framing, smeergeld en corruptie gebleken. Dat had Joost nooit voor elkaar gekregen door simpelweg thuis te blijven.

#736 We zijn allang vergeten

‘Opdat wij nooit vergeten’, een zinnetje wat ik deze week weer veel zie opduiken. Op gekke plekken meestal. In social media tijdlijnen vooral. Goedbedoeld, vast wel, maar het doet vaak aan als een luie poging te doen alsof de geschiedenis er nog toe doet. Die posts duiken in mijn tijdlijn vaak op tussen hedendaagse (live) beelden van dood en verderf. Tussen veelzeggende berichten over de grootste eenmanspartij van ons land die niet eens meer opvallen. Tussen toch enigzins voorzichtige berichten van journalisten die wel hun werk doen over zijn speech op hetzelfde podium als zwarte weduwe van extreem rechts Eva Vlaardingerbroek. Ik schreef ruim vier jaar geleden al eens wat over deze blonde haatzaaier. Ze heeft intussen aardig carrière gemaakt in de wereld van white supremacists en ander intens eng gespuis en wat ze te zeggen had in Hongarije zou op een doorsnee bruinhemdenfuif eind jaren ’30 van de vorige eeuw de handen op elkaar hebben gekregen. Of de lucht in zo je wilt.

In zo’n tijdlijn, waarin openlijk opgeroepen wordt tot een al dan niet gewapende strijd tegen een groep mensen om wie ze zijn, voorzien van een inmiddels onvoorstelbaar hoge berg aan leugens, waarin onze bloedeigen minister van justitie Yesilgoz misschien nog wel de grootste heeft verkondigd (duizenden niet bestaande ‘anderen’), vind ik nu dus die goedbedoelde herinneringen gekoppeld aan onze hedendaagse zorgeloze leventjes. In die tijdlijn waarin dagelijks zichtbaar is dat die gewapende strijd tegen mensen om wie ze zijn al lang bezig is en ondersteund wordt met ons belastinggeld, zie ik diezelfde minister van justitie het woord antisemitisme inmiddels misbruiken als wapen voor haar eigen politieke gewin. Zoals velen met haar. De meest achterbakse en gewiekste vorm van antisemitisme als het mij vraagt. En we laten haar krokodillentranen huilen in talkshows en kranten, ‘want ja, het is toch de minister he’.

Een tijdlijn die inmiddels nog voller aan het raken is met angst voor protesten tijdens onze nationale herdenking vandaag en hevige protesten tegen genocide die al plaatsvinden op universiteiten in Amerika. Gretig gepolitiseerd door zowel Republikeinen als Democraten. Iedereen heeft zoveel boter op zijn hoofd daar tegenwoordig dat er niet meer te lopen valt zo glad is het. Miljarden en miljarden naar de extreem rechtse Netanyahu en zijn vernietigingsoorlog, maar degene die geweldloos protesteren om ook vooral die andere kant zichtbaar (genocide dus) te maken zijn opeens het duidelijke kwaad. Dit zorgt voor een zonodig nog grote verdeeldheid tussen de toch al steeds verder afbrokkelende relatie tussen de twee Amerika’s. Het is een grimmige voorbode voor de aankomende verkiezingen dit jaar en daarop volgende tweede civil war. Ik ben benieuwd welke vernietigingswapens uit hun onuitputtelijke arsenaal ze daar uiteindelijk tegen elkaar gaan inzetten.

Opdat wij nooit vergeten dus. Om ongestoord onze tuinen vol te kunnen leggen met kunstgras en in de achtertuin te kunnen barbecuen met kiloknallers plofkip van een van de drie supermarkten om de hoek. Om drie keer per jaar op vakantie te gaan. Om eindeloos te scrollen langs tijdlijnen vol desinformatie en ons te verschuilen achter online reacties en teksten. Om met één druk op de knop eten thuis te laten bezorgen. Om nog meer te kunnen werken en zo nog meer spullen te kunnen kopen die onze ouders nooit nodig hadden. Die vrijheid? Die vrijheid die ik mijn kinderen ondanks alle vraagtekens zo ontzettend gun. Die kinderen die ik uitleg waarom we vandaag de vlag halfstok hangen. Die vrijheid die we in een lijn door die ‘ander’ zo vaak, zo makkelijk en zo overtuigd misgunnen. Opdat wij nooit vergeten zeggen we, terwijl we dagelijks juist dát doen. We willen het niet eens zien, willen het niet horen, laat staan voelen. We redeneren ons op vaak onnavolgbare en hypocriete manier een slag in de rondte en roepen ‘ja maar die ander!’ waar het maar uitkomt. Een kwart van ons land stemt op een openlijk racistische partij en we stevenen af op een afbraakregering waarin het ontmenselijken van grote groepen mensen centraal staat. Onze Tweede Kamervoorzitter, openlijk aanhanger en verspreider van omvolkingscomplotten én bijbehorende haat en ontmenselijking legt vandaag een krans ter herinnering aan de gruwelijke excessen en resultaten van dergelijke ontmenselijking. Opdat wij nooit vergeten, toch?

Opdat wij nooit vergeten roepen we. Vooral deze week, vooral vandaag, 4 mei, tijdens ‘onze’ Nationale Herdenking. Dan vergeten we niet dat onze geschiedenis ontzettend zwarte bladzijdes kent. En tegelijkertijd vergeten we dagelijks dat de volgende zwarte bladzijdes in de geschiedenis vandaag en morgen geschreven worden. ‘Opdat we oogkleppen opzetten’ lijkt steeds vaker veel beter op zijn plaats.

#735 Achter de PVV

Boek twee van vijf over Geert Wilders en zijn PVV. ‘Achter de PVV – Waarom burgers op Geert Wilders stemmen’ van Chris Aalberts kon mijn aandacht niet vangen zoals ‘Undercover bij de PVV’ dat eerder wel deed. Dit boek, wat inzoomt op het waarom achter de keuze voor de PVV, leest niet heel lekker weg en heeft een bijzondere structuur. Het bestaat uit interviews, quotes, verslagen van groepsgesprekken tussen PVV stemmers en linkse stemmers. Allemaal voorzien van wat duiding vanuit andere literatuur en deelconlusies door de schrijver. Ik ergerde me regelmatig aan de transcripten van de interviews, waarin veel flagrante bullshit wordt verkondigt door, die vervolgens nergens wordt genuanceerd of weerlegt. Dit is overduidelijk niet de intentie van de schrijver, maar het levert soms wel wat gekke situaties op. Bijvoorbeeld in onderstaande quote, die me toch al extra opviel omdat het hier een collega-bibliothecaris betreft:

Er komen steeds meer moslims, het bevolkingsaantal neemt toe, ze krijgen ook veel meer kinderen als wij en langzaam maar zeker gaan we richting de drie-vier miljoen denk ik. Dan denk ik dat het leed niet meer te overzien is. Ik zie het dan ook uitdraaien op een burgeroorlog op een gegeven moment. En het maakt mij niet meer uit, het zal mijn tijd wel duren, maar waar ik me vooral druk over maak, is over mijn kinderen. – Bibliothecaris (Man, 50)

Nergens wordt hierna ingegaan op de gemaakte veronderstellingen ‘veel meer kinderen’ of ‘drie-vier miljoen’, en zo doet de schrijver dus wel een heel groot beroep op extra eigen onderzoek van de lezer, want er komen nogal wat van deze quotes en beweringen aan bod. Het boek is ruim 10 jaar geleden geschreven, maar ik kan me goed voorstellen dat wat de geïnterviewde PVV aanhangers te zeggen hadden vandaag de dag nog steeds geldt, al was het dus maar omdat die groep nogal gegroeid is. Het boek schetst een tweedeling tussen de echte trouwe aanhangers van de PVV en een grote groep burgers die zich bij andere politieke partijen en vooral door individuele politici niet gehoord voelen. Dat is een duidelijke rode draad. Ze geven daarmee ook vrijwel zonder uitzondering toe vooral op Geert Wilders te stemmen en niet zozeer op de PVV, die ze toch vooral zien als niet buitengewoon goed georganiseerde club mensen die eigenlijk alleen het belang van Geert Wilders dienen. Dat heb ik dus met ze gemeen en heeft mij geleerd dat ik er dus niet zomaar vanuit kan gaan dat PVV stemmers dit niet zo zien.

Een andere rode draad is vooral het oeverloze geëmmer over ‘buitenlanders’ (eigen woorden geïnterviewden) en hoe het in ieder uitgeschreven interview of groepsgesprek lijkt uit te draaien op hoe men oprecht vindt dat die, vaak onbekende ‘ander’, de schuldige is aan alle problemen die ze ervaren. Of anders gesteld: de problemen waarvoor ze bang zijn mogelijk te kúnnen gaan ervaren. Want vrijwel geen enkele geïnterviewde PVV aanhanger geeft blijk van een directe ervaring, maar geeft altijd te kennen vooral bang te zijn voor wat er mogelijk nog komen gaat. Precies wat Geert Wilders dus tot in de puntjes geperfectioneerd heeft: het bespelen van de emoties en de onderbuikgevoelens van burgers met een duidelijke zondebok gebaseerd op louter en alleen angst. De personen die aan het woord komen in het boek schetsen allemaal zonder uitzondering een duidelijke ‘wij versus zij’ verhouding, waarin de ‘wij’ uiteraard de ‘Nederlanders’ zijn en de ‘zij’ de ‘Buitenlanders’. Veel geven aan dat het prima is dat ‘zij’ zich hier vestigen maar dat het mandaat voor hoe men zich hoort te gedragen altijd bij de ‘wij’ hoort te liggen en dat hier simpelweg naar geschikt moet worden. Desnoods met harde(re) maatregelen.

Ook valt te lezen dat in geval van migratie voor werk, die ‘zij’ maar gewoon weer terug moeten naar waar ze vandaan kwamen als er geen werk meer is. Ironisch genoeg geven de PVV stemmers vaak te kennen dat Geert Wilders volgens hun vaak te ver gaat in het wegzetten van die groepen en vinden ze zelf in principe dat iedereen gelijkwaardig is. Maar dan dus wel gelijkwaardig volgens hún voorwaarden. Er valt nergens te lezen of te bespeuren dat dit kwartje ook maar enigszins valt.

Opvallend is echter wel dat de eerder genoemde groep burgers die zich vooral niet gehoord voelt door andere politici en hierdoor op Wilders stemt, al zijn oplossingen niet te serieus lijkt te nemen. Ze vinden het fijn dat hij gemeenschappelijke problemen agendeert en wel lijkt te luisteren naar hun zorgen, maar de aangedragen oplossingen in het partijprogramma, of vooral: via tweets of in tv-interviews, worden niet serieus genomen of zelfs als onuitvoerbaar beschouwd. Dit weerhoudt ze er echter niet van op hem te stemmen. Zelfs de trouwe achterban laat een soortgelijk geluid horen, zij het in mindere mate.

Aalberts vat dit als volgt samen:

De PVV stem is een alarmbel om te laten zien dat zaken moeten veranderen, maar geen signaal dat kiezers de oplossingen van Wilders goed vinden. Kiezers van de PVV hopen vooral dat andere partijen hun signaal oppikken en hun standpunten een klein beetje in de richting van de PVV bijstellen. Zij willen zeker niet dat andere partijen de standpunten van Wilders kopiëren.

Nu is dit boek en deze conclusie tien jaar oud en inmiddels wel wat geërodeerd. En ik denk ook niet dat Dilan, Caroline en Pieter dit helemaal lekker in de smiezen hebben en zo het land in kijken. Zij dansen sinds deze week duidelijk naar de pijpen van Geert, onder wankele leiding van Dilan die wel degelijk probeert de door Wilders en zijn achterban opgeworpen ‘problemen’ op te lossen op een manier die zowel ver van haar eigen achterban staat, alsmede dus die van de achterban van Wilders. Dilan mag dan de ‘vroem vroem partij’ aanvoeren, maar terug willen naar 130km/u is nog steeds iets heel anders dat rechts inhalen.

#734 Undercover bij de PVV

De PVV van Geert Wilders heeft deze week de verkiezingen gewonnen. Dat heeft iets in mij aangewakkerd. Ik lag al wakker van alles wat extreem rechts is en naar facisme helt, en nu helemaal. Ooit las ik al ‘Tovenaarsleerling’ van Meindert Fennema, wat ik leende bij de Bibliotheek. Dat boek heb ik daags na de verkiezingen samen met vier andere boeken over Geert Wilders en zijn PVV nu besteld om in de eigen boekenkast te zetten en te kunnen raadplegen wanneer nodig. Want ik ben bang dat het nodig zal zijn. 

De eerste van de vijf is ‘Undercover bij de PVV’ van Karen Geurtsen en Boudewijn Geels. Een boek van ruim tien jaar oud inmiddels wat een zeldzaam, of misschien wel het enige, inkijkje geeft achter de schermen van de partij van leider Geert Wilders. In ‘Tovenaarsleerling’ werd het me al duidelijk dat Geert alleen Geert is en zijn PVV in het teken staat van hem en zijn wil alleen. Niks gaat eruit zonder zijn goedkeuring en alles is verder in nevelen gehuld. Hij is het enige lid en de financiën komen van een stichting waarin niemand verder inzage heeft. Dat beeld wordt in ‘Undercover bij de PVV’ alleen maar sterker. In die tijd, het is 2010, heeft de PVV 9 kamerzetels, ingevuld door een ratjetoe aan loyalisten aan Geert. We herkennen Fleur Agema en Dion Graus, ook nu nog actief. En Richard de Mos, die later voor zichzelf begon in Den Haag. Ook toen zweefde de PVV al virtueel als grootste partij van Nederland in de continue peilingen. Deze week is dat dus waarheid geworden. Karen, haar echte naam, houdt ons in dagboekvorm de wereld van de PVV fractie met kamerleden, medewerkers en stagiaires voor. Een tamelijk amateuristisch wereldje waarin kamervergaderingen worden voorbereid en stapels stukken worden gekopieerd en vooral niet met de pers wordt gepraat. Een wereldje van einzelgangers die vanuit een ultieme bubbel het bespelen van de publieke opinie vanuit de onderbuik tot kunst heeft verheven. Een wereld van Senseo-koffie en een eindeloze stroom sms-jes van een verder veelal onzichtbare Geert.

Eigenlijk is het boekje niet echt spannend, of vol grote individuele ontdekkingen, maar die disclaimer gaf Karen vooraf zelf ook al. Het is vooral een inzicht dat de hermetisch van de rest van de Tweede Kamerfracties afgesloten PVV vleugel (vanwege de zware beveiliging van Geert, maar dat lijkt niet bepaald slecht uit te komen) er volledig op is ingericht om zoveel en zo snel mogelijk te scoren in de media met eigenlijk wat dan ook. Alleen op de interne partij struggles lijkt een taboe te liggen. Voor de rest is het goedkoop scoren zonder inhoud, wat bij monde van de fractiemedewerkers en kamerleden ook zonder gêne wordt bevestigd. Het beeld van Geert, die zich terugtrekt in zijn werkkamer om alleen zo nu en dan zijn loyale medewerkers op te roepen en instructies te geven, laat goed zien hoe paranoïde de wereld van de totalitaire leider is. Hij bemoeit zich overal mee, tot aan het kopiëren van de paspoorten van mogelijk nieuwe gemeenteraadsleden die een dagje op training zijn.

Ook met de fanschare van de partij (ik zie het toch steeds meer als ‘fans’ dan als goed geïnformeerde kiezers) neemt de club het niet zo nauw. Ze praten over hun electoraat als ‘Je weet wat voor intellectuele achterban we hebben, maar niet heus!’ Of het tactvolle ‘Mee naar een partijbijeenkomst? Mij niet gezien. Een beetje tussen die idioten rondlopen zeker?’ Het beeld wat deze week in veel media wordt geschetst van een partij die in tegenstelling tot andere partijen wél het beste voor heeft met het electoraat en er tenminste nog graag tussen staat, gaat dus niet helemaal op. Het is weliswaar tien jaar geleden, maar veel spelers van toen zijn ook nu te vinden in de kamerfractie en de PVV is niet bepaald van structuur veranderd. Geerts wil is nog steeds het enige wat telt. De rest volgt gedwee. Alles is gericht op het goedkoop scoren, met als enig doel de invloed en macht van Geert vergroten. Dus in zijn relatieve saaiheid en gedateerdheid draagt dit boekje wel degelijk bij aan mijn beeld van Geert Wilders als holle inhoudsloze machtspoliticus die zijn talent, wat hij onmiskenbaar heeft, alleen inzet om zijn eigen macht en greep op de nationale politiek te verstevigen over de ruggen van iedereen, inclusief zijn eigen fanbase. En dat die fanbase nu groeit en groeit, zonder zich druk te maken over welke inhoud dan ook, is zorgelijk. Daar is namelijk een naam voor: facisme.

Boek:

Undercover bij de PVV – Karen Geurtsen en Boudewijn Geels – 2010
Achter de schermen bij de politieke partij van Geert Wilders

#733 The day after

In Argentinië heeft dit weekend een meneer die graag met een kettingzaag zwaait als in een horrorfilm, een zooitje ministeries, bijvoorbeeld onderwijs, volksgezondheid en milieu wil afschaffen, knuffelt met vuurwapens en tegen abortus is de verkiezingen gewonnen. De Argentijnse nationale bank ziet hij ook liever verdwijnen. Deze Javier Milei is de zoveelste in een rijtje extreemrechtse afbraakpolitici die overal ter wereld aan de macht zijn gekomen de afgelopen jaren. Hij werd dan ook al snel gefeliciteerd door de man met op dit moment negen processen aan zijn broek, waaronder eentje omdat hij de Amerikaanse rechtsstaat met geweld omver wilde werpen. Donald Trump.

Zeven jaar geleden werd hij als president van Amerika gekozen. Vol ongeloof las ik dat ‘the day after’ op alle socials en in de krant, aan dezelfde keukentafel waar ik nu dit stukje tik. Inmiddels is datzelfde Amerika tot op het bot verdeeld en bijna klaar voor een nieuwe burgeroorlog. Daarna volgden Jair Bolsonaro in Brazilië, die net als zijn grote blonde voorbeeld uit Amerika vooral uit was op eigen financieel gewin. Vrij recent kwam Georgia Meloni in Italië aan de macht, een openlijke fascist, naar goed voorbeeld van good old Mussolini, drinkebroer van Adolf. In Zweden wordt al ruim een jaar van alles afgebroken wat er in de decennia ervoor is opgebouwd door een nieuwe extreemrechtse regering. In Hongarije wordt de rechtsstaat al jarenlang effectief uitgekleed door een van de BFF’s van Poetin: Victor Orbán. Daar valt inmiddels weinig meer te kiezen, worden rechters aan banden gelegd en journalisten de mond gesnoerd. Weinig democratie meer aan.

En nu. In ons land. In Nederland, is het blijkbaar zover dat iemand die in bijvoorbeeld Victor Orbán een lichtend voorbeeld ziet, door ongeveer een derde van de stemgerechtigde Nederlanders als een prima nieuwe Minister-President wordt gezien. Je wordt de laatste tijd blind van alle peilingen, statistieken en andere grafiekjes, maar deze sprong eruit voor mij. Ik was er even stil van. Een derde van de gevraagde mensen (het blijft natuurlijk een representatie) vindt Geert Wilders oprecht geschikt om ons land te besturen. De leider te worden van álle Nederlanders. Geert, die zijn eigen partij al bijna twintig jaar bestuurt als een dictatuur met hem als het enige lid.

In een campagne waarin angst voor de ander, middels een xenofoob debat over immigratie, al een tijdje de boventoon voert en op de man spelen eigenlijk het enige is wat scoort op socials (vaak vergezeld door anonieme trollen-legers of beroepspesters) en debatten in voetbalkantines op televisie, zijn blijkbaar zoveel mensen uit het oog verloren dat Geert niet veel meer inhoud heeft dan wat goed is voor Geert.

In de jaren dat Trump aan de macht was, werd mijn zoon geboren. Trump is voor mij alles wat een man is en leverde een dusdanig schrikbeeld op, dat ik op sommige momenten oprecht bang was voor het feit dat mijn zoon dus ooit zou kunnen uitgroeien tot zoiets. Dat kan natuurlijk nog steeds en over dat soort waanbeelden ga ik het nu niet hebben, maar ik wil alleen maar aangeven dat ik sindsdien mijn taak als opvoeder nog wat serieuzer ben gaan nemen. Soms misschien wel te serieus. Neemt niet weg dat ik mijn kinderen een wereldbeeld probeer mee te geven waarin er plaats is voor iedereen, waarin ieder leven hetzelfde waard is. Waarin mensen het beste met elkaar voor hebben. Waarin dingen eerlijk zijn verdeeld. Waarin mensen naar elkaar luisteren en niet alleen naar elkaar schreeuwen. Een wereld waarin ook hun (klein)kinderen nog een toekomst hebben. Een wereld die niet wordt bepaald door ‘de markt’, of wat dat ook mag betekenen. Een wereld die zich baseert op hoop en niet op achterdocht. Een wereld waarin mensen met een visie voorop gaan. Met een echt plan. Geen platte oneliners.

Die wereld waar ik het over heb, wordt door Donald niet gezien, laat staan nagestreefd. Niet door Victor. Niet door Javier en zijn kettingzaag. Niet door Georgia. Niet door Jair. En zeker ook niet door Geert. Zij kijken alleen naar zichzelf en bepalen voor anderen wie er mens is en wie niet. De rest doet niet meer mee. En omdat een stem op Dilan inmiddels ook een stem op Geert betekent, ben ik bang voor een nieuwe ‘morning after’ aanstaande donderdagochtend. Ik kan alleen maar hopen dat al die panels en peilingen wederom geen representatie zijn van Nederland. Dat er veel mensen zich toch nog op tijd zullen beseffen ‘wil ik echt die kant op?’ ‘Wil ik echt in een land van angst en haat wonen terwijl het ook anders kan?’ En ik kan alleen mijn eigen stem uitbrengen aanstaande woensdag. Wat ik dan ook met meer bewustzijn dan ooit doe. En ik hoop van harte dat íedereen dat doet woensdag, maar stem alsjeblieft voorbij de haat en de angst.

#732 Iedereen mag bestaan

‘Om de regenboog kan niemand meer heen’, schrijft Ilaaf Al-Saidi vandaag in een paginavullend opiniestuk in De Telegraaf. Even denk ik aan mijn oudste. De kleuter. Die sinds ze begonnen is op school vrijwel niets anders meer tekent dan regenbogen. Omdat ze die zo mooi vindt zegt ze vaak. Omdat ze dan alle kleuren kan gebruiken, want één kleur is maar saai. Ik zeg inmiddels niet zoveel meer als ze dat aan me vertelt, het valt me niet eens zozeer meer op. Ze heeft gelijk. Ilaaf, die ik online volg sinds vorige week, gebruikt liever wat minder kleur. Ze is columnist op de motor, schrijvend over diversiteit zoals ze zelf zegt. ‘Bruggen bouwen tussen mensen’ staat te lezen op haar website. In dat licht had ze mijn interesse met een post over schrijver Pim Lammers. Ze uitte kritiek op een gedicht uit zijn bundel ‘Ik denk dat ik ontvoerd ben’, en wel op het titelgedicht.

Vandaag is de Kinderboekenweek begonnen, Pim zou daarvoor een gedicht schrijven. Het liep anders. Onder aanvoering van Monique Smit en Kim Feenstra werd Pim eerder dit jaar zijn pen ontnomen met doodsbedreigingen als gevolg. Sindsdien schrijft hij met angst en gereserveerdheid. Degenen die hem daadwerkelijk bedreigden begin dit jaar zijn inmiddels veroordeeld tot boetes en taakstraffen. Ze gaven tijdens de rechtszaken ongeïnteresseerd aan eigenlijk niets van zijn werk gelezen te hebben, maar blind vaarden op het oordeelsvermogen van de eerder genoemde pedagogisch specialisten Monique en Kim, later vergezeld door machtsbeluste afbraakpopulisten als Wybren van Haga en Thierry en Gideon. Die laatste laat zich ook graag zien op door hem georchestreerde fakkel- en hooivorkoptochen wanneer er voorgelezen wordt aan kleine kinderen. De burgemeester van Leiden zag zich hierdoor zelfs genoodzaakt een noodverordening af te kondigen. Al deze haatpredikers bleven zelf overigens buiten schot in de rechtszaal.

Zoals bekend schreef Pim uiteindelijk geen gedicht voor de Kinderboekenweek. Daar schreef ik dan zelf weer een gedicht over en kocht zijn bundel. Vandaar mijn bovenmatige interesse in wat Ilaaf hierover te zeggen had. We waren het oneens. Dat kan. Zij vond wederom dat Pim zijn mond moest houden, gekke dingen zei en zijn pen neer moest leggen, in ieder geval betreffende gedichten voor kinderen. Ik vond dat fantasieloos, napraten, hitserij rechtstreeks weggelopen uit de playbooks van religieuze fanatici als ‘Gezin in Gevaar’ en de eerder genoemde volksmennende extreem rechtse politici en totaal voorbijgaan aan de kunstvorm die poëzie in zichzelf is en het belangrijkste: de levendige fantasie van diezelfde kinderen. Zijn bundel staat dus ook hier in de kast, om er weer uit te komen wanneer de kleuter en de peuter hieraan toe zijn. Voorlezen, zelf lezen, allebei, whatever, allemaal prima. Sindsdien volg ik Ilaaf, omdat ik graag mijn blik zo ruim mogelijk houd. Dat is immers wat ik betoog als ik aan anderen uitleg waarom ik ook veel boeken lees van mensen waar ik het op zijn zachtst gezegd niet eens ben en wat ook daadwerkelijk zorgt voor meer begrip.

Terug dus naar die regenboog van Ilaaf vandaag. Ze heeft daar een andere kijk op dan mijn kleuter. Ze is bang dat al die kleuren van de regenboog een dwangmiddel worden. Dat haar, en anderen, (het is veel ‘we’, alleen vraag ik me dan meteen af wie die ‘we’ zijn) zaken worden opgelegd en opgedrongen. Ze pleit in een notendop voor wat meer grijstinten, zwart wit, binair zo je wilt, laat die veelkleurigheid maar zitten, die zit te veel in mijn gezichtsveld is wat er gesteld wordt. En daar worden mensen boos van, volgens haar, als een rode lap op een stier. Ilaaf, die naar eigen zeggen diversiteit hoog in het vaandel heeft staan, en ik ben ervan overtuigd dat ze dat ook heeft, maar klaarblijkelijk daardoor ergens voor haarzelf bepaald heeft dat zij hierdoor mag en kan oordelen voor wie dat dan wel en niet geldt. Inclusiviteit door exclusiviteit. Dat lijkt meer op bruggen opblazen dan op het bouwen ervan.

Nu las ik eerder deze week óók een brief in de Volkskrant langs dezelfde lijn die Ilaaf hanteert, zij het niet een stuk genuanceerder (en daarmee in de kern misschien zelfs nog wel gevaarlijker) waarin Ralf Bodelier ‘Links’ oproept te stoppen met cancelen en wat minder ‘intolerant’ te zijn voor wat hij noemt andere meningen. Waarin Ralf in al zijn goede bedoelingen vergeet dat die ‘andere meningen’ al snel inhouden dat anderen niet mogen bestaan. Claudia de Breij diende hem vandaag van repliek en haalde daarbij James Baldwin aan:

‘We can disagree and still love each other, unless your disagreement is rooted in my oppression and denial of my humanity and to exist’.

Rake woorden, waarvan ik ook meteen voel dat ik ze nooit dusdanig kan ervaren en voelen als Claudia, James en andere mensen dat doen. Daar komt die regenboog weer om de hoek kijken. Die dringt ons niks op, die wil ons niet bekeren, die is niet op onze kinderen uit, dat is geen symbool van indoctrinatie, dat is het allemaal niet. Wel kan ik, en wie dan ook, door die regenboog laten zien dat iedereen die zich onzeker voelt in zijn recht om simpelweg te bestaan bij mij veilig is. Voor mij is er namelijk al een plek aan de tafel, mijn bestaan staat nooit op het spel, daar wordt niet aan getornd aan de hand van ‘meningen’, dus waarom zou ik die andere beschikbare plaatsen aan de tafel óók krampachtig voor mezelf willen houden? 

Eerder dit jaar luisterde ik tijdens een door onze Bibliotheek georganiseerde avond naar Splinter Chabot en Raven van Dorst en hun ervaringen met angst, haat en het gevoel er niet te mogen zijn. In de zaal die avond veel jongeren uit mijn regio die worstelen met dezelfde gevoelens. Vechten, vaak letterlijk, tegen dagelijkse haat van hun leeftijdsgenoten. Het raakte me toen, dat doet het nog steeds. Die regenboog, daar kan inderdaad niemand meer omheen. En daar is een goede reden voor: iedereen mag bestaan. Laten we alsjeblieft alle kleuren gebruiken want daar wordt alles gewoon heel mooi van. Vraag dat maar aan een kleuter.

#731 Glutenvrijegastmolenaar

’s Ochtends tijdens het ontbijt wordt alles goed dubbel gecheckt. ‘Papa jij gaat toch mee naar school voor broodbakdag vandaag toch?’. Ik stel de oudste gerust. Op deze woensdag, de dag waarop de kleuterklas waarin ze zit altijd brood bakt ga ik inderdaad een keertje mee. Ik ben er al bijna een jaar aan gewend dat ik op dinsdagavonden mezelf terugvind in de keuken, al wegend, mixend en knedend om ervoor te zorgen dat de kleine grote meid op woensdag haar bolletje deeg mee kan nemen. Er ligt ook altijd wel een klein voorraadje in de vriezer, maar omdat ik meestal toch brood voor thuis bak is een kleine hoeveelheid apart houden een kleine moeite.

De glutenvrije genieter is in haar klas dit jaar gelukkig nog steeds niet de enige die op dat eiwit moet letten. In haar klas zit nog een meisje dat een glutenvrij bolletje deeg meekrijgt op woensdagen. De kleintjes leren op deze dag het hele proces van brood maken. Van are tot eetbaar brood en alle mensen en ambachten die daar aan te pas komen. Op een behapbare manier voor die kleine breinen. Dat er ook fabrieken bestaan komt later. Zo leren ze eerst de waarde van alles kennen. De aarde, de zon, het water, de boer, de molenaar, de bakker, de samenwerking, de keten, de schakels, het proces, in je eentje kun je maar weinig, en kunnen ze lekker zelf aan de slag met hun handen.

Sinds kort staat er een heuse miniatuur graanmolen in de klas, het beginpunt van het kleuterbroodbakspektakel. En laat er in onze keuken nu sinds mijn afgelopen verjaardag ook zo’n ding staan. Dat was door de kleine dame ook prima doorgebriefd aan de juffrouw, want daarvan kwam een vriendelijke vraag of ik daarmee ook een keer wat glutenvrije granen kon komen malen in het klasje. Tuurlijk kan dat.

Dus daar zat ik dan, op mijn knieën, in de speciaal ingerichte glutenvrije bakkerij waar de twee dames zich meestal bezighouden met het kneden en vormen van hun thuis geprefabriceerde deegbolletjes. Deze keer kregen ze hulp van een ‘glutenvrijegastmolenaar’. Een hobbykok van middelbare leeftijd die zichtbaar net iets te graag proeft van zijn eigen creaties, een baard die best een keer extra getrimd mag worden en een iets te kleine roze schort die normaliter door een van de klasgenootjes wordt gedragen. De kleine dame, trots als een pauw op de aanwezigheid van haar papa-molenaar, vertelt aan iedereen die het horen wil wat we aan het doen zijn en de glutenvrije bakkerij is op deze woensdag voller dan de bakkerij met gluten.

We malen, we kletsen, we mixen, we kneden en we bewaren wat in een klein meelzakje voor thuis. Het afscheid valt het bakkertje zwaar en opeens is de glutenvrijegastmolenaar gewoon weer papa die nu toch echt door naar zijn andere baan moet. Tranen, een extra knuffel en een doei door de andere mini-bakkertjes en weg ben ik weer, het kleuteruniversum uit, terug naar de thuisbakkerij.

#730 Oranje boxershort

Buiten komt de regen al een paar uur recht naar beneden. Ik werd vanochtend wakker bij het geluid van naar beneden vallende plasjes water die ontstaan in het schaduwdoek wat bij zonneschijn dienst doet als overkapping van een eenhoornvormig zwembadje annex sproeier. Dat is voor later vandaag. Misschien. Misschien niet. Naast dat kletsende geluid wat door het slaapkamerraam mijn oor bereikte, waren beide minimensen klokslag zeven uur wakker. De oudste heeft al een tijdje een wekker wat precies op die tijd van blauw naar oranje verandert. Het signaal dat de dag is begonnen. Voor de jongste is het feit dat zijn zus mij roept dan weer het signaal om ook te roepen.

Gisteren waren broer en zus uit logeren bij opa en oma. De sous-chef (die vandaag jarig is en uitslaapt) en ik waren in Rotterdam om haar verjaardagscadeau te beleven in Ahoy, waar Cirque du Soleil een show weggaf, om vervolgens ongestoord wakker te worden in een groot hotelbed en aan te schuiven bij een laat ontbijt. Bij opa en oma was het half zes. De ingebouwde wekker van de kleintjes verloor het glasrijk van de nieuwsgierigheid en het was vroeg feest in het grote bed van opa en oma.

Vandaag, op mama’s échte verjaardag, zitten de twee mini’s weer gewoon aan hun eigen ontbijttafel. Na een snel ontbijt vliegen de stiften en krijtjes al snel over tafel om nog wat extra kunstwerken voor de jarige te maken. Dan verplaatst het duo zich langzaam naar de aangrenzende woonkamer, waar ik vanuit de keuken goed zicht heb op het potje wat weer van stal is gehaald. De jongste heeft door dat hij iets van controle heeft over zijn blaas en maakt er op goede momenten (zoals nu) een sport van om na iedere slok water of thee een minuscuul plasje te doen.

Zijn grote zus vindt zichzelf ook echt een grote zus en is niet te beroerd de kleine man te helpen met zijn nieuwe uitrusting. Bij plassen op het potje hoort namelijk een hemd en een onderbroek. De rompers (‘Voor baby’s!’ volgens de kleine grote man) zijn op deze momenten verleden tijd. Ik heb goed uitzicht op een zorgzame minimens die op haar hurken de oranje boxershort van haar broertje weer mee helpt aan doen. De groene pyamabroek met tekkels volgt, en ze kunnen samen weer verder met de choreografie van één van hun dansvoorstellingen. Het is de ‘smiley-dans’ en er wordt uitgepakt met sierlijke been- en armbewegingen, gracieuze pirouettes en uiteraard het nodige applaus voor elkaar. Dat de jongste in het geheel ongeveer 1,5 seconde later is met de beweging dan zijn zus zorgt ervoor dat ik begin te lachen. Wat me direct op een reprimande komt te staan van beide dansers: ‘Jij moet ons niet uitlachen!’. Waar ze gelijk in hebben, maar dit was iets anders. Dat leren ze nog wel.