Als twee dode vogeltjes hingen we net voldaan in een taxi. Het lukte nog net het adres uit te kramen en bij aankomst twintig dollar door het luik, in de handen van de chauffeur te duwen. Achter ons werd er al voor de derde keer getoeterd, we stonden immers ook al zeker 23 seconden stil.
Over de top was het vandaag. Na wat opstartproblemen vanwege een klein weerstandprobleempje, wat behulp van enkele dozen flu-medicijnen bij de plaatselijke pharmacy netjes onderdrukt blijft. Na een thee bij de Starbucks aan de overkant, zonder honing, maar met griepcapsules, rijdt het ondergrondse treintje ons naar één van de vele hippe vogel wijken hier in deze stad. De meatpacking district en alles wat er een beetje omheen ligt. We lopen de Chelsea market in, waar weinig hippe vogels zijn, maar wel veel toeristen zoals wij.
We zoeken en vinden er de eerste taco’s van de dag. In de rij voor één van de vele eettentjes in deze met de Foodhallen in Amsterdam, of de Markthal in Rotterdam te vergelijken overdekte markt, zie ik iets op de muur geschreven. Het lijkt de naam van een andere tacotent, en wat blijkt, wat gangetjes door zit een gezellig, grappig, Mexicaans vistacobarretje, met luide Mexicaanse muziek. Even de andere tacohapper uit de rij halen van de vleestaco’s zonder muziek.
Maag gevuld, omhoog, via de High-line, besneeuwd, ja het sneeuwt vandaag, richting een museum. Dat wisten we echter vooraf niet, maar het schijnt een aardig museum te zijn volgens een kenner werkend bij een museum in Amsterdam. Dus, naar binnen en ons verwonderen over de verschillende soorten kunst. Ik doe mijn best, maar snap er vaak niet veel van. Soms doe ik alsof, soms zie ik echt wat, soms vind ik het ronduit belachelijk, vaak vind ik het ingewikkeld en nog vaker vind ik de mensen eromheen veel te serieus. Dat effect heeft kunst op mij, dus het heeft effect, zal wel goed zijn dan denk ik zo.
Museum uit, metro in, rivier over, op zoek naar kerstlichtjes. Kerstlichtjes? Kerst is toch voorbij? Ja, maar hier nog even niet. Ergens in het Zuidelijke puntje van Brooklyn bevinden zich de Dyker Heights, waar mensen hun straten één keer per jaar omtoveren in een toeristische attractie. Alle huizen zijn voorzien van een lichtshow, waar menig festival in Nederland een puntje aan kan zuigen. Ok, dat is overdreven, maar je mond valt er echt van open.
Duizenden lampjes, opblaaskerstmannen, complete draaimolens, kerstbomen en weet ik veel wat allemaal nog meer. Het is bizar. Het is Amerikaans en het is een traditie. Tradities moet je zelf maken en dat kunnen ze hier goed. De jongens van de ‘Christmas Decorations’ hebben hun busje aan het begin van de straat geparkeerd en vegen even het pad van één van hun klanten. Want nee, zoiets doe je natuurlijk niet zelf, daar huur je pro’s voor in.
Pro’s heb je ook in taco’s. Zaten we vanochtend in een bijzonder verstopt fastfoodtentje, zoeken we na het kerstgeweld deel 1 nog een taqueria op. Vanmiddag vast gereserveerd, want het is altijd druk hier, overal. Na een plaspauze bij een willekeurige Chinees onderweg, het wordt traditie, komen we aan bij onze reservering. Het blijkt een tacotent nieuwe stijl, haute cuisine op zijn Mexicaans. Heerlijk, maar veel te veel. Het laatste hapje krijg ik niet meer weg, eens moet de eerste keer zijn.
Het klapstuk van de avond moet dan nog komen. Om de hoek persen we ons in de rij voor de Radio City Music Hall, waar The Rockettes hun ‘Christmas Spectacular’ een maand lang drie keer per dag van het podium af laten spetteren. Je weet niet waar je moet kijken. In een licht- en dansspektakel wordt het kerstverhaal op de Amerikaanse feel-good manier je hersens in geblazen. Tijd om bij te komen is er niet, anderhalf uur strakke choreografie, dansende kerstmannen, 3D animaties, glitters, drones en zelfs schapen, een ezel en een kameel zorgen ervoor dat het laatste beetje energie uit ons wordt gezogen.
Het theaterpersoneel roept dat we eruit moeten, de metro blijkt na een half uur niet te komen, tijd voor een taxi. Morgen moeten we weer aan de bak. Het is hard werken hier.