‘Om de regenboog kan niemand meer heen’, schrijft Ilaaf Al-Saidi vandaag in een paginavullend opiniestuk in De Telegraaf. Even denk ik aan mijn oudste. De kleuter. Die sinds ze begonnen is op school vrijwel niets anders meer tekent dan regenbogen. Omdat ze die zo mooi vindt zegt ze vaak. Omdat ze dan alle kleuren kan gebruiken, want één kleur is maar saai. Ik zeg inmiddels niet zoveel meer als ze dat aan me vertelt, het valt me niet eens zozeer meer op. Ze heeft gelijk. Ilaaf, die ik online volg sinds vorige week, gebruikt liever wat minder kleur. Ze is columnist op de motor, schrijvend over diversiteit zoals ze zelf zegt. ‘Bruggen bouwen tussen mensen’ staat te lezen op haar website. In dat licht had ze mijn interesse met een post over schrijver Pim Lammers. Ze uitte kritiek op een gedicht uit zijn bundel ‘Ik denk dat ik ontvoerd ben’, en wel op het titelgedicht.
Vandaag is de Kinderboekenweek begonnen, Pim zou daarvoor een gedicht schrijven. Het liep anders. Onder aanvoering van Monique Smit en Kim Feenstra werd Pim eerder dit jaar zijn pen ontnomen met doodsbedreigingen als gevolg. Sindsdien schrijft hij met angst en gereserveerdheid. Degenen die hem daadwerkelijk bedreigden begin dit jaar zijn inmiddels veroordeeld tot boetes en taakstraffen. Ze gaven tijdens de rechtszaken ongeïnteresseerd aan eigenlijk niets van zijn werk gelezen te hebben, maar blind vaarden op het oordeelsvermogen van de eerder genoemde pedagogisch specialisten Monique en Kim, later vergezeld door machtsbeluste afbraakpopulisten als Wybren van Haga en Thierry en Gideon. Die laatste laat zich ook graag zien op door hem georchestreerde fakkel- en hooivorkoptochen wanneer er voorgelezen wordt aan kleine kinderen. De burgemeester van Leiden zag zich hierdoor zelfs genoodzaakt een noodverordening af te kondigen. Al deze haatpredikers bleven zelf overigens buiten schot in de rechtszaal.
Zoals bekend schreef Pim uiteindelijk geen gedicht voor de Kinderboekenweek. Daar schreef ik dan zelf weer een gedicht over en kocht zijn bundel. Vandaar mijn bovenmatige interesse in wat Ilaaf hierover te zeggen had. We waren het oneens. Dat kan. Zij vond wederom dat Pim zijn mond moest houden, gekke dingen zei en zijn pen neer moest leggen, in ieder geval betreffende gedichten voor kinderen. Ik vond dat fantasieloos, napraten, hitserij rechtstreeks weggelopen uit de playbooks van religieuze fanatici als ‘Gezin in Gevaar’ en de eerder genoemde volksmennende extreem rechtse politici en totaal voorbijgaan aan de kunstvorm die poëzie in zichzelf is en het belangrijkste: de levendige fantasie van diezelfde kinderen. Zijn bundel staat dus ook hier in de kast, om er weer uit te komen wanneer de kleuter en de peuter hieraan toe zijn. Voorlezen, zelf lezen, allebei, whatever, allemaal prima. Sindsdien volg ik Ilaaf, omdat ik graag mijn blik zo ruim mogelijk houd. Dat is immers wat ik betoog als ik aan anderen uitleg waarom ik ook veel boeken lees van mensen waar ik het op zijn zachtst gezegd niet eens ben en wat ook daadwerkelijk zorgt voor meer begrip.
Terug dus naar die regenboog van Ilaaf vandaag. Ze heeft daar een andere kijk op dan mijn kleuter. Ze is bang dat al die kleuren van de regenboog een dwangmiddel worden. Dat haar, en anderen, (het is veel ‘we’, alleen vraag ik me dan meteen af wie die ‘we’ zijn) zaken worden opgelegd en opgedrongen. Ze pleit in een notendop voor wat meer grijstinten, zwart wit, binair zo je wilt, laat die veelkleurigheid maar zitten, die zit te veel in mijn gezichtsveld is wat er gesteld wordt. En daar worden mensen boos van, volgens haar, als een rode lap op een stier. Ilaaf, die naar eigen zeggen diversiteit hoog in het vaandel heeft staan, en ik ben ervan overtuigd dat ze dat ook heeft, maar klaarblijkelijk daardoor ergens voor haarzelf bepaald heeft dat zij hierdoor mag en kan oordelen voor wie dat dan wel en niet geldt. Inclusiviteit door exclusiviteit. Dat lijkt meer op bruggen opblazen dan op het bouwen ervan.
Nu las ik eerder deze week óók een brief in de Volkskrant langs dezelfde lijn die Ilaaf hanteert, zij het niet een stuk genuanceerder (en daarmee in de kern misschien zelfs nog wel gevaarlijker) waarin Ralf Bodelier ‘Links’ oproept te stoppen met cancelen en wat minder ‘intolerant’ te zijn voor wat hij noemt andere meningen. Waarin Ralf in al zijn goede bedoelingen vergeet dat die ‘andere meningen’ al snel inhouden dat anderen niet mogen bestaan. Claudia de Breij diende hem vandaag van repliek en haalde daarbij James Baldwin aan:
‘We can disagree and still love each other, unless your disagreement is rooted in my oppression and denial of my humanity and to exist’.
Rake woorden, waarvan ik ook meteen voel dat ik ze nooit dusdanig kan ervaren en voelen als Claudia, James en andere mensen dat doen. Daar komt die regenboog weer om de hoek kijken. Die dringt ons niks op, die wil ons niet bekeren, die is niet op onze kinderen uit, dat is geen symbool van indoctrinatie, dat is het allemaal niet. Wel kan ik, en wie dan ook, door die regenboog laten zien dat iedereen die zich onzeker voelt in zijn recht om simpelweg te bestaan bij mij veilig is. Voor mij is er namelijk al een plek aan de tafel, mijn bestaan staat nooit op het spel, daar wordt niet aan getornd aan de hand van ‘meningen’, dus waarom zou ik die andere beschikbare plaatsen aan de tafel óók krampachtig voor mezelf willen houden?
Eerder dit jaar luisterde ik tijdens een door onze Bibliotheek georganiseerde avond naar Splinter Chabot en Raven van Dorst en hun ervaringen met angst, haat en het gevoel er niet te mogen zijn. In de zaal die avond veel jongeren uit mijn regio die worstelen met dezelfde gevoelens. Vechten, vaak letterlijk, tegen dagelijkse haat van hun leeftijdsgenoten. Het raakte me toen, dat doet het nog steeds. Die regenboog, daar kan inderdaad niemand meer omheen. En daar is een goede reden voor: iedereen mag bestaan. Laten we alsjeblieft alle kleuren gebruiken want daar wordt alles gewoon heel mooi van. Vraag dat maar aan een kleuter.