De miniman zit op de grond aan de andere kant van de keukentafel. Het hengsel van de zinken aardappelemmer is een dankbaar stuk speelgoed. Ik weet niet of ik het doordringende geluid van een steeds neerslaand hengsel erg plezant vindt. Erg vervelend is het ook niet, dus ik leg me er bij neer en ik weet dat de kleine gnoom al voor ik deze zin af heb zijn interesse zal verliezen en op zoek gaat naar iets anders om te slopen, dan wel op te eten, dan wel allebei. Wat dat betreft is deze variant iets anders uitgepakt dan zijn zus die boven ligt te slapen. Bij beide hebben we er geen handleiding bij gekregen, maar het is ons inmiddels duidelijk dat zo’n universele handleiding ook geen enkele toegevoegde waarde zou hebben. Ze zijn wie ze zijn en ze zijn allemaal anders. Net als wij overigens.
Dat een handleiding zich ook never-ending blijft uitbreiden, daar zijn we inmiddels ook achter. Waar we net gewend aan het raken waren aan het nogal eigenzinnige, aanwezige en uitgesproken karakter van de minimens was daar opeens een diagnose die een compleet ander licht op van alles werpt. Haar soms nogal melancholische inslag (die ik van mezelf toch best herken van tijd tot tijd, maar goed ik heb er dan ook al 35 jaar op zitten), haar steeds groter groeiende weerstand tegen alles omtrent eten (afgezien van het door haar bepaalde nogal beperkte assortiment) een tikkeltje lusteloosheid (‘ach ze zal wel moe zijn van gisteren…’) en het feit dat ze keer op keer niet zo ontzettend veel meer gegroeid bleek volgens de meetlat op het consultatiebureau (‘ach sommige kinderen zijn nu eenmaal kleiner!!’) heeft naar het lijkt een vrij duidelijke oorzaak: gluten.
De naalden in de kleine armpjes om bloed af te nemen zijn niet voor niets geweest. Haar lijfje kan niet tegen gluten. ‘Oh nou, dat regelen we dan toch even…’ was de eerste naïeve snelle reactie van de sous-chef en mij zelf. Koop even wat vervangend brood, wat koekjes enzo, let even op verpakkingen van broodbeleg en dan zijn we er wel toch? Want fruit, aardappels en yoghurt mag gewoon en dat eet ze graag. Deze mindset duurde nog geen dag, toen we inzagen dat dit iets meer betekent dan alleen wat producten uit het glutenvrije schap bij de Appie te halen. We waren er snel over uit daarna, alle gluten het huis uit, niet meer er in en als gezin helemaal glutenvrij. Geen uitzonderingen meer binnen deze muren. Geen buitenbeentjes. Want zo las ik in een spoedcursus via wat gegoogle, Coeliakie (zo heet dat dus, wist ik veel, wist niet eens hoe je dat uitsprak) is geen allergie, maar een onvervalste auto-immuunziekte die nare gevolgen kan hebben op de lange termijn.
Dus waar ook ikzelf het woord ‘gluten’ jarenlang met superhealthyfitbodymindfullnessvegan-hipsterdiëten associeerde van onder andere de Kim Feenstra’s van deze wereld, kreeg ik hier even een harde les in wat het dus ook echt is. Een serieuze ziekte die een volledige omslag in levensstijl en eetwijze vereist om er écht het hoofd aan te kunnen bieden. En dat doen we dus ook. Het zal tijd kosten. De sous-chef is inmiddels al helemaal thuis in het tegenwoordig zeer uitgebreide glutenvrije assortiment van de Appie en ik heb de nodige literatuur (waaronder het boek van Kim Feenstra, eerlijk is eerlijk!) het huis in gesleept om ook mijn kook- en bakkunsten opnieuw uit te vinden de komende maanden en mijn kennis van alle glutenvrije ingrediënten op champions league niveau te krijgen.
Gluteretuuut, niet omdat het kan, maar omdat het muut!