Buiten komt de regen al een paar uur recht naar beneden. Ik werd vanochtend wakker bij het geluid van naar beneden vallende plasjes water die ontstaan in het schaduwdoek wat bij zonneschijn dienst doet als overkapping van een eenhoornvormig zwembadje annex sproeier. Dat is voor later vandaag. Misschien. Misschien niet. Naast dat kletsende geluid wat door het slaapkamerraam mijn oor bereikte, waren beide minimensen klokslag zeven uur wakker. De oudste heeft al een tijdje een wekker wat precies op die tijd van blauw naar oranje verandert. Het signaal dat de dag is begonnen. Voor de jongste is het feit dat zijn zus mij roept dan weer het signaal om ook te roepen.
Gisteren waren broer en zus uit logeren bij opa en oma. De sous-chef (die vandaag jarig is en uitslaapt) en ik waren in Rotterdam om haar verjaardagscadeau te beleven in Ahoy, waar Cirque du Soleil een show weggaf, om vervolgens ongestoord wakker te worden in een groot hotelbed en aan te schuiven bij een laat ontbijt. Bij opa en oma was het half zes. De ingebouwde wekker van de kleintjes verloor het glasrijk van de nieuwsgierigheid en het was vroeg feest in het grote bed van opa en oma.
Vandaag, op mama’s échte verjaardag, zitten de twee mini’s weer gewoon aan hun eigen ontbijttafel. Na een snel ontbijt vliegen de stiften en krijtjes al snel over tafel om nog wat extra kunstwerken voor de jarige te maken. Dan verplaatst het duo zich langzaam naar de aangrenzende woonkamer, waar ik vanuit de keuken goed zicht heb op het potje wat weer van stal is gehaald. De jongste heeft door dat hij iets van controle heeft over zijn blaas en maakt er op goede momenten (zoals nu) een sport van om na iedere slok water of thee een minuscuul plasje te doen.
Zijn grote zus vindt zichzelf ook echt een grote zus en is niet te beroerd de kleine man te helpen met zijn nieuwe uitrusting. Bij plassen op het potje hoort namelijk een hemd en een onderbroek. De rompers (‘Voor baby’s!’ volgens de kleine grote man) zijn op deze momenten verleden tijd. Ik heb goed uitzicht op een zorgzame minimens die op haar hurken de oranje boxershort van haar broertje weer mee helpt aan doen. De groene pyamabroek met tekkels volgt, en ze kunnen samen weer verder met de choreografie van één van hun dansvoorstellingen. Het is de ‘smiley-dans’ en er wordt uitgepakt met sierlijke been- en armbewegingen, gracieuze pirouettes en uiteraard het nodige applaus voor elkaar. Dat de jongste in het geheel ongeveer 1,5 seconde later is met de beweging dan zijn zus zorgt ervoor dat ik begin te lachen. Wat me direct op een reprimande komt te staan van beide dansers: ‘Jij moet ons niet uitlachen!’. Waar ze gelijk in hebben, maar dit was iets anders. Dat leren ze nog wel.