Appeltjes van oranje

Koud uit de koelkast vind ik ze het lekkerst. Zo koud dat ze eigenlijk zeer doen aan je tanden terwijl je er in bijt. Het sap moet zuur zijn, maar niet te zuur, want je tanden hebben al genoeg te verdragen van de kou. De geur maakt het compleet, de doordringende onmiskenbare geur van de sinaasappel. Die geur die als je even niet oplet de rest van de dag aan je vingertoppen kleeft.

Je kunt ze persen als je wilt, je hebt ze in de ‘handvariant’. Je hebt ze met veel vruchtvlees en witte draden, je hebt ze soms een tikkeltje uitgedroogd, of je hebt ze, zoals ik net, mooi helder en vol van smaak. De appeltjes van oranje, een naam die je rond deze periode ook weer veel hoort in een liedje over wat vroeger ’s lands grootste kinderfeest was. Nu is het vooral een feest voor grote mensen, grote bange mensen.

Bitter

Net als die mensen kan het oranje fruit bitter zijn, fabrikanten die er sap van maken gooien er dan ook zoveel suiker in dat een gemiddeld glaasje jus d’orange tegenwoordig net zo goed voor je lijf is als een handje chocolade pepernoten. Sinasappel dus, een smaak die iedereen kent. Van vroeger, wanneer je een glaasje versgeperst kreeg van je moeder. Een glaasje extra wanneer je ziek was. Verwerkt in een zakje thee, samen met een mandarijntje, als een fijn momentje in je favoriete hoekje van de bank. Of als smaak van de strepsil, bij beginnende keelpijn. De oranje appeltjes werken blijkbaar helend, laten we het hopen.

De dagelijkse 250 #5

Groene kiwi

Goud? Nee groen. Dat kleine ovale, klein beetje harige stuk fruit. De kiwi dus, ook de bijnaam van inwoners van Nieuw-Zeeland. Best bijzonder eigenlijk, want de vrucht groeit daar nu zo’n beetje 100 jaar. Niet bepaald een lange historie dus. Een gevalletje stamppot? Nou nee, de bijnaam van de eilandbewoners komt niet van dit sukje fruit maar van een gekke loopvogel. Ben benieuwd hoe die smaakt, maar misschien daar ooit nog eens een verhaal over.

China

Goed, zo’n 100 jaar dus pas, begin 1900 is hij over komen waaien vanuit China, waar hij al een aardig tijdje bekend is. Vandaag de dag wordt hij dus in één adem genoemd met Nieuw-Zeeland. In ons landje zitten er volgens mij op zo’n beetje al die dingen een Zespri stickertje. Een gevalletje monopolie? Boeit niet, gaat het nu niet over. Wellicht doe ik later nog wel eens een klein onderzoekje naar de herkomst en duurzaamheid van dit stukje fruit. Want echt lokaal is deze groene rakker natuurlijk niet te noemen. Veel verder kunnen we het niet halen.

 

Woordenchef-kiwi-schil-schaal.jpg

Superfood

Ze worden er niet minder lekker om, en voor ik tot de conclusie kom dat ik het misschien beter bij lokaal geteeld fruit kan houden (of niet), gaan er al snel twee van deze vitaminebommetjes per dag doorheen. Misschien is twee weer teveel van het goeie, maar ik vind ze dan ook echt lekker en heb mezelf er van overtuigd dat het een ondergewaardeerd stuk superfood is. En niet geheel onbelangrijk, je hoeft je niet in rare bochten te wringen met hippe recepten van the green happiness chicks om dit supereten een beetje te pruimen te maken. Nee, je eet hem gewoon op, punt.

Met schil

Ik neem dat misschien iets te letterlijk, want mij zie je niet moeilijk doen met een lepeltje, nee ik snij hem gewoon in stukken en eet hem, inclusief schil, in drie happen op. Ooit ergens een keer gelezen (Google maar eens, inmiddels zelf opgepikt door wat van die hippe vrouwenglossy’s) dat de meeste vitamines in dit ding namelijk in de schil zitten, of er net onder, net als bij zo’n beetje alle fruit.

Dus, sindsdien, kiwi met schil.
Gek? Vast. Lekker? Zeker.