Inmiddels ga ik er vanuit dat ik tijdens dit leven nog moet op gaan passen met wat ik zeg en wat ik schrijf. Misschien nog wel sneller dan ik tot voor kort dacht. Dat ik niet zomaar meer kan uiten wat ik van dingen vind. Niet zonder twee keer na te denken mijn mening over wat dan ook durf te geven, of simpelweg te benoemen wat ik zie gebeuren, laat staan op welk kanaal dan ook te publiceren. Ook al beweren de Techbro’s en hun too-big-too-handle platforms pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting, zie ik daarin toch precies het tegenovergestelde gebeuren. Een paradox die de hele wereld in zijn greep houdt inmiddels.
Al jaren fluistert een stemmetje in mijn achterhoofd dat we (lees ‘we’ als: toch vooral mijn directe omgeving, maar inmiddels ook ons land) met zijn allen in de nodige luxe en weelde slaapwandelen richting een volledig andere wereld dan waar onze (groot)ouders ooit voor gevochten hebben. Letterlijk gevochten, in je weet wel, die Wereldoorlog die nu vooral nog door leeft in musicals, waarin het inmiddels ook niet altijd meer zo nauw wordt genomen met de historische feiten (red. 40-45, De Musical). Of daarna, tijdens het opbouwen van een ‘nieuwe’ wereld(orde), of toch op zijn minst ons landje. Bouwen doen we niet echt meer. Pappen en nathouden is het vooral geworden lijkt het. Entertainen. We worden graag geëntertaind. Afgeleid. Misleid. Geloven graag in illusies. Houden die illusies maar wat graag in stand. Hier werd ik door cabaretier Tim Franssen afgelopen vrijdag in het theater om de hoek nog eens fijntjes aan herinnert. En wat dat stemmetje in mijn achterhoofd dan vooral (op fluistertoon weliswaar) roept: ‘En volgens mij vindt niemand het erg, of ziet niemand in waarom het überhaupt erg gevonden zou moeten worden!’.
Die (online) afleiding, misleiding, illusie, noem het hoe je het noemen wilt, groot gemaakt door diezelfde Techbro’s, gretig gebruikt door politici, is inmiddels zo’n vast onderdeel van ons leven (of meer dan dat), dat we de tastbare wereld simpelweg niet meer geloven, of niet willen geloven. Zelfs niet meer wanneer het recht voor onze neus gebeurt. Op een podium, voor draaiende camera’s. Zelfs dan is het eerste voorzichtige commentaar van de ooit zichzelf respecterende traditionele media (je weet wel: kranten enzo) toch vooral ‘Het lijkt op een….’, of is het gewoon simpelweg afwezig in de berichtgeving.
Donald Trump, de man die voor mij alles is wat een man (mens) niet zou moeten willen zijn, is gisteren voor de tweede keer geïnstalleerd als president van de Verenigde Staten. Daar kan ik een hoop over schrijven, maar dat komt later vast nog. De echte leider die aan de gekochte touwtjes lijkt te trekken, niet alleen in Amerika overigens (zie zijn flirts met ReformUK en AfD) is de cartooneske supervillain on Keta: Elon Musk.
Elon, ooit begonnen op startkapitaal van zijn vader (zoek zelf maar op hoe die zijn geld verdiende) en groot geworden op andermans ideeën (zoals zo’n beetje alle Techbro’s) en hierom inmiddels als een soort halfgod wordt vereerd (niet in de laatste plaats door hemzelf), gaf namelijk ook een kleine speech in het kielzog van zijn blonde marionet (die dit keer overigens zelf ook niet onderschat dient te worden). Zijn praatje sloot hij af met wat dankwoordjes en jawel, heel normaal anno 2024, een vrij overtuigende energieke Hitlergroet. We stonden erbij en keken er naar. Zelf weet hij natuurlijk van niks en speelt hij op zijn X zoals altijd het slachtoffer (van wat of wie eigenlijk nog?) en buitelen de ‘experts’ inmiddels over elkaar heen om te pleiten voor terughoudendheid, ‘Je kunt niet iemand zomaar een Nazi noemen!’ en op zijn minst nadere bestudering van het gebaar, of besteden er, zoals onze NOS (tot moment van dit schrijven althans) simpelweg geen aandacht aan.
Normaal? Daar lijkt het wel op. ‘Dit nooit meer’?, not so much anymore…