Tijdens mijn middelbare school periode, maar volgens mij ook al eerder op de basisschool, kwam het weleens ter sprake; ruis. In de lessen Nederlands. Dit fenomeen werd dan uitgelegd als zaken die de boodschap tussen zender en ontvanger kunnen verstoren. De zender heeft een bepaalde bedoeling met zijn boodschap, maar deze komt eigenlijk nooit volledig op exact diezelfde wijze aan bij de ontvanger van diezelfde boodschap. Zo ontstaan er vrij snel twee varianten van hetzelfde verhaal, zonder dat iemand daar iets kan kan doen.
Photo by Olena Sergienko on Unsplash
Op dat moment nam ik dat allemaal voor logisch aan en vond het maar gek dat hier zo lang bij stil gestaan werd en iedere keer terug kwam. Men zegt toch gewoon wat men bedoelt, of schrijft het zo duidelijk mogelijk op en klaar is Kees. Gevallen van ruis die mij toen wel aannemelijk leken, waren bijvoorbeeld net iets te hard staande muziek, een voorbij rijdende auto, of een trein. Een kleine taalbarriere is ook een duidelijke oorzaak, iemand die Frans spreekt, verstaat iemand uit China over het algemeen niet zo heel best.
Slechte oren aan de ontvangende kant en een wat schorre stem aan de zendende kant, klonken ook nog wel als logische dingen die er voor zouden kunnen zorgen dat een boodschap wat vervormt aankomt. Op dat moment stond ik er geen moment bij stil dat ruis nog veel vaker ontstaat door veel minder aan het oppervlak aanwezige zaken. Door ontastbare dingen als emoties, cultuur, interpretatie, opvoeding, of gebrek daaraan, fatsoen, ontfatsoen, opleiding, levenservaring, interesse, desinteresse, liefde en haat om maar wat te noemen.
Onze levens bestaan grotendeels uit fladderen van onbegrip naar miscommunicatie, van waarheid naar fabeltjes, die voor de ander dan weer waarheid zijn. En zo leren we iedere dag weer wat bij. Zolang je maar blijft beseffen dat jouw waarheid vrijwel nooit die van een ander is.