De sous-chef is een film aan het kijken wanneer ik thuis kom, maar dat weet ik dan nog niet, want ik ga niet meteen naar binnen, dus ik mis het eerste deel. Na mijn rondje hardlopen koel ik eerst buiten nog even wat af, gris een perenijsje uit de vriezer in de garage en geef het oerwoud in mijn kas nog even wat water. En vooruit, ook de rest van de planten in de tuin krijgt een snelle douche.
Eenmaal op de bank met een fles water en een nectarine uit de koelkast, krijg ik te horen dat de film ‘Aanmodderfakker’ te zien is op het scherm in de woonkamer. Het is lang geleden dat daar een film het langer dan tien minuten volgehouden heeft en ik moet toegeven, van de flarden die ik meekrijg, lach ik af en toe een beetje. Het is een verhaal over een 32-jarige dude die zijn leven nogal aan het verkloten is. Of althans, volgens de gemiddelde standaards die gelden in onze samenleving.
Nu ben ik zelf 32 jaar en ik moet zeggen; mijn leven ziet er wat anders uit. Het wordt omschreven als een romantische komedie, maar volgens de sous-chef is het die omschrijving niet echt waard. Nu blijkt dit allemaal in de laatste 20 minuten het verhaal in te worden gepropt en wordt het in plaats van een voorspelde zelfmoord (sous-chef) alsnog een fijn romantisch, bijna alles komt goed, einde.
Ik wilde eigenlijk wat schrijven over een zakje overgebleven speklapkruiden die ik eerder deze avond heb gebruikt in de chili-con-carne, maar dat is helaas mislukt. Het is een soort filmrecensie geworden en ik zie naast me de sous-chef voorzichtig lief lachen om de toch nog romantische scenes, dus de film is goedgekeurd.