Zomaar een zaterdag in november. ’s Ochtends een deel van ons nieuwe stuk grond, bestemd voor de kippen, gereed gemaakt voor een partij graszoden. Het walsen en het leggen zelf heb ik overgelaten aan de meesterklusser en haar trouwe hulp. Snel douchen en op de fiets naar Kerk-Avezaath. Een tochtje wat op deze dag meteen herinneringen oproept, zo ver terug zelfs dat ik me een tunneltje onder de A15 herinner in plaats van een viaduct. Lang geleden.
Deurbel
Het voelt als een jaar of vijfentwintig geleden dat ik deze oprit opfietste, vroeger stond er altijd een rode camper, die is er blijkbaar niet meer. Vijfentwintig jaar kan het trouwens niet zijn, zo oud ben ik nou ook weer niet. De bel lijkt ook anders, maar verder is er volgens mij niet zoveel veranderd. Het aanbellen voelt onwennig, maar daarna nemen de herinneringen aan vroegere avonturen en het vertrouwde gevoel al snel de overhand. Er wordt Engels gesproken, soms gemixt met Nederlands, want de kleine wordt tweetalig opgevoed. De kleine is ongeduldig en loopt continu instabiel, maar vastberaden rondjes langs de tafel. De moeder van, die nu de oma van is, er trots omheen.
Nostalgie en toekomst
Nieuwe dingen dus, nieuwe levens. Nog meer nieuwe levens, vergezeld van vertrouwde gezichten komen binnen. Nostalgie aangevuld met de toekomst. Een bijzondere mix. Het gesprek gaat over geluk, en over ongeluk, en hoe dicht dit soms bij elkaar ligt. Er is koffie en een taartje. De celebrations op tafel hebben vooral de aandacht van de kleine. De vader van, nu opa, speelt zijn nieuwe rol oscarwaardig.
Er is vlees van de barbecue, op zijn Australisch, want Nederland lijkt voor ons allemaal een beetje te klein. En er is bier, want sommige dingen veranderen nooit. Grolsch uiteraard.