‘Is die goed of slecht?’ vragen mijn dochter en zoon regelmatig. Het gaat dan om mensen die ze in de krant zien. Ze vragen dus om mijn oordeel. Vertrouwen daar tot op heden nog vrij blind op. Ik steek mijn visie ook niet vaak onder stoelen of banken. Donald Trump: slecht, die herkennen ze al. Poetin: slecht, die herkennen ze ook. Benjamin Netanyahu: heel slecht, ook deze wordt herkend. Ayatollah Khamenei, die naam is nieuw voor ze, maar… ook slecht.
De uitleg gaat vaak over oorlog, expres mensen dood maken, ook mensen die niet zoveel te maken hebben met waar de oude mannen (vaak oude mannen namelijk) ruzie over maken. Ik voel de periode al aankomen waarin een dergelijke binaire uitleg niet meer zomaar geaccepteerd wordt. Vooral de dochter vraagt al veel door. ‘Waarom is dat slecht dan?’ Wat ook opvalt. Waar ik het label ‘slecht’ vrij gemakkelijk plak, blijft de sticker ‘goed’ vaak achterwege. In ieder geval niet zonder wat twijfel. ‘Ja die is wel goed, maar niet altijd. En voor sommige mensen is het wel goed, maar voor anderen weer wat minder’.
Iets écht goed doen voor velen lijkt dus langs deze lijnen ontzettend veel moeilijker dan slechte dingen doen. ‘Het is altijd oorlog in de krant’, hoor ik ook vaak. Dat is waar, zeker de afgelopen weken. De verslagen van de situatie in Iran reikten tot zeker pagina 10 op sommige dagen. Voor een 5-jarige en een 7-jarige (maar ook voor 39-jarige) die in Nederland opgroeien, is dit een wereld die niet te bevatten is. Toch laat ik hem bewust zien. Ook om aan mijn eigen uitleg te werken. En te merken dat ik hier soms snel in vastloop.
Er is geen volledig goed en geen volledig slecht. Voor dat wereldbeeld kunnen ze een leven lang bij Disney terecht. Voor de rest, lees een krant, zoek een boek (of een stapeltje, zoals de 7-jarige inmiddels), praat erover en blijf dingen (af)vragen. Laat die vader maar uitleggen waarom hij denkt te mogen bepalen of iets goed of slecht is.