Vorige week schreef ik een stuk over een boek wat ik aan het lezen ben. Over dat we met zijn allen op verschillende manieren de planeet waarop we leven vakkundig naar de klote helpen. In een ander boek, een van mijn favorieten van de afgelopen jaren: ‘Sapiens’ van Yuval Noah Harari, gaat het hier ook over.
Photo by Ian Espinosa on Unsplash
Over dat we als mens acteren alsof we alleen zijn hier op deze planeet en alsof we hierdoor eenzijdig kunnen en mogen beslissen over alles wat zich daar op of in bevind. De conclusie van Sapiens is dat de diersoort die we mens noemen, Homo Sapiens dus, de afgelopen paar duizend jaar zo ongeveer de helft van de andere diersoorten van de aardbodem heeft weggevaagd. Dit betreft dus de geschiedenis, dit is al gebeurd en onomkeerbaar. Nu las ik deze week eigenlijk een zelfde bericht, maar ging het nu over de toekomst.
Wij mensen, wij superieure diersoort, staan op het punt nog eens zo ongeveer een miljoen andere levende soorten op deze planeet te laten uitsterven. Alsof het niks is, een miljoen. Het is zoveel dat ook dit niet eens meer te bevatten is. Een ooievaar die vanuit een auto uit zijn nest wordt geknald ergens in de Achterhoek (of weet ik veel waar), haalt voorpagina’s en roept collectieve verontwaardiging op.
Eén dier is zielig, één dood dier is sneu en de manier waarop het gedood wordt is blijkbaar barbaars en daar moeten we met ons hele land wat van vinden. Een miljoen volledige diersoorten die komende jaren naar de knoppen gaan is een statistiek. Een statistiek die vooral met cynische reacties als ‘stemmingmakerij’ en ‘paniekzaaiers’ worden begroet door de reaguurders op de favoriete social media kanalen.
De geschiedenis en de toekomst is een slagveld. De planeet zelf zal zich uiteindelijk wel redden. Maar waarschijnlijk wel zonder ons, zonder Homo Sapiens, al zullen wij dat niet meemaken. En juist dat is het probleem: het is niet echt ons probleem.