#184 Voorbeeld

De wekker ging vroeg vanochtend. Iets met de belofte een klus te klaren voor alle anderen aan het werk gaan, zodat er geen schema’s in de knoei raken. Na de gezellige avond leek de ochtend echter nog sneller aan te breken dan normaal. Enigzins verdwaasd staat mijn lichaam in de badkamer, niet helemaal bewust van wat er ook alweer allemaal in welke volgorde dient te gebeuren. Na enkele minuten schakelt ook mijn brein zichzelf in en lijkt het minuut na minuut zachtjes aan wat vloeiender te gaan.

Photo by rawpixel on Unsplash

Eenmaal beneden functioneren lichaam en geest weer zo goed als mogelijk is als een team. De klok op de oven, die zelfs een minuut of tien voorloopt, net als mijn wekker, geeft aan dat het net half zes is. Een tijd die de rode led-cijfers op mijn wekkerradio vaak niet eens laten zien. Althans, niet zichtbaar voor mijn ogen. Die zitten meestal nog dicht rond die tijd. Ik draai het ochtendritueel af en laat enkele dingen bestemd voor de sous-chef achterwege, aangezien die voorlopig toch niet opstaat en je met koude thee en een zacht geworden cracker met hagelslag niemand een plezier doet.

De krant is er nog niet, en dat is jammer. Een vast onderdeel van mijn ochtendritueel is namelijk het rustig lezen van de dagelijkse voorpaginacolumn van Arnon Grunberg. De voetnoot. Dit stukje, van maximaal 149 woorden schijnt een bijzonder licht op de gebeurtenissen in deze wereld. Het legt de idiootheid van dingen die mensen zichzelf en anderen aandoen bloot. Soms vind ik het geniaal, andere keren snap ik er geen hout van. Althans niet meteen, soms valt het kwartje pas later.

Arnon stopt ermee. Vandaag is zijn 2500ste voetnoot en ook meteen de laatste. Ik lees hem pas in de avond, in plaats van in de ochtend. Ik lees hem terwijl ik verschillende restanten van eerder gemaakt voedsel naar binnen zit te werken. ‘Een voedzame maaltijd zo’, hoor ik licht sarcastisch vanaf de andere kant van de tafel. De krant wisselt ook van lezer. De zeven basisregels voor het schrijven een goede voetnoot, volgens Arnon Grunberg zelf worden eruit gescheurd. ‘Die moet je bewaren’, hoor ik. Dat vind ik ook, ze mogen op de WC.

Regel 1, een voetnoot mag niet langer zijn dan 149 woorden. Mooi, die regel breek ik dagelijks. Of toch niet, ik schrijf geen voetnoot. Is Arnon een voorbeeld? Misschien wel. 2500 lijkt me veel, ik richt me voorlopig op 250.

…..

PS Lezers werden gevraagd een eigen voetnoot te schrijven, bij wijze van afscheid. Ik schreef er één:

Woordenchef-voetnoot-2

Geef een reactie