Het is zondagochtend, er staan wat overblijfselen van een zondags ontbijtje om ons heen op de keukentafel, buiten is het grijs, grauw en guur en tegenover me zit de sous-chef hetzelfde krantenartikel te lezen wat mij zojuist heeft aangezet tot het schrijven van dit stukje. Waarschijnlijk is ze eerder klaar met lezen dan dat ik tevreden ben over dit lapje tekst en zal ik wellicht nog wat wijzigen of toevoegen aan mijn verhaal, maar dat zien we zometeen wel.
Het stuk in de Volkskrant, wat ik net ben een flinke dosis verontwaardiging, verbazing, onbegrip en misschien zelfs een vleugje walging heb gelezen gaat over een opkomende groep rechts radicale witte zelf betitelde anti-feministen, die bang zijn voor de ondergang van de (bange) witte man en de ideale boreale Westerse beschaving. Voorop gegaan door Eva Vlaardingerbroek, die afgelopen weekend sprak op een congres van mijn favoriete schijtlijstersclub: Forum voor Democratie. Nu ben ik zelf, niet in de laatste plaats vanwege mijn inmiddels aan de hand rondstappende dochter, en mijn bewondering voor de sous-chef, iets wat men tegenwoordig misschien een ‘feminist’ zou noemen en schuren de opvattingen van de witte blonde meisjes nogal met de mijne.
Ze vegen het hedendaagse feminisme op een rare hoop door te stellen dat er tegenwoordig alleen nog door ‘geestelijk gestoorde’ vrouwen met okselhaar wordt gestreden voor triviale zaken als mannen die te wijdbeens in de trein zitten, of de neiging hebben in gesprekken de standpunten van een vrouw te ondermijnen door zogeheten ‘mansplaining’ en dat er alleen ‘vroeger’ gestreden werd voor echte rechten. In een week waarin een documentaire van vrouwelijke maker over haar verminderde zin in sex, niet in de laatste plaats door wat haar als meisje door haar omgeving en op school geleerd is (sex is gevaarlijk, krijg niet te vroeg een kind), op social media vooral door bange witte mannen wordt voorzien van commentaren als ‘wat sneu voor je vriend’ (dank aan de sous-chef voor deze koppeling, ik heb de documentaire zelf niet gezien en het nieuws hierover slechts summier gevolgd), denk ik dat we als samenleving feminisme harder nodig hebben dan ooit en is het voor mij een lelijke tendens om te zien dat naast de hordes ‘bange witte mannen’ nu klaarblijkelijk ook ‘de bange witte vrouw’ hetzelfde rechts radicale podium betreedt.
Mannen zouden volgens deze anti-feministen niet meer sterk mogen zijn en moet wijken voor de rechten van de vrouw. Mannen tonen zich in mijn wereld juist sterk door aan de zijde van een sterke vrouw te gaan staan, duidelijke verschillen (want ja, die zijn er) te accepteren en te respecteren, elkaars ambities en beoogde levensweg altijd te bespreken en elkaar hierin onvoorwaardelijk te steunen, en de door de samenleving genormaliseerde opvattingen over mannen en vrouwen te betwisten en daar waar nodig te doorbreken. Dit maakt mannen niet minder sterk, maar juist sterker.
Een gedachte over “#561 Geestelijk gestoorde witte vrouwen”