#181 Moederdag, de proloog

Ze heeft niet door dat ik al ongeveer twee minuten vanuit de keuken naar haar kijk. Ik vraag me op mijn beurt af waar zij aan denkt, waar haar gedachten allemaal heen schieten. Het lijkt alle kanten op te gaan. De TV is uit, de telefoon is net weggelegd, het is stil en ze kijkt wat om haar heen. Ik heb net gemeld dat ik nog een stukje moet schrijven, als antwoord op haar vraag of we naar bed gaan.

Photo by Renee Fisher on Unsplash

Het voelt alsof ik haar teleurstel met deze melding, ik voel me schuldig dat ik de laptop nog openklap en haar daar op de bank laat zitten. Ik weet niet waar ik over zal schrijven. Ik kijk naar haar, het schuldgevoel gaat langzaam over in iets anders, het is bevrijdend, het lijkt op vlinders. Ze zit daar op de bank, waar ik net met mijn hoofd op haar schoot twee afleveringen van Mad Men heb gekeken, terwijl zij een Linda las. Net was ik dichtbij, nu lijken de vijf meter die ik zou moeten overbruggen om haar aan te raken opeens vele malen groter. Ik denk terug aan de airport-bus in Shanghai. Wat zijn dat? Tranen?

Gelukkig zit ik in het donker. Ze merkt dat ik kijk en lacht naar me. Ze weet meteen wat er is; ‘heb je geen inspiratie?’. Ze doet wat suggesties, ik kan bijvoorbeeld schrijven over waarom ik vaak chagrijnig was vandaag, of mijn gebrek aan hardloopkilometers omzetten in meters gemaaid gras. Ik was inderdaad cranky vandaag, er moest teveel vond ik. Ik wilde even niets moeten. Dat is onmogelijk, niets moeten. Ik moest net naar haar kijken. Waarom? Ik denk dat ze dat liefde noemen. Ik moet volgend jaar op deze dag vrolijk zijn, en zeker niet chagrijnig. Waarom? Omdat ik dan naar een moeder kijk, en dit haar dag is. Net als zoveel andere dagen, alleen deze nog net iets meer.

Ik moet met haar zijn, dan is er altijd inspiratie.

 

Geef een reactie