Naar idee van de sous-chef, die ook lichtelijk verhit naast me op de bank zit, heb ik net de schuifpui ook maar even open gezet. De zwarte panter snapt er niets van en loop wat verbaasd door deze nieuwe opening naar binnen. Aan de voorkant, waar ook een raam openstaat wat doorgaans de rest van het jaar gesloten is, denkt een buurtkat hetzelfde en steekt ook zijn kop even boven de vensterbank uit.
De kippen konden zojuist pas laat hun stok opzoeken, het nachthok is overdag namelijk gesloten. Dit vanwege het feit dat één van de dames broeds is, en dat is met deze temperaturen niet echt een goed idee. Handmatig sluiten we het hokje waar ze de nacht doorbrengen dus af. Wat betekent dat we het ’s avonds ook weer open moeten doen, omdat het anders een soort van camperen onder de sterrenhemel wordt voor de tokkende dames.
Elders deze avond, waar ook een aantal kippen in de achtertuin te vinden zijn, leek één van de dames een heel ander probleem te hebben. Terwijl wij, na een lasagne, met vooraf wat bruschetta’s, inmiddels in de tuin zijn aanbeland voor het toetje en koffie, maakt één van de gevederde vriendinnen een bijzonder geluid. Het lijkt op de hik, en aangezien haar hele lichaam meebeweegt, kan het eigenlijk ook niet veel anders zijn. Er is echter ook hier een kleine historie met kippen die het niet gered hebben, we zijn gelukkig niet de enigen, dus is er toch een lichte paniek.
Na een kort onderzoek, waarbij ik de kip even vasthoudt zodat de dokter van dienst in de keel kan kijken, luidt de diagnose duidelijk; de hik. Niks aan de hand. ‘Moeten we haar niet laten schrikken?’, hoor ik naast me. Dat had ik best willen zien.