#747 Stemmen

Dit is niet wat ik nu eigenlijk zou moeten doen. Er liggen nog zoveel andere dingen te doen. Maar liggen die er niet altijd? We kunnen blijven rennen. Alles belangrijk vinden. Zoveel mogelijk willen doen. Dat lijkt onze constante modus wel geworden. Stilstaan lijken we nog maar zelden echt te doen.

Ik moet daar zelf echt moeite voor doen. En zelfs dan, als het lukt, voelt het alsof ik hier al het andere wat om aandacht schreeuwt meteen tekort mee doe. Toch druk ik even op pauze nu. Schrijf wat ik wil schrijven. Toch wat over die verkiezingen morgen. Ook al doet het er waarschijnlijk allemaal weinig toe. Al ruim een week, of zelf wat langer, heb ik tijdens het ontbijt gesprekken met mijn 7-jarige dochter over ‘stemmen’. Haar broertje van 5 probeert af en toe ook een duit in het zakje te doen. En met stemmen bedoelen we dan de verkiezingen van morgen.

Ik merkte in die gesprekken dat het ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk, is om aan een 7-jarige uit te leggen wat dit nu allemaal precies inhoudt. Ik praat al snel over ‘tweede kamer’, broertje: ‘Waar is die eerste dan?!’, over onze regering (grote vraagtekens in 4 oogjes), over ideeën voor ons land en dat iedereen die 18 jaar of ouder is mag stemmen op iemand die ideeën heeft.

Al jaren vertel ik ze dat ons land eigenlijk geen baas heeft, maar dat we allemaal een klein beetje de baas zijn. Dat zit er inmiddels goed in (dit concept passen ze ook in ons huis aardig toe…) en de dochter lijkt steeds beter te begrijpen hoe dit zit. Haar broertje vraagt zich inmiddels vooral af of je in die bijzondere kamer ook speciale kleren aan moet. Niet gek, aangezien ik ze vaak foto’s in de krant laat zien waar meestal mensen in pak op staan wanneer we over dit onderwerp praten. Waarbij de dochter inmiddels steevast opmerkt dat de slechteriken op onze aardbol ook meestal een pak aan hebben. Een piepklein beetje indoctrinatie is mij hier niet vreemd en ik voel een klein stukje trots bij dit soort opmerkingen (‘Houd dit vast kleintje, houd dit vast!).

Wanneer je een 7-jarige vraagt naar haar ideeën voor iedereen in dit land valt het op dat het al snel gaat over dat iedereen iets lekkers te eten moet hebben, er geen ruzie gemaakt moet worden, dat mensen met heel veel geld best iets kunnen geven aan mensen met weinig geld (broertje: ‘Zoals Robin Hood!’). En, dat je elkaar helpt, met wat dan ook. Met het knippen van de heg want niet iedereen heeft een heggenschaar bijvoorbeeld (geen idee waar deze vandaan komt, soms ben ik ook gewoon verrast).

Ze hebben gelijk. Gewoon helpen. Zonder voorwaarden. Kleine dingen die groots zijn. We worden als volwassenen deze weken helemaal murw geslagen met grote woorden als ‘democratie’ en ‘rechtsstaat’ en vul maar in. We zien de ene volwassene boos zijn op de ander. Hele campagnes worden opgebouwd (in de baas zijn tijd) op haten op ‘de ander’. Democratie, burgerschap, maatschappelijke betrokkenheid, het klinkt allemaal zo groot. Vaak als iets wat een ander wel voor ons opknapt.

Het is misschien goed te beseffen dat die mensen die dit voor ons opknappen, daar op die 150 stoeltjes in die tweede kamer die ik stukje bij beetje steeds beter uitgelegd krijg aan mijn dochter, inderdaad vóór ons werken (in plaats van andersom, wat het nu soms lijkt te zijn), maar dat we daarbij zelf niet achterover hoeven te leunen.

Dat we tegelijkertijd ook zelf om ons heen kunnen kijken. Heeft er iemand hulp nodig met zijn heg? Willen we met zijn allen een nieuwe heg ergens in onze wijk? Weten we nog wel dat we dit ook zelf kunnen regelen met zijn allen? Ok, die heg is niet echt een lekkere metafoor, maar ik doe het er maar mee, het voldoet. Weten we nog wel dat dit ook (of: vooral) democratie is? Dat je zelf de mouwen opstroopt en gewoon dingen regelt met zijn allen. Voor elkaar en met elkaar. Zodat iedereen mee kan doen?

De dochter geeft inmiddels aan dat ze morgen toch liever gaat spelen uit school, in plaats van dat ze met haar moeder meegaat naar het stembureau, zoals ze eerder nog wilde. Gelijk heeft ze, haar tijd komt nog wel.

Geef een reactie