#109 Hardlopen

De gevoelstemperatuur was vandaag niet bepaald tropisch te noemen. Tijdens het dagelijkse rondje wandelen in de lunchpauze, over het inspirerende industrieterrein, leek het soms net een Mongolische hoogvlakte. In de verte zagen we op een bouwplaats zand, of een ander soort stof continu opwaaien. Vol wind tegen tijdens de terugweg en rode oren en neuzen als gevolg.

Goed, uiteraard allemaal wat overdreven. Het is weer een paar dagen onder nul en heel Nederland praat weer over Siberische toestanden. Toegegeven, het was best koud en er gaat nogal wat gas doorheen hier blijkbaar, maar verder heb ik nog geen ijsberen voorbij zien vliegen en zijn mijn vingertoppen nog niet zwart gekleurd, dus het lijkt allemaal wel mee te vallen.

Na een net iets te uitgebreide maaltijd met gepofte zoete aardappel, gevulde en gratineerde paprika’s en een salade met biet, tomaat en veldsla krijg ik het lumineuze idee om toch nog een keer naar buiten te gaan in deze temperatuur. De sous-chef die zich net geïnstalleerd heeft op de bank verklaart me voor gek en kijkt me wat ongelovig aan. Op de één of andere manier werkt dit weer juist als een extra drijfveer om toch nog even naar buiten te gaan.

Tijdens het lopen herinner ik me opeens waarom dit zo is. Inmiddels zes jaar geleden, ook rondom deze tijd, volgens mij is het plan toen letterlijk op een ‘ijsbaan’ ontstaan, bedacht ik vanuit het niets dat ik wel kon gaan hardlopen. Sterker nog, ik ging de uitdaging aan datzelfde jaar nog een halve marathon te lopen. Op dat moment weeg ik 107 kilo, leef ik op zijn zachts gezegd niet het meest gezonde leven dat er bestaat en heb ik tot dan toe volgens mij nog nooit een kilometer hard gelopen.

Afspraak is afspraak, nog de volgende ochtend, voor mijn werk, stap ik koud naar buiten. En koud is het. De laatste restanten van sneeuw en ijs nog op de weg. Donker, geen verlichting op mijn lichaam, of iets wat maar in buurt komt van reflecterende kleding. Sterker nog, ik loop in een volledig zwarte outfit, bestaande uit een voetbalbroek en een oud Lentefeest-vest. De eerste de beste auto maakt bijna een vroegtijdig einde aan mijn loopcarriere, maar ik maak dat rondje af. Ik denk dat het een kilometer of vijf was.

Verbaasd dat mijn benen en conditie dit aan kunnen, maak ik er een dagelijkse gewoonte van. Steevast, vroeg op de ochtend, voor werktijd. Een paar maanden later loop ik mijn eerste wedstrijd. In Leiden, 10 kilometer. Het is inmiddels een graad of 25 warmer dan de eerste keer dat ik naar buiten stapte, maar ik loop nog steeds in hetzelfde vest. Ook die is dan wel aan vervanging toe. Later dat jaar, ergens in Oktober, loop ik mijn eerste halve Marathon. In Amsterdam, inmiddels 21 kilo lichter.

Het is inmiddels dus al lang geleden, in tussentijd zijn er nog een aantal halve marathons aan het rijtje toegevoegd en zit er inmiddels structureel ook weer een kilo of vijf tot zes extra aan mijn lichaam. Dit wordt niet meer, maar ook zeker niet minder. Het is al een hele tijd terug dat ik een ritme wist te houden in hardlopen. Een ritme creëren is  moeilijk, maar er weer van af komen is heel makkelijk. Zeker wanneer koken, en vooral het opeten van het gekookte, een grote liefhebberij is.

Nu weet ik dat een kleine stok achter de deur kan helpen. Dit dagelijkse stukje tekst hier is daar één van de resultaten van. Nu weet ik door wat opmerkingen zo nu en dan, dat deze verzameling woorden ook daadwerkelijk gelezen wordt door toch zeker tweeënhalve persoon. Dank daarvoor, toch fijn te weten dat ik niet alleen tegen mezelf zit te praten. Ik zou graag een uitdaging toevoegen. Om #250 te halen, volgen er nog 141 verhaaltjes. Tijdens deze 141 dagen, gaat er minimaal 100 keer gelopen worden. Ik zal jullie beloven dat het hier zeker geen 100 keer volledig over zal gaan op deze plek. Soms een alinea, soms een PS, of soms helemaal niet.

Misschien ooit een hele marathon.

Geef een reactie