#749 Met vrienden over geld praten

Daar stonden we dan. Maurice en ik. Op een zonnige dag, midden in Tiel. Camera’s op onze neus. Grote microfoon boven onze hoofden en witte schermen om ons heen om de zon niet teveel vrij spel te geven. ‘Nog één keertje helemaal!’ riep onze regisseur Ellemieke lachend als we een onderdeel eindelijk goed te pakken hadden en niet struikelde over het script. Duitse toeristen die net een ‘Dad-joke’ teveel maakten en ook in beeld wilden. Bestelbusjes die af en aan voor ruis zorgen. Een vol terras met ogen die ons goed in de gaten houden.

Het was het eerste, meteen compleet zichtbare,moment van ons project wat De Uitvinding heet. Een koffiezaak in het centrum van Tiel. Een koffiezaak die vooral ook nog heel veel meer mogelijk maakt. ‘Een bouwsteen’ noemen we het zelf wel eens. Muziek, evenementen, literatuur, kunst, nog meer evenementen, eigen merchandise, glutenvrije producten, koffieproducten; we hebben plannen. Aan ideeën nooit gebrek.

Zoals het idee dit plan niet zomaar alleen te realiseren. Nee, we waren er snel over uit dat we dit met een zo groot mogelijke groep wilden doen. Een gemeenschap, een community. Buzzwords misschien. Maar wel precies hoe Maurice en ik al bijna 4 jaar samen de wereld in kijken. De cultuurprojecten voor jongeren in de stad die steeds zichtbaarder worden. Dingen mogelijk maken. Hoe dan? Nou met crowdfunding dus. Échte crowdfunding. Geen giften, geen donaties, geen liefdadigheid. De Uitvinding wordt een bedrijf. Een commerciële onderneming die onze salarissen moet gaan betalen.

We zaten snel aan tafel bij CrowdAboutNow, een partij die ik kende omdat ik zelf ooit een kleine bijdrage heb geleverd aan het project van de vrouw van een collega. Het bleek een match. We gingen het echt doen. 100.000 euro ophalen in ons eigen netwerk. Allereerst bij mensen die we kennen. Vrienden, familie, collega’s, buren, wie dan ook. En toen? In sneltreinvaart BV’s oprichten, plannen verder uitwerken, filmcrew naar Tiel halen, scripts schrijven en afstemmen. Want: deze zomer moet het gebeuren. We gaan open met onze eigen horecazaak.

Dat is nu ongeveer 6 weken geleden. Wat we sinds die tijd vooral doen? Los van puinruimen en schoonmaken in het pand waar het moet gebeuren en vergunningen aanvragen? Praten over geld. Met vrienden vooral. Met mensen die ons kennen. ‘Wil je investeren in ons?’ is de bottom line van het verhaal. Dat voelt spannend, oncomfortabel soms, gek, maar ook goed. Heel goed. Deze gesprekken, het verhaal, gesterkt door die knaller van een film, een krantenartikel en een buzz op social media, hebben er voor gezorgd dat er op dit moment al €58.050,- aan investeringen binnen is. Onwerkelijk bijna, maar toch heel echt! 42 investeerders.

‘Als je rijk wilt worden moet je niet in ons investeren’ hoor ik mezelf weleens zeggen. Wat waar is. Want we bieden weliswaar wat rente, we vragen toch vooral commitment en steun. Investeren doe je vooral om met ons dit plan te realiseren. Zodat wij die commitment andersom hebben in het waarmaken van die plannen (hebben we natuurlijk sowieso, ik heb denk ik nog nooit zo sterk in iets geloofd) en alle investeerders uiteindelijk weer terug te betalen. En: iedereen kunnen blijven betrekken bij alles wat De Uitvinding is en gaat worden. We doen het niet alleen, kunnen het niet alleen.

Uit de disclaimer van CrowdAboutNow:

Investeren via CrowdAboutNow betekent dat je helpt bij het verwezenlijken van plannen die waarde toevoegen voor jou en je omgeving. We vinden het belangrijk dat je in dit project investeert omdat je de ondernemers wilt steunen maar ook dat je je bewust bent van de financiële risico’s die hierbij komen kijken.

De motivatie om te investeren is dan ook om de ondernemers te steunen en niet specifiek het behalen van rendement, hoewel dit natuurlijk een mooie bijkomstigheid is. 

Met nog 11 dagen te gaan op moment van schrijven (maandag 25 mei) beginnen wij zelf inmiddels wel wat druk te voelen. Goeie druk, dat wel. We weten dat veel mensen om ons heen serieus denken aan een investering. We hebben alle vertrouwen, maar natuurlijk is het ook gewoon mega-spannend. Alles aan dit project trouwens. Soms vergeet ik door alle energie weleens dat we daadwerkelijk fulltime ondernemers aan het worden zijn en een horecazaak aan het opstarten zijn. We geven alles.

Morgen gaan we weer puinruimen. Plannen maken. Realiseren. Gewoon doen.

Check de Crowdfunding hier: https://crowdaboutnow.nl/campagnes/de-uitvinding

#748 Goed of slecht?

‘Is die goed of slecht?’ vragen mijn dochter en zoon regelmatig. Het gaat dan om mensen die ze in de krant zien. Ze vragen dus om mijn oordeel. Vertrouwen daar tot op heden nog vrij blind op. Ik steek mijn visie ook niet vaak onder stoelen of banken. Donald Trump: slecht, die herkennen ze al. Poetin: slecht, die herkennen ze ook. Benjamin Netanyahu: heel slecht, ook deze wordt herkend. Ayatollah Khamenei, die naam is nieuw voor ze, maar… ook slecht.

De uitleg gaat vaak over oorlog, expres mensen dood maken, ook mensen die niet zoveel te maken hebben met waar de oude mannen (vaak oude mannen namelijk) ruzie over maken. Ik voel de periode al aankomen waarin een dergelijke binaire uitleg niet meer zomaar geaccepteerd wordt. Vooral de dochter vraagt al veel door. ‘Waarom is dat slecht dan?’ Wat ook opvalt. Waar ik het label ‘slecht’ vrij gemakkelijk plak, blijft de sticker ‘goed’ vaak achterwege. In ieder geval niet zonder wat twijfel. ‘Ja die is wel goed, maar niet altijd. En voor sommige mensen is het wel goed, maar voor anderen weer wat minder’.

Iets écht goed doen voor velen lijkt dus langs deze lijnen ontzettend veel moeilijker dan slechte dingen doen. ‘Het is altijd oorlog in de krant’, hoor ik ook vaak. Dat is waar, zeker de afgelopen weken. De verslagen van de situatie in Iran reikten tot zeker pagina 10 op sommige dagen. Voor een 5-jarige en een 7-jarige (maar ook voor 39-jarige) die in Nederland opgroeien, is dit een wereld die niet te bevatten is. Toch laat ik hem bewust zien. Ook om aan mijn eigen uitleg te werken. En te merken dat ik hier soms snel in vastloop.

Er is geen volledig goed en geen volledig slecht. Voor dat wereldbeeld kunnen ze een leven lang bij Disney terecht. Voor de rest, lees een krant, zoek een boek (of een stapeltje, zoals de 7-jarige inmiddels), praat erover en blijf dingen (af)vragen. Laat die vader maar uitleggen waarom hij denkt te mogen bepalen of iets goed of slecht is.

#747 Stemmen

Dit is niet wat ik nu eigenlijk zou moeten doen. Er liggen nog zoveel andere dingen te doen. Maar liggen die er niet altijd? We kunnen blijven rennen. Alles belangrijk vinden. Zoveel mogelijk willen doen. Dat lijkt onze constante modus wel geworden. Stilstaan lijken we nog maar zelden echt te doen.

Ik moet daar zelf echt moeite voor doen. En zelfs dan, als het lukt, voelt het alsof ik hier al het andere wat om aandacht schreeuwt meteen tekort mee doe. Toch druk ik even op pauze nu. Schrijf wat ik wil schrijven. Toch wat over die verkiezingen morgen. Ook al doet het er waarschijnlijk allemaal weinig toe. Al ruim een week, of zelf wat langer, heb ik tijdens het ontbijt gesprekken met mijn 7-jarige dochter over ‘stemmen’. Haar broertje van 5 probeert af en toe ook een duit in het zakje te doen. En met stemmen bedoelen we dan de verkiezingen van morgen.

Ik merkte in die gesprekken dat het ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk, is om aan een 7-jarige uit te leggen wat dit nu allemaal precies inhoudt. Ik praat al snel over ‘tweede kamer’, broertje: ‘Waar is die eerste dan?!’, over onze regering (grote vraagtekens in 4 oogjes), over ideeën voor ons land en dat iedereen die 18 jaar of ouder is mag stemmen op iemand die ideeën heeft.

Al jaren vertel ik ze dat ons land eigenlijk geen baas heeft, maar dat we allemaal een klein beetje de baas zijn. Dat zit er inmiddels goed in (dit concept passen ze ook in ons huis aardig toe…) en de dochter lijkt steeds beter te begrijpen hoe dit zit. Haar broertje vraagt zich inmiddels vooral af of je in die bijzondere kamer ook speciale kleren aan moet. Niet gek, aangezien ik ze vaak foto’s in de krant laat zien waar meestal mensen in pak op staan wanneer we over dit onderwerp praten. Waarbij de dochter inmiddels steevast opmerkt dat de slechteriken op onze aardbol ook meestal een pak aan hebben. Een piepklein beetje indoctrinatie is mij hier niet vreemd en ik voel een klein stukje trots bij dit soort opmerkingen (‘Houd dit vast kleintje, houd dit vast!).

Wanneer je een 7-jarige vraagt naar haar ideeën voor iedereen in dit land valt het op dat het al snel gaat over dat iedereen iets lekkers te eten moet hebben, er geen ruzie gemaakt moet worden, dat mensen met heel veel geld best iets kunnen geven aan mensen met weinig geld (broertje: ‘Zoals Robin Hood!’). En, dat je elkaar helpt, met wat dan ook. Met het knippen van de heg want niet iedereen heeft een heggenschaar bijvoorbeeld (geen idee waar deze vandaan komt, soms ben ik ook gewoon verrast).

Ze hebben gelijk. Gewoon helpen. Zonder voorwaarden. Kleine dingen die groots zijn. We worden als volwassenen deze weken helemaal murw geslagen met grote woorden als ‘democratie’ en ‘rechtsstaat’ en vul maar in. We zien de ene volwassene boos zijn op de ander. Hele campagnes worden opgebouwd (in de baas zijn tijd) op haten op ‘de ander’. Democratie, burgerschap, maatschappelijke betrokkenheid, het klinkt allemaal zo groot. Vaak als iets wat een ander wel voor ons opknapt.

Het is misschien goed te beseffen dat die mensen die dit voor ons opknappen, daar op die 150 stoeltjes in die tweede kamer die ik stukje bij beetje steeds beter uitgelegd krijg aan mijn dochter, inderdaad vóór ons werken (in plaats van andersom, wat het nu soms lijkt te zijn), maar dat we daarbij zelf niet achterover hoeven te leunen.

Dat we tegelijkertijd ook zelf om ons heen kunnen kijken. Heeft er iemand hulp nodig met zijn heg? Willen we met zijn allen een nieuwe heg ergens in onze wijk? Weten we nog wel dat we dit ook zelf kunnen regelen met zijn allen? Ok, die heg is niet echt een lekkere metafoor, maar ik doe het er maar mee, het voldoet. Weten we nog wel dat dit ook (of: vooral) democratie is? Dat je zelf de mouwen opstroopt en gewoon dingen regelt met zijn allen. Voor elkaar en met elkaar. Zodat iedereen mee kan doen?

De dochter geeft inmiddels aan dat ze morgen toch liever gaat spelen uit school, in plaats van dat ze met haar moeder meegaat naar het stembureau, zoals ze eerder nog wilde. Gelijk heeft ze, haar tijd komt nog wel.

#746 Victor Vlam

Victor Vlam. Dat klinkt als de naam van de slechterik uit een slechte rip-off van James Bond, of een zelfverklaarde 24-kitchen grillmaster die ook bijbeunt als crematoriumhouder. Maar, het is nog erger dan dat. Victor is de vleesgeworden onnozele middelmatigheid die dagelijks op onze kijkbuizen te zien is (ik zelf kijk niet trouwens, maar soms móet ik wel omdat ik er zo vaak op gewezen wordt, vaak tot groot verdriet…).

Victor Vlam, zelfverklaard communicatie-expert met als belangrijkste wapenfeit dat hij ooit iets van een stageplekkie had tijdens campagnes van Amerikaanse presidenten (noemt zichzelf hierdoor ook ‘Amerika Expert’), laat zich qua voorkomen het best omschrijven als ‘wanneer let-altijd-op-je-drankje-tijdens-het-uitgaan een gezicht zou hebben’. ‘Oooohh, dat mag je niet zeggen!’ Jaja, lelijk natuurlijk, zo op het uiterlijk spelen, maar hij ís ook lelijk. Qua minkukelig achterbaks smoelwerk én qua wat er in hem zit (en nu dus veel te vaak uitgekotst wordt aan de talkshowtafels).

Je moet hem nageven. Het is bijna knap dat je met zo weinig inhoud, zoveel onzin uit kunt kramen en daar nog je werk van kunt maken ook. Dat zegt denk ik veel over onze samenleving, tijdperk én vooral ook over onze media op dit moment. Ik zie Victor als de vertaling van online ‘ragebait’ (ben je boomer en heb je hier nog nooit van gehoord: ChatDJIPIETIE is je beste vriend) naar een variant geschikt voor lineaire TV. Letterlijk. Nu hadden we natuurlijk al een heel scala aan zure oude witte mannen die iedere avond lekker met zijn allen misogyne en racistische drek uitspoelen over miljoenen Nederlanders, rage genoeg zou je zeggen. Deze dudes (vrijwel altijd dudes, zoals Angela de Jong) hebben over het algemeen nog iets van een track-record in een vorig leven wat hen naar deze tafels heeft gebracht.

Maar toen dachten ze bij de Talpa’s tijdens een van hun doorgesnoven creatieve stand-ups opeens: dat kan nog beter! De algoritmes online vertellen ons al jaren: ‘aandacht is aandacht’, en inmiddels zelfs ‘boosheid is king!’ waarmee mensen boos maken een verdienmodel is geworden en miljarden oplevert. Dat willen wij ook! Zie daar: de geboorte van Victor! Een man die jarenlang alleen tegen spiegels heeft gekletst, podcasts op heeft genomen met vooral zichzelf als spreker én publiek, mag nu op prime time televisie ‘duiden’ dat 250.000 van zijn landgenoten die acte de presence gaven tijdens een demonstratie (de grootse in 40 jaar) tegen het systematisch uitmoorden van een volledig volk (je weet wel: een genocide) vooral gezien moeten worden als narcisten. Je moet het maar uit je strot krijgen.

Nou, de cirkel is rond hoor, Victor, chapeau. Je hebt het voor elkaar. Net wanneer ik dacht dat het niet nog stommer kon met de mensheid kwam jij. Chapeau. Nu ik er nog eens over nadenk, doe je zelfs je naam geen eer aan. Waar ik van een goed gefrituurd vlammetje nog weleens oprecht kan genieten voor ik ervan aan de schijt raak, krijg jij alleen dat laatste voor elkaar.

#745 To gist or not to gist

De klok op de oven tikt 6.00 uur aan. Nog een half uurtje en dan zijn de twee broden die inmiddels de keuken vullen met een geur waar je trek van krijgt wel klaar. Dan hebben ze 1 uur en 15 minuten in de oven gestaan. Het zijn hybride broden. Een nieuw experiment. Al ruim twee jaar bak ik nu ons eigen brood. Misschien al wel langer. Glutenvrij. Eerst met een broodbakmachine en meelmixen die kant en klaar verkrijgbaar zijn. Tot nu. Waar ik via experimenteren met allerlei verschillende meelsoorten en alleen gist, aanbeland ben bij een eigen levende glutenvrije desem in de koelkast. Die desem doet zijn werk. Het brood, wat vooral voedzaam en gezond moest zijn vanwege de plaats in het dagelijkse menu van de dochter én de zoon, wordt hiermee in één klap ook een stuk lekkerder en smaakvoller. Ook de ‘robuuste korst’ die het goed doet in de voedingsmiddelenmarketing is hierdoor aanwezig.

Het deeg maak ik vaak in de avond, vlak voor ik naar bed ga, of direct na het diner. het is een soort ritueel geworden. Het deeg heeft met alleen de desem als rijsmiddel namelijk wel een flinke tijd nodig om zich te ontwikkelen. ‘Overnight’ heet dat geloof ik in marketingtermen van kant-en-klare diepvriespizzaproducenten die de zoveelste ‘Ambachtelijke desemdeegpizza’ aanprijzen. Er zit wel wat in, hier bakken we dus ‘Overnight glutenvrij desembrood’.

Terug naar dat andere buzzword ‘hybride’. Voor het eerst heb ik naast een flinke schep quinoa-fonio-boekweit-desem ook 2 gram (toen ik nog met alleen gist bakte, ging er soms wel meer dan 10 gram in per mix) gist toegevoegd om te kijken wat dit doet voor het rijsproces. Zojuist, toen ik de theedoek van de twee deegjes in kleine bakblikken afhaalde om ze over in te schuiven, waren deze inderdaad iets meer omhoog gekomen dan ik gewend ben van alleen de desem. Nu is het wel zo dat de broden met alleen desem tijdens het bakken nog wat verder opkomen. Nu zie ik door het ruitje van de oven juist weer een klein beetje het tegenovergestelde gebeuren, ze lijken iets te krimpen.

Het testpanel ligt nog op één oor. De glutenvrije dochter en haar broer zijn inmiddels fijnproevers wanneer het gaat om minimale verschillen in de samenstelling van ‘hun’ brood. De dochter merkt vaak droogjes op ‘Heb je weer ander meel gebruikt?’, wanneer ik inderdaad een keertje experimenteer met bijvoorbeeld 10% maismeel, of rijstmeel in de mix. Of de broer, wanneer ik per ongeluk op een (te) hoge temperatuur heb gebakken ‘Deze korst vind ik niet zo lekker…’

Het verschil met glutenvrij brood wat verkrijgbaar is in de supermarkt is enorm. Onvergelijkbaar zelfs. Dit geldt uiteraard ook voor brood met gluten, al had ik dat waarschijnlijk nooit meer zo opgemerkt, omdat er geen duidelijke reden voor zou zijn geweest om af te studeren op hoe thuis een zo voedzaam mogelijk, gezond, lekker, enigszins efficiënt, niet al te duur vers brood te bakken ongeveer vier keer per week. Zo ontdek je nog eens wat.

#744 (Niet) alles is te koop

Een vrouw die een reclameboodschap op haar voorhoofd tatoeëerde om voor de bijles van haar zoontje te kunnen betalen? Gemeenten die de naamrechten van metrostations in hun stad verkopen. Televisiekanalen die ontzettend succesvol zijn (lees: geld verdienen) alleen maar om de simpele reden dat kinderen op school verplicht twee minuten lang naar een reclameblok moeten kijken voor het ‘educatieve’ programma begint? Speculeren op wanneer iemand doodgaat door er op te gokken of er een levensverzekering op af te sluiten (is er überhaupt een verschil)?

Het boek ‘Niet alles is te koop’ van Michael J. Sandel (2011) staat vol met dit soort voorbeelden, die mij als lezer zo nu en dan wat ongemakkelijk maakten. Maar over veel voorbeelden verbaasde ik met niet eens meer. De ondertitel van het boek is dan ook ‘De morele grenzen van marktwerking’. Die tegenstelling tussen moraliteit en marktwerking ondervind ik zelf al jaren dagelijks aan den lijve in mijn werk. Ik ‘ben’ immers marketeer, een beroepsgroep gestoeld en geschoold op marktwerking en met het onderliggende doel om iets aan de man te brengen. Dat dit ‘iets’ ruim interpretabel is en de manieren waarop dit kan zonodig nog ruimer, is mij welbekend. Toch leert mijn geïnternaliseerde ‘weegschaal’ nog iedere dag bij. Niet in de laatste plaats omdat sinds het verschijnen van dit boek we als wereldmaatschappij nog een tandje zijn opgeschakeld in wat er zoal niet openlijk te koop lijkt te zijn.

Ik noem het presidentschap van Amerika bijvoorbeeld. Het boek leest met terugwerkende kracht als een pleidooi voor het stellen van morele grenzen aan marktwerking. Toch kan ik in alle somberheid niet anders dan concluderen dat het tegenovergestelde juist gebeurd lijkt te zijn, en nog steeds voor onze ogen gebeurt. Alles is te koop. Het leven draait veelal, of zelfs: nog slechts, om consumeren.

Op alle mogelijke manieren worden we hiertoe aangezet. Alles is in een handomdraai beschikbaar en daar zijn we ontzettend aan gewend geraakt. Met een druk op de knop verschijnt alles wat we ‘nodig’ denken te hebben de volgende dag (of zelfs dezelfde) dag op onze stoepen. Koken laten we aan thuisbezorgd.nl of HelloFresh en wanneer er in of om ons huis iets stuk gaat, kopen we gewoon een nieuwe en pleuren we de oude weg. Dat iets misschien wel te repareren valt, komt niet eens meer in ons op.

‘Buy Now’ keek ik laatst op Netflix (ja, ironie, ja), waarin ons doorgeslagen consumentisme op een ongemakkelijke manier, maar indringende manier wordt geportretteerd. Het ergste vond ik misschien nog wel dat de film op míj eigenlijk geen indruk meer maakte en ik eigenlijk niets nieuws te zien kreeg. Het was me allemaal al bekend. Ik voelde een bepaalde gelatenheid. Verslagenheid misschien zelfs wel. Toch raad ik iedereen aan de film te kijken, omdat het een inzicht in zichzelf is dat dit verhaal bij het overgrote deel van ons, de mensheid, dus nog niet bekend is.

Oplossingen dan? Geen idee. Ik heb ze zelf niet, (wel een idee van uiteraard, maar dan begin ik hier in dit stuk veel te veel te oreren over hoe alles met elkaar verbonden is en hoe het zit in de hele kleine dagelijkse dingen en oprechte aandacht voor wat je eigenlijk allemaal doet), maar ook in het boek vind je die niet. Als je daar naar op zoek bent zijn er andere boeken of films. Michael Sandel is een filosoof en stelt dus vooral vragen om je te laten nadenken. Anno 2025 wordt iedereen die zijn best doet om enigszins, deze nog steeds verder naar de achtergrond verdwijnende, moraliteit een plaats te geven in hun leven, of in de opvoeding van kinderen steeds vaker en luider weggezet als ‘deugneus’.

Grote internationale bedrijven die nu een aantal jaar hun best hebben gedaan om duurzaamheid en in dezelfde lijn diversiteit en inclusie een prominente plaats in hun bedrijfsstrategie te geven, vallen de afgelopen maanden bij bosjes door de mand nu ze de schijn niet meer op hoeven (mogen) houden. Het blijkt voor het overgrote deel allemaal ‘windowdressing’ en ‘greenwashing’ (of welke variant van ‘washing’ dan ook) te zijn geweest. Degenen die wat verder keken dan hun neus lang was, hadden dit al door (met alle chagrijn en cynisme ten gevolge, het lot van een marketeer die weet wanneer er ‘gemarketingt’ wordt…). Een paar positieve uitzonderingen daargelaten uiteraard (Paul Polman bijvoorbeeld, Google maar eens)! Met allemaal precies nog steeds dezelfde reden als altijd: het verkoopt gewoon goed!

Maar nu is ‘woke’ en ‘groen’ weer uit de mode (en gekaapt door politieke tegenstanders, betaalt door mensen met veel geld, als zaken waar je vooral dus, nou ja, ’tegen’ zou moeten zijn) en blijkt het de meeste bedrijven dus helemaal niet om een echt eerlijkere en betere wereld voor onze kinderen te gaan, maar precies waar het altijd al om ging: winst. Winst voor weinigen, over de ruggen van velen om precies te zijn. As usual.

***

Lees: ‘Niet alles is te koop’ – Michael J. Sandel

Kijk: ‘Buy Now’ – Netflix

Lees ook: ‘Neoliberalisme’ – Bram Mellink & Merijn Oudenampsen. Over de illusie van de vrije markt. En waarom marktwerking geen natuurwet is.

#743 Sneeuwwitje aan tafel

Voor ons op tafel stond een torentje, een etagère, in passend Frans. Daarop kleine croissantjes, mini-baguettes en chocoladebroodjes. Daarbij wat minuscule potjes jam en kleine verpakkingen Nutella. De tafel was chique gedekt en om ons heen stonden vele andere tafels op dezelfde manier, aangezeten door kinderen in prinsessenjurken of superheldenkostuums en ouders met inmiddels lege portemonnees. Naast mij zat de dochter vol verwachting met fonkelende ogen en een hartslag in standje stuiterbal. ‘Is dit glutenvrij?!’ vroeg ze ons, wijzend op de lekkernijen voor haar op tafel.

Bij binnenkomst in deze ‘Auberge de Cendrillon’ (oftewel: Assepoester-herberg) vroegen we de gastvrouw al om de glutenvrije opties tijdens dit speciale ontbijt. De dingen op de etagère hoorden daar niet bij. De veganwafel en wat andere dingen waren zeker glutenvrij, gaf ze aan, en aan tafel zouden we verder geholpen worden. Dit klopte; we kregen al snel hulp. De kleine prins, die deze opties niet hoefde af te wachten, was inmiddels vast begonnen met knabbelen aan een croissantje van de etagère. De kleine prinses, voor deze gelegenheid uitgedost in haar eigen ‘Elsa-jurk’, kreeg vrij snel een vol bordje lekkernijen gepresenteerd dat bijna identiek was aan de bordjes die wij als haar tafelgasten kregen voorgeschoteld.

Twee glutenvrije wafels, wat worstjes, een roerei en een rijtje kleine glaasjes gevuld met fruit, yoghurt en een appelmoesje. De kleine dame at er lekker van, maar al gauw verschoof de aandacht naar waar ze hier écht voor waren en waar lang naar uitgekeken was. In de herberg was de eerste echte prinses in het vizier gekomen. Aan een tafel vlakbij ons was ‘Ariel’ gespot. En niet veel later verscheen Sneeuwwitje in hoogsteigen persoon bij ons aan tafel om een praatje te maken. Vier verwonderde en glinsterende oogjes kwamen niet meer los van deze verschijning.

De kleine prins bleef van schrik zitten op zijn stoel en hoefde wat hem betreft niet op de foto met deze Disney-prinses. Iets waar hij later al snel (hardop) spijt van zou krijgen. De dochter kroop wel naast haar voor een foto en een knuffel. De kleine man zou later zijn kans bij Ariel én ook nog Assepoester, die aan tafel verschenen, niet nogmaals missen en vergezelde zijn zus (en mama…) voor een knuffel en een foto. De prinsessen, met een opvallend Amerikaans accent, kletsten wat met de mini’s, gaven een compliment voor de jurk van de dochter (‘Ze zag gelijk dat ik Elsa was!’) en zorgden naast een berg verwondering voor een eerste klein gebroken prinsenhartje. ‘The one that got away…’

#742 Heel normaal ja, die Hitlergroet

Inmiddels ga ik er vanuit dat ik tijdens dit leven nog moet op gaan passen met wat ik zeg en wat ik schrijf. Misschien nog wel sneller dan ik tot voor kort dacht. Dat ik niet zomaar meer kan uiten wat ik van dingen vind. Niet zonder twee keer na te denken mijn mening over wat dan ook durf te geven, of simpelweg te benoemen wat ik zie gebeuren, laat staan op welk kanaal dan ook te publiceren. Ook al beweren de Techbro’s en hun too-big-too-handle platforms pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting, zie ik daarin toch precies het tegenovergestelde gebeuren. Een paradox die de hele wereld in zijn greep houdt inmiddels.

Al jaren fluistert een stemmetje in mijn achterhoofd dat we (lees ‘we’ als: toch vooral mijn directe omgeving, maar inmiddels ook ons land) met zijn allen in de nodige luxe en weelde slaapwandelen richting een volledig andere wereld dan waar onze (groot)ouders ooit voor gevochten hebben. Letterlijk gevochten, in je weet wel, die Wereldoorlog die nu vooral nog door leeft in musicals, waarin het inmiddels ook niet altijd meer zo nauw wordt genomen met de historische feiten (red. 40-45, De Musical). Of daarna, tijdens het opbouwen van een ‘nieuwe’ wereld(orde), of toch op zijn minst ons landje. Bouwen doen we niet echt meer. Pappen en nathouden is het vooral geworden lijkt het. Entertainen. We worden graag geëntertaind. Afgeleid. Misleid. Geloven graag in illusies. Houden die illusies maar wat graag in stand. Hier werd ik door cabaretier Tim Franssen afgelopen vrijdag in het theater om de hoek nog eens fijntjes aan herinnert. En wat dat stemmetje in mijn achterhoofd dan vooral (op fluistertoon weliswaar) roept: ‘En volgens mij vindt niemand het erg, of ziet niemand in waarom het überhaupt erg gevonden zou moeten worden!’.

Die (online) afleiding, misleiding, illusie, noem het hoe je het noemen wilt, groot gemaakt door diezelfde Techbro’s, gretig gebruikt door politici, is inmiddels zo’n vast onderdeel van ons leven (of meer dan dat), dat we de tastbare wereld simpelweg niet meer geloven, of niet willen geloven. Zelfs niet meer wanneer het recht voor onze neus gebeurt. Op een podium, voor draaiende camera’s. Zelfs dan is het eerste voorzichtige commentaar van de ooit zichzelf respecterende traditionele media (je weet wel: kranten enzo) toch vooral ‘Het lijkt op een….’, of is het gewoon simpelweg afwezig in de berichtgeving.

Donald Trump, de man die voor mij alles is wat een man (mens) niet zou moeten willen zijn, is gisteren voor de tweede keer geïnstalleerd als president van de Verenigde Staten. Daar kan ik een hoop over schrijven, maar dat komt later vast nog. De echte leider die aan de gekochte touwtjes lijkt te trekken, niet alleen in Amerika overigens (zie zijn flirts met ReformUK en AfD) is de cartooneske supervillain on Keta: Elon Musk.

Elon, ooit begonnen op startkapitaal van zijn vader (zoek zelf maar op hoe die zijn geld verdiende) en groot geworden op andermans ideeën (zoals zo’n beetje alle Techbro’s) en hierom inmiddels als een soort halfgod wordt vereerd (niet in de laatste plaats door hemzelf), gaf namelijk ook een kleine speech in het kielzog van zijn blonde marionet (die dit keer overigens zelf ook niet onderschat dient te worden). Zijn praatje sloot hij af met wat dankwoordjes en jawel, heel normaal anno 2024, een vrij overtuigende energieke Hitlergroet. We stonden erbij en keken er naar. Zelf weet hij natuurlijk van niks en speelt hij op zijn X zoals altijd het slachtoffer (van wat of wie eigenlijk nog?) en buitelen de ‘experts’ inmiddels over elkaar heen om te pleiten voor terughoudendheid, ‘Je kunt niet iemand zomaar een Nazi noemen!’ en op zijn minst nadere bestudering van het gebaar, of besteden er, zoals onze NOS (tot moment van dit schrijven althans) simpelweg geen aandacht aan.

Normaal? Daar lijkt het wel op. ‘Dit nooit meer’?, not so much anymore…

#741 Joost, Jack, Barry en de strijd om het water(kanon)

In het boek ‘Uit de shit’ van Correspondent journalist Thomas Oudman gaat het over, je raadt het al: stront. Niet alleen over stront (mest vooral), maar uiteraard vooral ook over alle shit die hier mee te maken heeft. Iets met stikstof, iets met boeren, iets met gif, iets met scheve grondverhoudingen, iets met monocultuur. En vooral ook, iets waar we als Nederlanders iets te gewend aan zijn geraakt, iets wat in ons iets teveel geromantiseerde DNA zou zitten, het studie-object van ons eigen WimLex: water. In dit geval: schoon drinkwater.

In andere boeken die ingaan op het wat abstractere probleem wat hier dan weer boven ligt (maar toch: dezelfde shit) zie ik het al jarenlang vaker terugkomen. Wie wat dieper duikt in wat we allemaal kunnen verwachten als we zo blijven omgaan met onze leefwereld ziet al snel een gemene deler. Het ding waar we als mens het snelst mee te maken krijgen en het directe gevolg is van klimaatverandering is namelijk niet dat ons huis spontaan ontbrandt, zoals in L.A., maar dat we nogal wat probleempjes krijgen met water.

Iets met een stijgende zeespiegel enzo. Vast weleens iemand over horen oreren dat het allemaal zo’n vaart niet loopt en dat we dan wel hogere dijken bouwen en ‘We zijn toch Hollanders! We hebben de Deltawerken!’. Ok boomer, whatever. Even niet over die zeespiegel dan. Een veel acuter, tastbaarder probleem, wat ook nog eens in een rap tempo dichterbij lijkt te komen is namelijk dat we nogal wat problemen krijgen met ons drinkwater.

Vraag aan ChatGPT of willekeurige AI-neef waarom. Doe een rondje op Google, of lees zo’n papieren ding, je weet wel, een boek. Bijvoorbeeld dus ‘Uit de shit’, of ‘Hoe gaan we dit uitleggen?’ van Jelmer Mommers. Dan krijg je vanzelf een beeld van wat afbraakpolitici en mestlobbyisten al jarenlang afdoen als ‘fake news’ of ‘klimaatwaanzin’.

Die waanzin waar mensen inmiddels al best een tijdje tegen demonstreren door bijvoorbeeld op een snelweg te gaan zitten. Hierover kunnen de vele heren van middelbare leeftijd aan de hersenloze kakeltafels op SBS en de DJ Jopie’s die bijklussen als kamerlid, dan weer ongegeneerd hun gal spuwen om de kijkcijfers op te stuwen en zo hun eigen salaris veilig te stellen. Niks nieuws toch, hoor ik je denken? Klopt. Ik erger me hier al jaren aan, heb er vast al weleens wat over geschreven ook.

Toch verandert er nu iets. Of is er zelfs al iets veranderd. Terwijl Jack van Gelder alle ruimte krijgt om te roepen ‘Daar moet een tank overheen’ (doelend op de demonstranten op de A12), waarmee hij duidelijk iets anders bedoelt dan de toegeworpen reddingsboei van de presentator: ‘Je bedoelt een watertank legen toch?’ En beroepsklungel Joost Eerdmans op camera zegt: ‘Dan maken we dat water de volgende keer maar eens heel heet!’, over het door de politie gebruikte waterkanon, een regelrechte bedreiging aan het adres van diezelfde demonstranten, begint een mede-klimaatontkenner en ervaren complot-theoreticus hem inmiddels openlijk te knijpen.

Ons aller Barry. Madlener welteverstaan, die zich eerst lekker kon vastbijten in het fatbikedossier (wat is daar de status van eigenlijk?) als Minister van Rijkswaterstaat, laat vandaag (15 januari 2025, Volkskrant) toch optekenen dat hij zich zorgen maakt over de drinkwatervoorziening in ons land. Daar is hij immers verantwoordelijk voor als minister. En het lijkt erop dat Barry doorkrijgt dat met heel hard roepen dat het allemaal wel meevalt, het delen van linkjes naar obscure onderzoeken en regelmatig stellen dat ‘klimaatwetenschap een onzekere wetenschap is’ niet gaat voorkomen dat ons drinkwater ergens na 2030 een beetje bruinig, of helemaal niet meer uit de kraan komt.

‘Niet uit te leggen’ vindt hij dat en lijkt er volgens de verslaggever zelfs van geschrokken. Nu lijkt mij juist dát niet uit te leggen wanneer je als je alles bij elkaar al zo’n jaar of 20 in Nederlandse en Europese Parlementen vertoefd hebt, en die tijd vooral hebt gebruikt om het probleem waar je nu van schrikt te bagatelliseren. Dan lijkt het me lastig nu net te doen alsof je het niet had kunnen weten. Dat je er niks van wílt weten, of alleen de dingen die voor jou waar zijn dan toch (dat zullen Elon en Zuck het met hem eens zijn) is je goed recht uiteraard, maar is in dit geval net even iets anders.

Dus nu moet Barry als minister aan de gang met onze daadwerkelijk opdrogende meertjes, sloten die te vol stront en gif zitten en boze drinkwaterbedrijven die écht bestaan. Feiten zeg maar. En zo zien we hem denk ik sneller dan hij ooit zelf had voorzien (schrikt hij nog een keertje, arme man) aan dezelfde tafel als Jack van Gelder, waarin hij Jack uitlegt dat hij misschien beter een toontje lager kan gaan zingen wil hij ooit nog vrouwelijke collega’s kunnen vragen bij hem in bad te komen zitten.

Leestip: ‘Uit de shit’ – Thomas Oudman

#740 Mijn hart ontploft

Schrijven lukt al een tijd niet goed meer. Mijn gedachten springen steeds op de trein van frustratie en angst, zodat ik steevast lijk te verzanden in geroep vanaf de zijlijn. Er valt ook best wat te roepen. We leven in bijzondere tijden. Tijden die in geschiedenisboeken die ooit nog geschreven worden niet genegeerd worden. Zie, die trein komt nu in de verte alweer aan toeteren. Ik dreig af te buigen naar het verkeerde perron. Ik heb een kaartje voor een andere bestemming vandaag.

‘Ik vind het ook wel een beetje spannend’ vertelde de dochter van 6 ons deze week tijdens het gezamenlijke dagelijkse ochtendritueel. Opstaan, aankleden, ontbijten en naar school gaan. En een keer of zesentwintig aangeven dat zij en haar broertje toch echt jassen en schoenen aan moeten gaan doen omdat we anders te laat komen. Die dagelijkse rituele dans. De spanning die ze ter sprake bracht ging over haar te vervullen rol in het kerstspel op school dit jaar. Ze is kleuter af, zit als een trotse pauw in klas 1 (groep 3) en keek ondanks de spanning erg uit naar de uitvoering van het kerstverhaal met haar klas. Wij mochten komen kijken.

Donderdagavond, de vooravond van haar eigen uitvoering had ze ook het nieuw verworven voorrecht als klas-1’er te mogen kijken naar de uitvoering van het kerstspel door volwassenen. Juffen, familie, andere enthousiaste vertolkers, allemaal op hetzelfde podium als waar ze zelf vrijdagochtend zou mogen schitteren. De sous-chef en ik mochten ook mee die avond. Dochter vooraan, wij ergens achteraan. We hoorden haar luidkeels lachen op de voor haar herkenbare en aanstekelijke manier.

Vrijdagochtend was het haar eigen beurt. Tijdens hetzelfde ochtendritueel die dag was er van de eerder uitgesproken spanning weinig meer te merken en was er vooral enthousiasme. Kleine broertje nam met zijn kleuterklas plaats voorin de zaal en wij kozen weer een stoel achterin de zaal. We waren niet allen. Opa, oma, tante en collega van mama zaten om ons heen als heuse fanclub. Vanaf het eerste moment dat de dochter in haar kostuum plaatsnam op het podium is mijn blik niet van haar af geweest. Ik kreeg het simpelweg niet voor elkaar. Nooit eerder heb ik een gevoel ervaren als tijdens het half uur van de uitvoering. De aandoenlijkheid van je eigen dochter in de rol van Maria in het meest vertelde verhaal in de geschiedenis. Het ultiem aandoenlijk kostuum wat ze daarbij aan heeft gekregen en wat haar precies past. Haar zachte gezichtje en gezichtsuitdrukkingen zo mogelijk nog puurder hierdoor. Het verhaal an sich, wat met een bewonderenswaardige serieusheid wordt vertolkt door 6 en 7 jarigen. Het deed mijn hart ontploffen, zoals de sous-chef treffend omschreef.

Ik hield het niet droog, net zo min als de rest van haar fanclub om me heen en andere ouders op andere plaatsen in de zaal. Het half uurtje daar in die zaal vol warmte, kijkend naar kinderen die de wereld nog met hun eigen pure blik tegemoet treden, zorgde voor het ontdooien van wat ijspegels die zich al een tijdje leken te vormen rondom mijn eigen hart. Een wonderlijke directe ervaring van hoe een uiting van pure en onschuldige liefde een zaal vol harten met al de nodige lidtekens weer kan verwarmen. In een wereld waarin haat zich snel lijkt te vermenigvuldigen, was mijn behoefte aan bewijs dat liefde dit ook nog steeds kan, sterk. Ik had nooit durven inschatten het kerstverhaal, met mijn eigen dochter als Maria, hiervoor het bijzondere bewijs zou leveren.