De laatste werkdag voor een lang weekend. Ik ben er blijkbaar aan toe, want terwijl ik dit schrijf heb ik er de grootste moeite mee mijn ogen fatsoenlijk open te houden. Dat had ik zojuist liggend op de bank ook al, maar toch heb ik voor volgens mij de vierde of vijfde keer Despicable Me afgekeken.
De oorzaak van dit lange weekend is één van de tradities inzake onze monarchie. Beatrix gaf haar feestje altijd op 30 april, Willem, onze koning, doet dit op de 27ste. Er was een tijd dat deze dag synoniem was aan een treinreis, een feest, overvolle pleinen en parken, blikjes bier, elkaar kwijtraken en weer terugvinden. In mijn herinnering was er toen geen Facebook, geen WhatsApp, Instagram en aanverwanten. Op een overvol Museumplein was het zelfs af en toe geluk hebben als je überhaupt bereik had om elkaar een smsje te sturen.
Ergens in de strijd is het feest op het museumplein gesneuveld, het schijnt nu een betaald festival te zijn in Breda. En ergens is ook de drang om met een oranjeshirt aan door een stad te gaan slenteren op zoek naar de volgende bar gesneuveld. Noem het verwend, teveel feestjes gezien, selectief geworden, of noem het gewoon oud worden. Zelfs de kroeg om de hoek was vanavond teveel gevraagd. Gelukkig hebben we ons nog wel naar de Albert Heijn weten te slepen, zodat er toch een Oranje tintje gegeven kon worden aan de avond. De ultieme klassieker voor tijdens deze feestdag mocht natuurlijk niet ontbreken.
Eigenlijk hoort dit pas morgen, maar ik kon de verleiding niet weerstaan. Van de vier oranje tompoucen zijn er nog drie over. Morgen de rest.